0
houten kozijn, Kingspan® spouwisolatie, Rc,gevel ≥ 3,5 (m2.K)/W

houten kozijn, Kingspan® spouwisolatie, Rc,gevel ≥ 3,5 (m2.K)/W

Detailnummer P.203.0.3.01.1.KSI
Titel houten kozijn, Kingspan® spouwisolatie, Rc,gevel ≥ 3,5 (m2.K)/W
Datum 01-09-2009
Draagstructuur meerdere draagstructuren mogelijk
Langsgevelopbouw gemetseld binnenspouwblad en gemetseld buitenspouwblad
Kopgevelopbouw niet van toepassing
Vloertype niet van toepassing
Bouwmuurtype niet van toepassing
Variant-detail houten kozijn, Kingspan® spouwisolatie, Rc,gevel ≥ 3,5 (m2.K)/W

Afbeelding

Image

Bouwfysische prestaties

Bouwdelen

Bouwdeel Rc of U0,13 RA Bouwdeel Rc of U0,13 RA
(m2·K)/W W/(m2·K) dB(A) (m2·K)/W W/(m2·K) dB(A)
gevel 3,50 51,0 raam 1,80 27,6

Knooppunt

Ψ k Ψ phpp Ψ gr Θ s;i;0,25 of Θ s;i;0,50 n;0,25 of f n;0,50 vast draaiend dakvoet lek DnT,A,k LnT,A
W/(m1·K) °C °C dm3/(S·m1·Pan) dm3/(S·Pan) dB dB
0,043 16,64 0,92 0,05 0,15

Aanbevelingen

Ontwerp

  • Schrijf ter voorkoming van houtrot een duurzame behandeling voor van het hout dat in een vochtige omgeving (bijv. in niet-controleerbare luchtspouwen) wordt toegepast.
  • Geef ter voorkoming van vochtproblemen een correct uitgewerkte waterdichte laag aan boven geveldoorbrekingen (o.a. kozijnen). De aandachtspunten zijn opgenomen in de begrippenlijst.
  • Geef aan dat de oplegging van de stalen latei glijdend moet worden uitgevoerd (raadpleeg de leverancier over de correcte uitvoering).
  • Schrijf, indien van toepassing, ventilatieroosters voor die gemakkelijk zijn te reinigen.
  • Geef bij voorkeur de luchtdichting in een 'aanslag' en in één vlak aan. Verschuiven tijdens de montage en onderbroken dichtingen worden hiermee voorkomen. Bereken de voegafmetingen in relatie met het gewenste dichtingsmateriaal.
  • Schrijf in verband met de gewenste luchtdichtheid (zie ook de EPC-berekening) goed knevelende 2- en 3-puntssluitingen voor.

Uitvoering

  • Voorkom onvoldoende luchtdichting en tocht door het hang- en sluitwerk goed knevelend (denk aan de bedienbaarheid) af te stellen.
  • Luchtspouwen achter de isolerende laag moeten vanwege het teruglopen van de isolatiewaarde (volgens NEN 1068: 50%) worden vermeden. Vermijd of verwijder daarom specie- en lijmbaarden en/of pas isolatie toe die naadloos aansluit op het binnenspouwblad.
  • Vermijd naden tussen de isolatieplaten onderling en tussen de isolatieplaten en de aansluitende constructies waardoor de isolatiewaarde vermindert. Isolatie zorgvuldig maatvoeren, afsnijden en zonodig bij de hoeken dichtbinden.
  • Breng de isolatieplaten aan de spouwzijde in één vlak aan en isoleer niet hoger en verder dan tot waar die dag wordt gemetseld om vochttoetreding en beschadiging te voorkomen. Na het metselen en tijdens neerslag spouwen en metselwerk afdekken.
  • Dicht de voeg boven de waterdichte laag in het metselwerk niet af met voegspecie, maar strijk deze voeg door of breng een kitvoeg aan. Laat de open stootvoeg vrij tot op de waterdichte laag.
  • De waterdichte laag boven kozijnen in de breedte uitvoeren uit één stuk (indien folie: met kunststof hoek). Zet de waterdichte laag vast met een knelstrip. Afkitten is niet nodig, behalve bij betonnen binnenspouwbladen. De waterdichte laag 15 mm omslaan op het kozijn (conform NPR 2652). Indien de gebruikelijke negge van 50 tot 75 mm wordt aangehouden, kan lood in de lengte uit één stuk worden gemaakt (dan ontbreekt zonbelasting).
  • Breng waterwerende (of waterdichte) lagen dakpansgewijs aan.
  • Vanwege het gegeven dat het hout in de spouw voor onderhoud niet meer bereikbaar is en de vochtigheid meestal hoog is, moet het hout worden behandeld (laagdikte 80 mu) of moet het hout van voldoende duurzaamheid worden toegepast.
  • Beëindig waterdichte lagen met een kopschot (minimaal 20 mm hoog).

Voorbereiding

  • Bepaal in overleg met de leveranciers (en/of constructeur/architect) van gemetselde/gelijmde binnen- en buitenspouwbladen, lateien en metselwerkondersteuningen, de plaats en de uitvoering van de dilatatievoegen. Ter plaatse van de bouwmuur zal het buitenmetselwerk gedilateerd moeten worden (behalve bij kleine penanten max. lengte 0,50 m).
  • Laat in verband met de gebruikelijke weersomstandigheden zoveel mogelijk luchtdichtingen in de fabriek/werkplaats aanbrengen. Houd rekening met de gebruikelijke toleranties.
  • Vraag tijdig de meest recente uitvoeringsinstructies op en bespreek deze met de uitvoerende medewerkers.