0

Brandveiligheid heeft ook een sociale component

Lees de blog "Brandveiligheid heeft ook een sociale component" door Jean Baptiste Benraad, partner en trekker van Transformatieteam.

Door Jean Baptiste Benraad, partner en trekker van Transformatieteam

Herbestemming van gebouwen is een actueel onderwerp dat zeker niet mag ontbreken op een congres over brandveiligheid, want er zijn diverse raakvlakken tussen beide onderwerpen. Tijdens mijn vorige baan als directeur van Stadswonen in Rotterdam heb ik heel veel te maken gehad met de transformatie van kantoorgebouwen naar studentenhuisvesting. Ook in mijn huidige functie als trekker van het Transformatieteam heb ik er nog steeds volop mee te maken.

Maar om terug te komen op mijn periode bij Stadswonen: we hebben in die jaren bij de studentenhuisvesting zo’n 50- tot 60.000 studenten aan onderdak geholpen, en we kunnen ons gelukkig prijzen dat er sindsdien nog nooit doden of zelfs maar gewonden zijn gevallen als gevolg van brand. 

De schade bestond hooguit uit een zwartgeblakerde kamer of keuken. De oorzaak hing vaak samen met de levenswijze van studenten: een vergeten frituurpan tijdens een feestje, of het roken in bed, dat soort dingen. Beginnende branden kunnen meestal in de kiem worden gesmoord.

Gebouw als uitgangspunt voor brandveiligheid

Brandveiligheid is altijd een combinatie van technische voorzieningen en menselijk gedrag. Bij de transformatie van gebouwen is het gebouw altijd het uitgangspunt; dat verschilt dus met nieuwbouw. Een groot voordeel bij de transformatie van kantoorgebouwen is de grote vrije overspanning van de vloeren; meestal zijn er geen dragende tussenwanden. Dat maakt een andere indeling van een verdieping heel eenvoudig: nieuwe wanden konden snel gezet worden door een combinatie van brandwerende gipsplaten en metalen profielen.

Voor de brandveiligheid van de gebouwen moet je altijd uitgaan van de bestaande trappenhuizen, die moeten een tweede vluchtweg kunnen bieden. Bij de brandveiligheid moet je natuurlijk ook naar je klantgroep kijken: de ontruimingstijd bij huisvesting voor jongeren is heel gering als je die vergelijkt met bijvoorbeeld een zorginstelling. Van dat aspect, dus dat verschil in ontruimingstijd, heb ik de brandweer wel kunnen overtuigen bij diverse bouwvergaderingen. 

Rechtens verkregen niveau

Qua brandweereisen is de situatie bij transformatie niet heel ingewikkeld; je mag uitgaan van het ‘rechtens verkregen niveau’, dat wil zeggen het niveau van brandwerendheid van het oorspronkelijke gebouw. Het Bouwbesluit 2012 legt daar nog één eis bovenop: de installatie van een rookmelder in elke kamer. Het gaat dan om rookmelders met doormelding naar rookmelders in de vluchtweg, waardoor ook bewoners in andere delen van het gebouw worden gewaarschuwd bij brand.

Het is ook belangrijk dat de brandweer bij een melding vlug in alle eenheden van het gebouw kan doordringen. Daarom is bij onze gebouwen voor studentenhuisvesting altijd gezorgd voor een moedersleutel in een kluisje bij de voordeur. Met die sleutel kan de brandweer snel alle deuren openen, in plaats van het open maken met een stormram als de sleutel niet gevonden kan worden. Dat levert veel tijdsbesparing op als het erop aankomt!

Sociale controle

En daarmee komen we op de sociale component bij brand: het gedrag van bewoners. Wij hebben ons als studentenhuisvester altijd op het standpunt gesteld dat we niet alleen woonruimte ter beschikking stelden, maar ook de vorming van woongemeenschappen wilden stimuleren. 

In woongemeenschappen leren mensen elkaar kennen en gaat men zelf dingen regelen. De sociale controle in zo’n gemeenschap is heel belangrijk, mensen regelen dingen en waarschuwen elkaar in geval van een alarm. Je kunt brandveiligheid immers niet alleen met technische maatregelen voor elkaar krijgen. Op dat aspect zal ik zeker ingaan tijdens mijn voordracht op het Nationaal Brandveiligheidscongres 2014.

Maatschappelijk vastgoed

Over de lopende transformatie van kantoorgebouwen ben ik optimistisch: ik denk dat rond 50% daarvan een nieuwe functie kan krijgen. De vrije indeelbaarheid is daar een groot voordeel. Iets anders is het maatschappelijk vastgoed, zoals verpleeginrichtingen die leeg komen en vele overheidskantoren. 

Er liggen wel mogelijkheden voor tijdelijke verhuur, maar het wordt een grote opgave om daarvoor nieuwe bestemmingen te vinden. Inclusief de kantoorgebouwen hebben we het hier over 30 miljoen vierkante meter leegstaande gebouwen. Het Transformatieteam zal er alles aan doen om gebouweigenaren te ondersteunen bij die operatie.