0
Bekistingsplaatvloer, Kingspan® Unidek Aero 6.0, Kingspan® Therma TW50

Bekistingsplaatvloer, Kingspan® Unidek Aero 6.0, Kingspan® Therma TW50

Detailnummer P.401.0.3.01.T1.3.KST
Titel Bekistingsplaatvloer, Kingspan® Unidek Aero 6.0, Kingspan® Therma TW50
Datum 06-09-2011
Draagstructuur meerdere draagstructuren mogelijk
Langsgevelopbouw gemetseld binnenspouwblad en gemetseld buitenspouwblad
Kopgevelopbouw niet van toepassing
Vloertype bekistingsplaatvloer
Bouwmuurtype niet van toepassing
Variant-detail Bekistingsplaatvloer, Kingspan® Unidek Aero 6.0, Kingspan® Therma TW50

Afbeelding

Image

Bouwfysische prestaties

Bouwdelen

Bouwdeel Rc of U0,13 RA Bouwdeel Rc of U0,13 RA
(m2·K)/W W/(m2·K) dB(A) (m2·K)/W W/(m2·K) dB(A)
gevel 5,00 51,0 dak 6,00 36,0

Knooppunt

Ψ k Ψ phpp Ψ gr Θ s;i;0,25 of Θ s;i;0,50 n;0,25 of f n;0,50 vast draaiend dakvoet lek DnT,A,k LnT,A
W/(m1·K) °C °C dm3/(S·m1·Pan) dm3/(S·Pan) dB dB
0,006 17,28 0,96 0,015

Drie vlaks combinatie

3 - vlaks in combinatie met details: Θ s;i;0,25 of Θ s;i;0,50 n;0,25 of f n;0,50
°C °C

Aanbevelingen

Ontwerp

  • Ontwerp een luchtspouw van ≥ 40 mm, zodat in de praktijk een luchtspouw van ≥ 30 mm wordt gerealiseerd (zie NPR 2652).
  • Geef een onderbreking aan tussen gevelspouw en dakspouw. Een open verbinding tussen deze spouwen moet worden vermeden.
  • Geef een waterwerende, dampdoorlatende laag aan (wwdd-laag). Bij niet-verticale constructies (bijv. pannendaken) deze laag zodanig aangeven dat doorgeslagen water, bijv. langs de gootbeugels, tot buiten de constructie wordt afgevoerd. De laag voorkomt vochtproblemen en beschermt de isolatie tijdens de uitvoering.
  • Geef ter bescherming van de isolatie een waterwerende, dampdoorlatende laag van voldoende breedte aan indien de isolatie ook wordt gebruikt om een spouw dicht te zetten.
  • Geef in verband met Arbo voorzieningen aan waarmee inspectie en onderhoud op daken veilig uitgevoerd kan worden. Zie ook AI-blad 15.

Uitvoering

  • Voorkom luchtlekken door de luchtdichtingen aansluitend aan te brengen. Vergeet niet de dichtingen achter knieschotten en aan de kopzijden van de muurplaat aan te brengen.
  • Breng de dampremmende laag met overlap aan en plak de overlap af (met tape). Plak ook de aansluiting met de aansluitende bouwcomponenten af (kozijnen, doorvoeren, vloeren, bouwmuren, etc.).
  • Vanwege het gegeven dat het hout in de spouw voor onderhoud niet meer bereikbaar is en de vochtigheid meestal hoog is, moet het hout worden behandeld (laagdikte 80 mu) of moet het hout van voldoende duurzaamheid worden toegepast.
  • Luchtspouwen achter de isolerende laag moeten vanwege het teruglopen van de isolatiewaarde (volgens NEN 1068: 50%) worden vermeden. Vermijd of verwijder daarom specie- en lijmbaarden en/of pas isolatie toe die naadloos aansluit op het binnenspouwblad.
  • Breng de isolatieplaten aan de spouwzijde in één vlak aan en isoleer niet hoger en verder dan tot waar die dag wordt gemetseld om vochttoetreding en beschadiging te voorkomen. Na het metselen en tijdens neerslag spouwen en metselwerk afdekken.
  • Breng de dampremmende laag met overlap aan en plak de overlap af (met tape). Plak ook de aansluiting met de aansluitende bouwcomponenten af (kozijnen, doorvoeren, vloeren, bouwmuren, etc.).
  • Monteer (en onderkauw) zorgvuldig de ankers op de door de leverancier aangegeven plaatsen om te voldoen aan de constructieve eisen.

Voorbereiding

  • Bepaal in overleg met de leveranciers (en/of constructeur/architect) van gemetselde/gelijmde binnen- en buitenspouwbladen, lateien en metselwerkondersteuningen, de plaats en de uitvoering van de dilatatievoegen. Ter plaatse van de bouwmuur zal het buitenmetselwerk gedilateerd moeten worden (behalve bij kleine penanten max. lengte 0,50 m).
  • Vermijd zoveel mogelijk elementen in de spouw, die (kunnen) leiden tot luchtspouwen achter het isolatiemateriaal (en daardoor teruglopende isolatiewaarde - volgens NEN 1068: 50%). Denk hierbij aan elektraleidingen, staalwerk en houten regelwerk.
  • Laat in verband met de gebruikelijke weersomstandigheden zoveel mogelijk luchtdichtingen in de fabriek/werkplaats aanbrengen. Houd rekening met de gebruikelijke toleranties.
  • Vraag tijdig de meest recente uitvoeringsinstructies op en bespreek deze met de uitvoerende medewerkers.