0

Samenwerken als toegevoegde waarde

Lees de blog "Samenwerken als toegevoegde waarde" door Alijd van Doorn, Van Doorn management for architecture.

Door: Alijd van Doorn
Van Doorn management for architecture

Vandaag was ik in Utrecht bij een ontmoetingsbijeenkomst voor Kwartiermakers van het overheidsprogramma Energiesprong. Energiesprong jaagt aan en ondersteunt bij het stap voor stap energieneutraal maken van de bestaande gebouwde omgeving. Dat begint niet bij het ontwikkelen van hoog rendement bio-wkk’s of makkelijk demontabele zonnepanelen. De echte innovatie en de sleutel tot succes zit in het tot stand brengen van een vruchtbare samenwerking tussen verschillende organisaties zoals woningcorporaties, gemeentes én bouwers. Op het toilet van de bijeenkomstlocatie –inspiratie vind je op de gekste plekken- was een post-it geplakt waarop stond: “Alleen ga je snel, samen kom je ver.” Een scherpere omschrijving van de toegevoegde waarde van samenwerking in duurzame projecten heb ik nog niet gelezen.

Samenwerken om toegevoegde waarde te creëren

In de bouw zijn we gewend om oplossingen te zien in termen van het ‘wat’. Het ‘hoe’ is op zijn best een middel om daar te komen. Maar dat ‘hoe’ gaat niet vanzelf. Als je niet goed nadenkt over het proces is het risico groot dat tijd en geld beperkingen worden om het gedroomde doel te bereiken. Dat geldt zeker voor het realiseren van duurzame ambities. Gevolg: in plaats van een toegevoegde waarde wordt duurzaamheid een blok aan het been van het project. Resultaat: wegbezuinigen van ecologische materialen en innovatieve duurzame klimaatoplossingen. Iedereen kent de voorbeelden. Door het ‘hoe’ als startpunt van het project te nemen ontstaan kansen om ambities juist te laten groeien. Voor de nieuwbouw van de Amsterdamse RAI aan het Scheldeplein bijvoorbeeld werden leveranciers en producenten succesvol uitgedaagd om met oplossingen te komen voor BREEAM onderdelen die eerder niet konden worden gerealiseerd. En voor Proyecto Roble, het duurzame bedrijfspand voor een Tilburgs hovenierskantoor, werd de nieuwe organisatievorm ‘Bouwteam plus’ ontwikkeld. Hierbij gaan alle partijen uit de bouwkolom in een vroeg stadium een gelijkwaardig commitment aan. Er wordt gewerkt op basis van vertrouwen en transparantie. De opdrachtgever legt zijn budget op tafel. De uitvoerende partijen laten zien hoe er is gecalculeerd en welke winst er is begroot. In plaats van geschillen over meer- en minderwerk tijdens de uitvoering wordt aan de voorkant het maximale uit het project gehaald.

De toegevoegde waarde van samenwerken

Bovenstaande voorbeelden laten zien hoe de wens om duurzaam te bouwen leidt tot het ontstaan van nieuwe processen. Het mooiste is dat deze processen niet alleen gebouwen opleveren met een hoge duurzame kwaliteit. De belangrijkste toegevoegde waarde zit uiteindelijk in het proces zelf. De bottom line is steeds om de taart zelf zo groot mogelijk te maken in plaats van te vechten om het grootste stuk. Voor de partijen die participeren betekenen deze processen een eerlijke prijs voor het door hun geleverde werk, reductie van faalkosten, en meer werkplezier. De korte termijn relatie waarbij de opdrachtgever eenmalig een gebouw(deel) inkoopt wordt een lange termijn relatie die draait om onderhoud en service. Samenwerken wordt duurzaam. Iedereen wint.

Meer weten en eigen ervaringen delen?

Tijdens de Masterclass ‘Samen duurzame waarde creëren’ tijdens het Bouwcampus Duurzaamheidscongres op 27 juni wordt dieper ingegaan op de succesfactoren bij het samenwerken aan duurzame projecten. Er is ook uitgebreid de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen.


Over Alijd van Doorn
Alijd van Doorn (1975) werkt sinds 2007 als zelfstandig projectmanager en adviseur aan duurzame projecten. Voorbeelden zijn de verbouwing van het poppodium WATT, een ontwikkelstrategie voor een sociaal duurzame woonwijk in Almere en de huisvesting van de Rietveld Academie in Amsterdam. Ze doceert aan de TU Delft en publiceert regelmatig in verschillende vaktijdschriften. In 2012 verscheen haar boek ‘Het duurzame ontwerpproject’.