0
DTS® dorpel, naar buiten draaiende deur

DTS® dorpel, naar buiten draaiende deur

Detailnummer P.354.0.3.01.DTS
Titel DTS® dorpel, naar buiten draaiende deur
Datum 01-09-2008
Draagstructuur meerdere draagstructuren mogelijk
Langsgevelopbouw gemetseld binnenspouwblad en gemetseld buitenspouwblad
Kopgevelopbouw niet van toepassing
Vloertype bekistingsplaatvloer
Bouwmuurtype niet van toepassing
Variant-detail DTS® dorpel, naar buiten draaiende deur

Afbeelding

Image

Bouwfysische prestaties

Bouwdelen

Bouwdeel Rc of U0,13 RA Bouwdeel Rc of U0,13 RA
(m2·K)/W W/(m2·K) dB(A) (m2·K)/W W/(m2·K) dB(A)
deur 3,40 29,9 vloer 3,00

Knooppunt

Ψ k Ψ phpp Ψ gr Θ s;i;0,25 of Θ s;i;0,50 n;0,25 of f n;0,50 vast draaiend dakvoet lek DnT,A,k LnT,A
W/(m1·K) °C °C dm3/(S·m1·Pan) dm3/(S·Pan) dB dB
0,320 14,37 0,80 0,05 0,15

Aanbevelingen

Ontwerp

  • Geef, indien geen stapelbouw, een elastische voeg aan tussen vloer en binnenspouwblad. Dit voorkomt scheurvorming. Het gemetseld/gelijmd binnenspouwblad is dan niet dragend en vervult geen stabiliteitseis.
  • De massa van een vloer boven een onverwarmde ruimte moet ≥ 600 kg/m² zijn. Bij toepassing van lichtere toeslagstoffen (menggranulaat) zal de dikte van de vloer hierop aangepast moeten worden, bijv. constructievloer 230 mm + dekvloer 50 mm.
  • Ontwerp een luchtspouw van ≥ 40 mm, zodat in de praktijk een luchtspouw van ≥ 30 mm wordt gerealiseerd (zie NPR 2652).
  • Schrijf ter voorkoming van houtrot een duurzame behandeling voor van het hout dat in een vochtige omgeving (bijv. in niet-controleerbare luchtspouwen) wordt toegepast.
  • Geef extra isolatie aan ter plaatse van de overgangen tussen verwarmde en onverwarmde ruimten (in verband met de vereiste f-factor).
  • Schrijf voor dat de openingen in uitwendige scheidingsconstructies niet groter mogen zijn dan 10 mm (voorkomen toetreding ongedierte). Aandachtspunten: dakvoet, nok, hoekkeper, kilgoten, open stootvoegen.
  • Geef in verband met de toegankelijkheid opstanden aan van maximaal 20 mm boven het niveau van de afgewerkte vloer. Geef dit niveau op tekening aan en zie erop toe dat de vloerafwerking bij de ingebruikneming van het gebouw aanwezig is. Deze vloerafwerking is een onderdeel van de bouwaanvraag en dus een onderdeel van het gebouw.
  • Geef bij voorkeur de luchtdichting in een 'aanslag' en in één vlak aan. Verschuiven tijdens de montage en onderbroken dichtingen worden hiermee voorkomen. Bereken de voegafmetingen in relatie met het gewenste dichtingsmateriaal.
  • Schrijf in verband met de gewenste luchtdichtheid (zie ook de EPC-berekening) goed knevelende 2- en 3-puntssluitingen voor.
  • Voorkomen teveel watertoevoer door de ‘kopzijde’ van de beplating dicht te zetten met gecontramalde metalen afdichting of polyetheenband.

Uitvoering

  • Beëindig waterdichte lagen boven kozijnen met een kopschot (minimaal 20 mm hoog) of laat deze laag aan beide zijden 100 mm voorbij de dagmaat doorsteken.
  • Maak de open stootvoegen (en andere openingen in de uitwendige scheidingsconstructies) niet breder dan 10 mm of breng een roostertje, vogelschrootprofiel of gaas aan om toetreding van ongedierte te beperken.
  • Voorkom onvoldoende luchtdichting en tocht door het hang- en sluitwerk goed knevelend (denk aan de bedienbaarheid) af te stellen.
  • Bescherm prefab-beton tijdens de uitvoeringsfase.
  • Breng EPS-, minerale wol- of foam-stroken tussen dekvloer en bouwmuren / dorpels met een breedte-overmaat aan en snijd de overmaat van deze stroken na het aanbrengen van de dekvloer af.
  • Breng voor een zwakke spouwventilatie open stootvoegen h.o.h. 1,0 m aan. Aanbevolen plaatsen: op drie lagen boven het maaiveld, onder de goot/dakrand, onder raamdorpelstenen/waterslagen.
  • Ga na, voordat de kitvoeg tussen kozijn en galerij wordt aangebracht, of de goot in de betonnen galerijplaat schoon is. Zorg voor voldoende ruimte (>= 8 mm) tussen kozijn en galerij om een goed functionerende kitvoeg aan te kunnen brengen.

Voorbereiding

  • Laat in verband met de gebruikelijke weersomstandigheden zoveel mogelijk luchtdichtingen in de fabriek/werkplaats aanbrengen. Houd rekening met de gebruikelijke toleranties.
  • Vraag tijdig de meest recente uitvoeringsinstructies op en bespreek deze met de uitvoerende medewerkers.