0

Open Convenant Rotterdam en MKB Rijnmond: onafhankelijke sturing

Het is goed om te zien hoe mensen binnen het open convenant dat we in Rotterdam vormgeven de moed opbrengen om oude, beschermende schilden af te werpen, aldus convenantmanager Stan Roges.

Door Stan Vermeulen, directeur Roges

Het is goed om te zien hoe mensen binnen het open convenant dat we in Rotterdam vormgeven de moed opbrengen om oude, beschermende schilden af te werpen. Ze stellen zich open op voor elkaar en vertrouwen erop dat de ander daar geen misbruik van maakt. Dit alles met behoud van de onvervreemdbare rol van opdrachtgever en opdrachtnemer.

Vanaf het begin van de vormgeving van het open convenant zijn beide oorspronkelijke partners, de gemeente Rotterdam en het platform MKB Rijnmond, ervan overtuigd geweest dat ze een onafhankelijke operationele ‘kartrekker’ moesten aanstellen. Het risico van ‘de waan van de dag’ moest afdoende gepareerd worden.

Daarnaast was het voor de gemeente Rotterdam onmiddellijk duidelijk dat deze rol niet uitsluitend vanuit de zienswijze van de opdrachtgever kon worden ingevuld. Om te komen tot een vernieuwende rolinvulling als vraagpartij is – zo besefte de gemeente Rotterdam - samenwerking met de markt noodzakelijk. Dat vergt een adequate en onafhankelijke sturing. 

Spiegel voorhouden

Voor het MKB gelden vergelijkbare overwegingen. Invulling geven aan vernieuwende aanbiedersposities – vanuit het perspectief van samenwerking met de vraagzijde van de markt –kun je evenmin strikt vanuit de invalshoek van de aanbieder vormgeven.

Vanuit een onafhankelijke positie heb ik als convenantmanager de convenantpartners een spiegel mogen voorhouden. Zo kon ik tegenwicht bieden aan de natuurlijke dominantie van de opdrachtgeversrol. Deze is van oudsher in alle lagen van de gemeentelijke organisatie voelbaar en kan belemmerend zijn voor de – overigens oprecht gemeende – uitnodiging tot samenwerking. 

Tegelijkertijd stelde mijn rol mij in staat de van nature aanwezige terughoudendheid weg te nemen bij de opdrachtnemer. Deze neemt nu in de samenwerking met de opdrachtgever een volwassen, gelijkwaardige positie in.

Balans tussen ‘going concern’ en vernieuwing

De convenantprojecten leren ons dat betrokkenen voortdurend de balans moeten vinden tussen ‘going concern’ en vernieuwing. Waar in de eerste projecten wellicht teveel sprake was van ‘het project toevoegen aan de vernieuwingsgedachte van het convenant’ (met gevoeld verlies aan autonomiteit en bijbehorend ontwijkgedrag van projectverantwoordelijken) is inmiddels de weg gevonden van ‘de vernieuwingsgedachte toevoegen aan het project’ De gemeente is al meer eigenaar van zijn eigen ontwikkeling.

Zo ook is het voor de aanbodzijde niet vanzelfsprekend om de nieuwe samenwerking minder met ‘de pet in de hand’, maar meer vanuit een zich ontwikkelend zelfbewustzijn vorm en inhoud te geven. MKB-bedrijven die zich decennia lang bediend hebben van het bekende ‘u vraagt (een technische oplossing), wij draaien’- paradigma verleggen niet zomaar hun koers naar aanbod als reactie op een functionele vraagstelling.  

Doorbreken vicieuze cirkel

Het convenant tracht de volgende vicieuze cirkel te doorbreken: er komt geen nieuw aanbod, omdat er geen andere vraag wordt gesteld en er wordt geen andere vraag gesteld, omdat er geen nieuw aanbod komt. 

Nietsche wist het al: ‘ieder stelt de vraag waarop men het antwoord al weet’. We slagen er steeds beter in om niet meer ‘als vanzelf’ naar de bekende weg te vragen. Ook slagen we er steeds beter in pro-actief te informeren naar de behoeften van de klant. 

Gemeenschappelijk belang

We zijn met elkaar op weg gegaan en daar waar beweging is en een tijd lang wordt onderhouden door middel van nieuwe convenantprojecten bestaat een goede kans dat we ons doel bereiken. Het proces van leren samenwerken en daarmee onderling vertrouwen opbouwen is duidelijk in ontwikkeling. De convenantprojecten zijn daarbij geen broedplaatsen voor een houding van ‘ouwe jongens krentenbrood’. Vergeet het maar! Je zou zelfs het omgekeerde kunnen beweren: juist omdat de belangen van beide partners worden besproken, worden ze duidelijker, als gerechtvaardigd ervaren en daarmee ook meer gerespecteerd. 

In het dienen van deze belangen wordt het succes van het convenant verankerd, niet in de laatste plaats omdat beide convenantpartners elkaar snel weten te vinden in het gemeenschappelijke belang: het realiseren van een goede leef- en werkomgeving voor de burgers van de stad Rotterdam tegen zo laag mogelijke kosten.

Over de auteur
Stan Vermeulen is directeur van Stichting Roges en vervult binnen het convenant in Rotterdam de rol van convenantmanager. Stichting Roges zet in op 'in meer of mindere mate intensieve samenwerking met andere organisaties en bedrijven om te bevorderen dat er een nieuwe inkooppraktijk ontstaat'. 

e-mail: stan.vermeulen@roges.nl, tel. 013-5333999 of 06-53410182

Kennispartnerproject Open convenant Rotterdam MKB-Rijnmond
Op initiatief van het midden- en kleinbedrijf uit de regio Rijnmond sloot de gemeente Rotterdam een open convenant met het MKB. Dat betekent dat ze open en eerlijke afspraken maakten over hun behoeften en gewenste investeringen. SBRCURnet is hierbij ingezet in het kader van het Kennispartnerprogramma van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid (O&O-fonds).