0

Waarom pre-concurrentieel ontwikkelen een must is bij complexe bouwopgaven

Lees de blog Waarom pre-concurentieel ontwikkelen een must is bij complexe bouwopgaven, door Perica Savanovic, programmamanager Integraal Samenwerken bij SBRCURnet.

door Perica Savanović, programmamanager Integraal Samenwerken SBRCURnet

Welke voordelen biedt een pre-concurrentiële aanpak? En hoe zou deze zich verder kunnen (of misschien zelfs moeten?) ontwikkelen op De Bouwcampus? Tijdens de opening van De Bouwcampus op 13 januari jl. ging ik in op deze vragen tijdens een korte interactieve sessie.

Waarom simplificeren we graag?

Er wordt al jarenlang geconstateerd dat de maatschappelijke opgaven, de gebouwde omgeving en de wereld in het algemeen steeds complexer worden. Hoe complex, blijft uiteraard onderwerp van discussie.

Een interessanter, en vaak vergeten aspect, is dat we meestal reageren op de toenemende complexiteit met de zoektocht naar vereenvoudiging. Dit is begrijpelijk als einddoel. Want we willen van nature immers kunnen bevatten waar we ons in bevinden, én waar we ons naar toe (willen) bewegen. Maar dit is minder begrijpelijk als je nadenkt over de mánier waarop we het einddoel willen bereiken: waarom willen we die weg er naartoe ook bijna automatisch zoveel mogelijk simplificeren?

We bevinden ons als brede bouw telkens in de modus van simpele oplossingen, gecompliceerde oplossingen, of beide. Daarmee bedoel ik dat als de bekende oplossingen niet meer voldoen, we er wel denken te  kunnen komen door het samenbrengen van experts,  het verder doen van onderzoek of beide.

Oftewel: de huidige modus is dat een duidelijke ‘SMART’ definitie van de gecompliceerde probleemstelling, gevolgd door een onderzoek leidt tot nieuwe innovaties, die we dan kunnen toepassen in gegeven complexe opgaven.

Co-creërend experimenteren

Maar wat als je de vraagdefinitie door de complexiteit niet eenduidig en SMART kunt bepalen? Dan voldoen de ‘simpele’ en ‘gecompliceerde’ aanpakken en oplossingen niet meer. Dan moet je door experimenten in de complexe praktijk naar nieuwe patronen zoeken. En daarbij zal je nieuwe aanpakken en oplossingen samen moeten creëren. Een aanpak die doorgaans veel inspanning en investering vergt (in ‘simpele’ en ‘gecompliceerde’ termen). En als je zo’n aanpak bovendien in afzonderlijke projecten en in hevige concurrentie moet uitvoeren, dan helpt dat uiteraard ook niet.

Een pre-concurrentiële aanpak die voorbij gaat aan het alleen samenbrengen van experts en het doen van meer SMART onderzoek, biedt dan mijns inziens de oplossing: zo kun je co-creërend  sturen op het blijvend leveren van kwaliteit in (steeds) complexe(re) opgaven. Hiermee bedoel ik dat  we de marktvisie voor de bouw zouden moeten vertalen naar het pre-concurrentieel creëren van verschillende soorten – maar tegelijkertijd in te zetten –ontwikkellijnen per geschikt type complex bouwproject.

Daar waar de traditionele pre-concurrentiële aanpak streeft naar standaardisaties, bijvoorbeeld bij aanbestedingen, technische oplossingen of beide (en het liefst met ‘garantie’ op succes), heeft een op complexiteit gerichte pre-concurrentiële aanpak als doelstelling ingewikkelde opgaven experimenteel steeds ‘SMARTER’ op te lossen. Trek je  deze ‘complexe aanpak’ vervolgens door  in afzonderlijke grote, langdurige en uiteraard complexe (series van) projecten, dan kun je  de bouwprojectenomgevingen ook gericht gebruiken voor continue ontwikkelingen.

Bruggen als voorbeeld

Ik neem een bruggenopgave als voorbeeld: je start met een aantal pre-concurrentieel bepaalde ontwikkellijnen, en zet die gelijktijdig in. Zo ga je niet standaardiseren, maar steeds verder vernieuwen. Met als gevolg dat je laatste brug vele malen beter is dan de eerste (kwalitatief krijg je een steeds waardevoller product, en kwantitatief een steeds goedkoper proces; dus je hebt steeds minder energie voor beide nodig).

Voeg je aan een opgave zoals ik hierboven schets een gelijk optrekkend SMART onderzoek toe, waarbij je deze ‘projecten als ontwikkelomgevingen’ beschouwt, dan kun je de potentie van de ‘complexe bouw’ nader duiden. Zo vernieuw je het proces continue en reflectief (in plaats van dat je probeert het te voeden met de toe te passen onderzoeksresultaten).  

Positieve kwaliteitsdraai

Als we uit de vertrouwde simplificaties durven te stappen als bouw, dan biedt dit volgens mij een voedingsbodem (in de breedste zin van het woord). Een voedingsbodem waardoor de bouw  niet  voornamelijk als een kostenpost meer wordt gezien, maar primair als waarde toevoegende sector in de Nederlandse kenniseconomie.

En een plek zoals De Bouwcampus biedt mijns inziens een prachtige kans om, beginnend met een ‘complexe pre-concurrentiële aanpak’, eindelijk een positieve kwaliteitsdraai aan de kenmerkende bouwterm ‘capaciteitsaanbieder’ te kunnen geven; zo kunnen we met  vakmanschap gekoppeld aan technologie via ieder nieuw bouwproject een bijdrage leveren aan het verhogen van kwaliteit in de complexe diversiteit van gebouwde omgeving. En daarmee aan de maatschappij.

Reacties

Wim Verburg op 25 februari 2016

Beste Perica, Pre-concurrentieel samenwerken is zeker een goed idee. In principe is dit goed voor iedere deelnemen. Het zal echter anders ervaren worden. Ik denk dat potentiële deelnemers vinden dat ze hun goede ideeën om niet 'op straat gooien' en hierdoor juist achter het net zullen vissen. Om het van de grond te krijgen is het volgens mij wenselijk om een oplossing te vinden voor het verdelen van de baten en de kosten. De onlangs vergunde sluis in het Noordzeekanaal onderschrijft m.i. mijn vermoeden. De winnende combinatie heeft een beter plan dan de andere deelnemers. Dit hebben 'de winnaars' bedacht. Als ze hun plannen pre-concurrentieel ingebracht zouden hebben zouden ze mogelijk niet gescoord hebben. Hierbij ga ik er dan wel van uit dat andere geen goede ideeën in zouden brengen. In principe is het dus wel een goed idee. De praktijk ervaart dit waarschijnlijk anders. Met groet, Wim Verburg

delete

Perica Savanovic op 27 februari 2016

Beste Wim, Dank voor je reactie. Het biedt mogelijkheid om de tekst nader toe te lichten. Het was mede op basis van de argumenten die jij aanvoert dat ik ook dit blog geschreven heb. Daarom juist daarin de focus op het gelijktijdig inzetten van verschillende ontwikkellijnen, waaronder het voorbeeld dat je benoemt ook zou kunnen vallen. Het gaat er dan niet om hoe je een oplossing(richting) voor een ontwikkellijn selecteert, maar hoe je pre-concurrentieel relevante ontwikkellijnen bepaalt. En dan zou je inderdaad naar het verdelen van baten en kosten, in relatie tot beschikbare projecten moeten kijken. Maar vooral vanuit het oogpunt dat de projecten voor verdere uitwerking van de ingezette ontwikkellijnen zouden moeten dienen, de (tussen)resultaten waarvan tot regelmatige aanscherping en aanpassing zouden leiden. En direct gericht zouden worden ingezet voor het verder leren en kennis overbrengen in 'de bouw'. Met vriendelijke groet, Perica

delete

Reageer