0
ankerloze spouwmuur, SKD-dakdetail, Rcdak ≥ 6,0 (m2.K)/W

ankerloze spouwmuur, SKD-dakdetail, Rcdak ≥ 6,0 (m2.K)/W

Detailnummer P.402.2.0.03.T1.1.SKD
Titel ankerloze spouwmuur, SKD-dakdetail, Rcdak ≥ 6,0 (m2.K)/W
Datum 01-07-2011
Draagstructuur kalkzandsteen
Langsgevelopbouw niet van toepassing
Kopgevelopbouw niet van toepassing
Vloertype niet van toepassing
Bouwmuurtype ankerloze spouwmuur
Variant-detail ankerloze spouwmuur, SKD-dakdetail, Rcdak ≥ 6,0 (m2.K)/W

Afbeelding

Image

Bouwfysische prestaties

Bouwdelen

Bouwdeel Rc of U0,13 RA Bouwdeel Rc of U0,13 RA
(m2·K)/W W/(m2·K) dB(A) (m2·K)/W W/(m2·K) dB(A)
dak 6,00 36,0 dak 6,00 36,0

Knooppunt

Ψ k Ψ phpp Ψ gr Θ s;i;0,25 of Θ s;i;0,50 n;0,25 of f n;0,50 vast draaiend dakvoet lek DnT,A,k LnT,A
W/(m1·K) °C °C dm3/(S·m1·Pan) dm3/(S·Pan) dB dB
0,030 16,94 0,94 0,10 52

Aanbevelingen

Ontwerp

  • Schrijf uitsluitend (dak)elementen voor met een akoestische prestatie van DnT,A,k ≥ 54 dB (Ilu;k ≥ 0 dB) (zie attest), wanneer aan één of twee zijden van de bouwmuur een verblijfsgebied is aangegeven.
  • Geef een maximale maat aan van 40 mm tussen onderzijde panlat en bovenzijde bouwmuur. Dit verbetert de akoestische prestatie.
  • Geef een waterwerende, dampdoorlatende laag aan (wwdd-laag). Bij niet-verticale constructies (bijv. pannendaken) deze laag zodanig aangeven dat doorgeslagen water, bijv. langs de gootbeugels, tot buiten de constructie wordt afgevoerd. De laag voorkomt vochtproblemen en beschermt de isolatie tijdens de uitvoering.
  • Raadpleeg het A-blad hellende daken, daarin worden richtlijnen gegeven voor diktes van panlatten, folies en detailleringen waardoor veiliger op het dak kan worden gewerkt.

Uitvoering

  • Breng de luchtdichting tussen het dakelement en de bouwmuur aan, nadat de pannen zijn gelegd.
  • Vul vanwege de akoestische eisen, de ruimte tussen bovenzijde bouwmuur en onderzijde panlat zorgvuldig met minerale wol en ga in het attest na of er daarnaast nog stroken minerale wol tussen de panlatten nodig zijn.
  • Voorkom luchtstroming (convectie) door de naden tussen bouwmuur en dakelementen zorgvuldig af te dichten (afplakken geeft extra zekerheid).
  • Breng ter voorkoming van onvoldoende luchtdichtheid het dichtingsmateriaal tussen het houten element en de aansluitende constructie klemmend of volledig gevuld en over de totale lengte aan. Ga vooraf na of het dichtingsmateriaal de naad voldoende dicht (let op de max. toelaatbare vervorming (MTV)).
  • Houd steeds een gelijke afstand tussen de dakelementen aan om de luchtdichting (banden) daarna correct te kunnen aanbrengen.
  • Werk de eventuele beschadigingen aan de bovenzijde van de bouwmuur vlak af om omloopgeluid te vermijden.
  • Vermijd akoestische koppelingen en maak daarom geen (prefab) doorlopend regelwerk en beplating tussen twee woningen (ter plaatse van vloer- en dakranden, bouwmuren).

Voorbereiding

  • Bestel voor de onder de panlatten ter plaatse van de bouwmuur aan te brengen minerale wol met een minimumdikte van 40 mm; in verband met de maatvoering ook voor de kopgevels. Dit beperkt geluidsoverdracht.
  • Bestel voor de (eventueel) tussen de panlatten aan te brengen minerale wol een goed indrukbaar product. Dit voorkomt opdrukken van de pannen.
  • Bestel ter bevestiging of ter bescherming van isolatie tussen houten elementen een waterwerende, dampdoorlatende laag (N.B.: uit de praktijk blijkt, dat de 'gaatjesfolie' onvoldoende dampopen is).
  • Vraag tijdig de meest recente uitvoeringsinstructies op en bespreek deze met de uitvoerende medewerkers.