0

'Bouwcampus boost voor ketensamenwerking?'

Ketensamenwerking is één van de speerpunten van de nog prille Bouwcampus. Voor SBRCURnet was dit 23 mei jl. meer dan genoeg reden om een inspiratiebijeenkomst te organiseren, onder de titel ‘Bouwcampus Boost voor Ketensamenwerking? Maak het of kraak het!’ Een goede zet, zo bleek, alleen al vanwege het feit dat weer eens glashelder werd wat we eigenlijk al langer weten, maar lang niet altijd hardop durven uitspreken: samenwerken lijkt misschien gemakkelijk, maar vaak blijkt het tegendeel. Echt samen werken is een uitdaging.


Ketensamenwerking is één van de speerpunten van de nog prille Bouwcampus. Voor SBRCURnet was dit 23 mei jl. meer dan genoeg reden om een inspiratiebijeenkomst te organiseren, onder de titel ‘Bouwcampus Boost voor Ketensamenwerking? Maak het of kraak het!’ Een goede zet, zo bleek, alleen al vanwege het feit dat weer eens glashelder werd wat we eigenlijk al langer weten, maar lang niet altijd hardop durven uitspreken: samenwerken lijkt misschien gemakkelijk, maar vaak blijkt het tegendeel. Echt samen werken is een uitdaging.

Stevige discussie

Een groot aantal belangstellenden van kennisinstituten, brancheorganisaties en platforms ging stevig in discussie. De centrale vraag: kan de Bouwcampus ketensamenwerking een boost geven, en zo ja, hoe dan?

Het gesprek zoomde in op twee niveaus: we bespraken wat ketensamenwerking in de Bouw- en installatiesector kan betekenen, en we bekeken tegelijkertijd wat ketensamenwerking betekent als verbindend thema tussen de partijen die binnen de Bouwcampus willen samenwerken. Met als uiteindelijk doel het creëren van meerwaarde voor de gebruikers van de bouw.

Samenwerken heeft alles te maken met communiceren. En hoe lastig dat alleen al is, bleek direct aan het begin van de bijeenkomst: er was sprake van een misverstand, want een groot gedeelte van de deelnemers dacht dat er een visie zou worden gepresenteerd met het oog op de Bouwcampus, en dat de discussie daarover zou gaan. Terwijl de organisatie na een korte inleiding toch echt aan de slag wilde met het hoofdthema: ketensamenwerking.

Uiteenlopende standpunten
In kleine groepen gingen de deelnemers aan de slag. Twee vragen kwamen daarbij aan de orde: ‘Hoe kan de Bouwcampus ketensamenwerking een boost geven?’ en ‘Hoe kan ketensamenwerking als verbindend thema dienen voor partijen die binnen de Bouwcampus samen willen werken?’

En opnieuw bleek dat het samen conclusies trekken niet zomaar gedaan is. Want bij het begrip ‘samenwerking’ bleek iedereen zich nog wel wat te kunnen voorstellen, maar over wat ‘ketensamenwerking’ nou eigenlijk inhoudt liepen de meningen behoorlijk uiteen. Een enkeling gaf zelfs aan hier niet veel mee te hebben.

De uiteenlopende standpunten en gedachten bleken een prima voedingsbodem voor een stevig gesprek. We stelden onszelf de vraag of we als kennisinstituten samen acties kunnen ondernemen? En we concludeerden dat dit op onderdelen al wel gebeurt. Sommige deelnemers betoogden zelfs dat proactieve samenwerking tussen kennisinstituten wel degelijk al gebeurt, bijvoorbeeld via consortiumvorming. Maar er moet meer mogelijk zijn.

Te veel concurrentie
Hoe krijgt de nieuwe Bouwcampus zijn meerwaarde? Daarover blijken de meningen ook uiteen te lopen. Gedacht wordt aan een multidisciplinaire aanpak, waarbij specialisten elkaar aanvullen op een bepaald thema.

Gezamenlijke publicaties worden als voorbeeld aangehaald. Ook hier zal meer mogelijk moeten zijn. Maar het feit dat alle partijen uit één bron gefinancierd worden zit hierbij in de weg. “Er is te veel concurrentie, temeer omdat financiering minder wordt. Dat is een groot verschil met de bouwketen. Een architect en een bouwer zijn immers geen concurrent van elkaar”, aldus een deelnemer.

Fysieke nabijheid kan een meerwaarde hebben. Maar na flink doorgepraat te hebben, zijn de meeste partijen het er wel over eens: waar het eigenlijk om draait is een gedragen visie. De ‘kunst’ is om samen een stip op de horizon te zetten; dat stimuleert samenwerking. Alleen als het lukt om kennisinstituten samen een visie te laten ontwikkelen, dan wordt een meerwaarde op de Bouwcampus ontwikkeld.

Vervolgens gaat de discussie over ‘de kip en het ei’; moeten we eerst een Bouwcampus creëren en daar thema’s bij benoemen, of kan een inhoudelijke discussie als deze, over een specifiek thema als ketensamenwerking juist de inhoud voor die campus een boost geven?

VISIE!
Aan het einde van de middag is duidelijk dat het thema ketensamenwerking bij de deelnemers niet centraal staat. De beelden van wat ketensamenwerking is, verschillen enorm. Bouwcampus – Boost voor ketensamenwerking? Het zal niet vanzelf gaan. We sluiten af met de conclusie die we eerder in de middag al aanstipten: er moet een gezamenlijke visie worden opgesteld. De hamvraag: waarom is het noodzakelijk dat we samen aan de slag gaan?

Enkele kreten van deelnemers op de inspiratiemuur die we in de pauze vulden onderstrepen het gezamenlijke gevoel: ‘De Bouwcampus wordt een succes als de bouwwereld ons vindt, en wij elkaar inspireren om samen aan onze omgeving, de maatschappij en de wereld te werken. Samen moet meer zijn dan een optelsom.’ en ‘De bouwcampus is een succes als samenvloeiende kennis leidt tot nieuwe producten en markten. Wat we nodig hebben is creatief gedrag, ongedwongen en overtuigt. Ondernemerschap.’

Volg ons online
Samen gaan we verder werken aan de weg naar de Bouwcampus. Wilt u weten hoe ver we gevorderd zijn? Volg dan onze verrichtingen via www.debouwcampus.nl.

Maria Haensch, SBRCURnet