0

Verantwoord gevelonderhoud : gezonder en minder milieubelastend aan het werk

‘Praktijkwijzer Verantwoord Gevelonderhoud’ is de titel van een nieuwe publicatie van de SBR die op 22 november wordt gepresenteerd tijdens een symposium in Amersfoort. Maar wat verstaan we eigenlijk onder verantwoord gevelonderhoud?

‘Praktijkwijzer Verantwoord Gevelonderhoud’ is de titel van een nieuwe publicatie van de SBR die op 22 november wordt gepresenteerd tijdens een symposium in Amersfoort. Maar wat verstaan we eigenlijk onder verantwoord gevelonderhoud?

Naast energiebesparende maatregelen wordt het gebruik van duurzame materialen steeds belangrijker. Bij het onderhoud aan gevels van woningen en gebouwen worden veel verschillende producten en materialen gebruikt. Deze kunnen belastend zijn voor de mensen die ermee werken en voor het milieu.

Om verantwoord gevelonderhoud uit te voeren met duurzame materialen worden in de ‘Praktijkwijzer Verantwoord Gevelonderhoud’ van SBR drie aspecten genoemd:

  • De mate van mens- en milieubelasting van een product of materiaal gedurende de gehele levenscyclus;
  • De mate van mens- en milieubelasting van een product, materiaal en werkmethode tijdens het gebruik;
  • De prestatie van een product of materiaal in relatie tot de eisen of wensen.

Deze drie aspecten moeten met elkaar in evenwicht zijn om van verantwoord gevelonderhoud te kunnen spreken (zie bijgaand schema). Bijvoorbeeld: een verfproduct dat op een zeer milieuvriendelijke en energieneutrale wijze is gefabriceerd, maar een eindproduct oplevert met kankerverwekkende stoffen is niet verantwoord. Evenmin een verfproduct dat geen gevaarlijke stoffen bevat, goed is gefabriceerd, uit hernieuwbare grondstoffen bestaat, maar na een jaar van de kozijnen bladdert.

Levenscyclus

De mate van mens- en milieubelasting van een product of materiaal gedurende de gehele levenscyclus is zeer bepalend. Om inzicht te krijgen in de duurzaamheid van bouw- en onderhoudsproducten kan een levenscyclusanalyse (LCA) worden uitgevoerd. Hierbij wordt op een systematische wijze in kaart gebracht wat de milieubelasting is van een product in de verschillende levensfasen, zoals de productie-, de constructie-, de gebruiks- en de eindfase.

Van veel onderhoudsproducten is nog niet bekend wat de mens- en milieubelasting is gedurende de gehele levenscyclus. In een vergelijking tussen de in de praktijkwijzer genoemde 146 productentypen en materialen en de LCA data blijkt dat er voor 106 nog een LCA moet worden doorgerekend.

In de meeste LCA-berekeningen wordt de schadelijkheid van producten voor de gebruiker op de bouwplaats niet meegeteld en ook de emissies van gevaarlijke stoffen naar het binnenklimaat worden niet meegerekend.

Tijdens gebruik

Omdat in de meeste (LCA) methoden de directe belasting voor mens en milieu van onderhoudsproducten tijdens het gebruik niet wordt doorgerekend, is hieraan in de praktijkwijzer aandacht geschonken.
Eerst is geïnventariseerd welke onderhoudsproducten in de dagelijkse praktijk van woningcorporaties en onderhoudsbedrijven het meest worden gebruikt. Vervolgens is geanalyseerd welke gevaarlijke stoffen deze onderhoudsproducten bevatten. Hierbij vielen een aantal ‘natuur’verven door de mand. Met deze informatie wordt het mogelijk bewuster te kiezen en voor onderhoudsproducten met zeer gevaarlijke stoffen een gezonder en minder milieubelastend alternatief te vinden.

Eisen of wensen

Het derde aspect betreft de prestatie van een product of materiaal in relatie tot de eisen of wensen. Van onderhoudsproducten wordt immers een bepaalde prestatie verwacht. Dit kan de functionaliteit zijn, bijvoorbeeld schimmelwering, slijtvastheid of waterwerendheid. Ook de levensduur van een onderhoudsproduct of de tijd dat een product of systeem functioneert, is belangrijk.

In verantwoord gevelonderhoud is de levensduur van belang. Hoe langer de intervalperiode, des te minder onderhoud hoeft te worden uitgevoerd, althans bij voortdurende exploitatie van de woningen of gebouwen. Minder onderhoud betekent minder mens- en milieubelasting en minder materiaal- en energieverbruik.

In verband met de hoeveelheid invloedsfactoren op de levensduur van bouwmaterialen, is in de praktijkwijzer gekozen voor een prestatieomschrijving om de kwaliteit van het proces te kunnen borgen. Hiervoor is een koppeling gelegd met de prestatiemethodiek van het Verf Advies Centrum (VAC). Voor de initiële productkwaliteit van verven en verwante producten is een koppeling gelegd met de kwaliteitsomschrijvingen van het Centrum voor Onderzoek en Technisch advies (COT). In een kwaliteitsomschrijving gaat het om de prestaties die van de producten en systemen verwacht mogen worden, zoals levensduur en verwerking.
Tips voor invoering

In de praktijkwijzer worden tips gegeven voor de invoering in de praktijk. Het invoeren van verantwoord gevelonderhoud binnen een organisatie kan het snelste plaatsvinden door het in een bestaand systeem te integreren, zoals het managementsysteem voor kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu (KAM), EMAS, ISO 14001, ISO 26000 of de MVO prestatieladder.

Om verantwoord gevelonderhoud tot stand te brengen, moet het (top)management achter de verandering staan. Het is gewenst iemand binnen de organisatie aan te stellen als projectmanager om verantwoord gevelonderhoud te kunnen realiseren en draagvlak te creëren . Tijdens de uitvoering van de proefprojecten bleek er op de werkvloer weerstand te bestaan tegen het gebruik van onbekende producten en nieuwe werkmethoden. Verantwoord gevelonderhoud vraagt om goed geïnformeerd en gemotiveerd personeel. Via opleidingen en het uitvoeren van proefprojecten kunnen medewerkers kennis opdoen over verantwoord gevelonderhoud.

Klik hier voor meer informatie over het SBR symposium en de ‘Praktijkwijzer Verantwoord Gevelonderhoud’.

Dit artikel van Harm Jellema is eerder verschenen in Eisma’s Schildersblad.