0
Foamglas Perinsul

Foamglas Perinsul

Detailnummer P.355.0.1.01.FG
Titel Foamglas Perinsul
Datum 01-10-2015
Draagstructuur meerdere draagstructuren mogelijk
Langsgevelopbouw houten binnenspouwblad en gemetseld buitenspouwblad
Kopgevelopbouw niet van toepassing
Vloertype breedplaatvloer
Bouwmuurtype niet van toepassing
Variant-detail Foamglas Perinsul

Afbeelding

Image

Bouwfysische prestaties

Bouwdelen

Bouwdeel Rc of U0,13 RA Bouwdeel Rc of U0,13 RA
(m2·K)/W W/(m2·K) dB(A) (m2·K)/W W/(m2·K) dB(A)
gevel 4,50 vloer 6,00

Knooppunt

Ψ k Ψ phpp Ψ gr Θ s;i;0,25 of Θ s;i;0,50 n;0,25 of f n;0,50 vast draaiend dakvoet lek DnT,A,k LnT,A
W/(m1·K) °C °C dm3/(S·m1·Pan) dm3/(S·Pan) dB dB
-0,01 ≥0,65 0,01

Aanbevelingen

Ontwerp

  • Schrijf de correcte dynamische stijfheid van het isolatiemateriaal voor. De dynamische stijfheid van de verende laag bepaalt in grote mate de geluidsisolatie (zie voor verdere info hoofdstuk 2 uitgangspunten, SBR-uitgave 485 en de NPR 5070). Behalve een verend opgelegde dekvloer kan ook volstaan worden met een massieve vloer (gietbouw: ≥ 750 kg/m², stapelbouw: ≥ 800 kg/m²).
  • Schrijf de juiste dikte van de dekvloer voor. Voor de variabelen raadpleeg hoofdstuk 2.
  • Schrijf bij voorkeur een zelfverdichtende dekvloer voor (bijv. calciumsulfaat). Indien gekozen wordt voor een 'gesmeerde' vloer is een grotere dikte nodig. Raadpleeg SBR 485.
  • Ontwerp een luchtspouw van ≥ 40 mm, zodat in de praktijk een luchtspouw van ≥ 30 mm wordt gerealiseerd (zie NPR 2652).
  • Schrijf ter voorkoming van houtrot een duurzame behandeling voor van het hout dat in een vochtige omgeving (bijv. in niet-controleerbare luchtspouwen) wordt toegepast.
  • Geef ter voorkoming van vochtproblemen bij opgaand werk een correct uitgevoerde waterdichte laag aan. De aandachtspunten zijn opgenomen in de begrippenlijst.
  • Geef de inmetselhoogte van het lood in het opgaand werk ≥ 30 mm hoger dan de dakrand aan.
  • Ga in het verwerkingsvoorschrift na of de geselecteerde koudebrugonderbreking in de betreffende situatie gebruikt kan worden. Raadpleeg ook de CUR-aanbeveling 71 'Gevels in metselwerk'.
  • Schrijf voor dat de openingen in uitwendige scheidingsconstructies niet groter mogen zijn dan 10 mm (voorkomen toetreding ongedierte). Aandachtspunten: dakvoet, nok, hoekkeper, kilgoten, open stootvoegen.
  • In het gevelmetselwerk zijn geen ventilatie-openingen nodig om de luchtspouw te ventileren. Bij de berekening van de Rc-waarde is uitgegaan van een zwak geventileerde spouw. Indien het aantal mm2 ventilatieopening per m1 gevel kleiner dan 500mm2/m1 bedraagt, mag de spouw als een niet-geventileerde spouw worden beschouwd. Indien een reflecterende folie op de spouwisolatie wordt toegepast mag de Rc-waarde van een niet-geventileerde spouw met 0,12 m2K/W verhoogd worden.

Uitvoering

  • Breng ter voorkoming van onvoldoende luchtdichtheid het dichtingsmateriaal tussen het houten element en de aansluitende constructie klemmend of volledig gevuld en over de totale lengte aan. Ga vooraf na of het dichtingsmateriaal de naad voldoende dicht (let op de max. toelaatbare vervorming (MTV)).
  • Breng de folie zorgvuldig aan, plak de naden af. Voorkomen moet worden dat de anhydriet dekvloer contact maakt met de constructievloer.
  • Na het metselen en tijdens neerslag spouwen en metselwerk afdekken.
  • Plaats de cellenbeton koudebrug onderbreking 10 mm binnen de gevellijn (i.v.m. hinder t.g.v. de stelprofielen).
  • Monteer (en onderkauw) zorgvuldig de ankers op de door de leverancier aangegeven plaatsen om te voldoen aan de constructieve eisen.
  • Dicht de voeg boven de waterdichte laag in het metselwerk niet af met voegspecie, maar strijk deze voeg door of breng een kitvoeg aan. Laat de open stootvoeg vrij tot op de waterdichte laag.
  • Breng EPS-, minerale wol- of foam-stroken tussen dekvloer en bouwmuren / dorpels met een breedte-overmaat aan en snijd de overmaat van deze stroken na het aanbrengen van de dekvloer af.
  • Voorkom zoveel mogelijk ingesloten vocht bij een gesmeerde afschotlaag.
  • Breng open stootvoegen aan (h.o.h. 1,0 m) voor waterafvoer. Aanbevolen plaatsen: direct op waterdichte lagen, direct op de fundering.
  • Maak bij waterdichte lagen de onderlinge verbindingen zorgvuldig waterdicht. Loodstroken max. 1500 mm breed in verband met vermijden scheurvorming. Overige aandachtspunten zie begrippenlijst.
  • Maak de open stootvoegen (en andere openingen in de uitwendige scheidingsconstructies) niet breder dan 10 mm of breng een roostertje, vogelschrootprofiel of gaas aan om toetreding van ongedierte te beperken.
  • Breng EPS-, minerale wol- of foam-strook kort voor het aanbrengen van de dekvloer aan om beschadiging te voorkomen.

Voorbereiding

  • Vraag een afschot isolatie berekening conform NEN 1068 / NPR 2068 op bij de applicateur
  • Bestel een klemstrip voor het vastzetten van de waterdichte laag. Extra achterhout is gezien de stijlafstand niet nodig.
  • Vraag tijdig de meest recente uitvoeringsinstructies op en bespreek deze met de uitvoerende medewerkers.