0
gemetseld buitenspouwblad, Kingspan® Therma TW50

gemetseld buitenspouwblad, Kingspan® Therma TW50

Detailnummer P.403.1.0.01.T1.1.KST
Titel gemetseld buitenspouwblad, Kingspan® Therma TW50
Datum 01-01-2011
Draagstructuur gietbouw
Langsgevelopbouw niet van toepassing
Kopgevelopbouw gemetseld buitenspouwblad
Vloertype niet van toepassing
Bouwmuurtype niet van toepassing
Variant-detail gemetseld buitenspouwblad, Kingspan® Therma TW50

Afbeelding

Image

Bouwfysische prestaties

Bouwdelen

Bouwdeel Rc of U0,13 RA Bouwdeel Rc of U0,13 RA
(m2·K)/W W/(m2·K) dB(A) (m2·K)/W W/(m2·K) dB(A)
gevel 5,00 53,0 dak 6,00 36,0

Knooppunt

Ψ k Ψ phpp Ψ gr Θ s;i;0,25 of Θ s;i;0,50 n;0,25 of f n;0,50 vast draaiend dakvoet lek DnT,A,k LnT,A
W/(m1·K) °C °C dm3/(S·m1·Pan) dm3/(S·Pan) dB dB
0,087 15,96 0,89 0,10

Aanbevelingen

Ontwerp

  • Geef een onderbreking aan tussen gevelspouw en dakspouw. Een open verbinding tussen deze spouwen moet worden vermeden.
  • Ontwerp een luchtspouw van ≥ 40 mm, zodat in de praktijk een luchtspouw van ≥ 30 mm wordt gerealiseerd (zie NPR 2652).
  • Geef een waterwerende, dampdoorlatende laag aan (wwdd-laag). Bij niet-verticale constructies (bijv. pannendaken) deze laag zodanig aangeven dat doorgeslagen water, bijv. langs de gootbeugels, tot buiten de constructie wordt afgevoerd. De laag voorkomt vochtproblemen en beschermt de isolatie tijdens de uitvoering.
  • Schrijf voor dat de openingen in uitwendige scheidingsconstructies niet groter mogen zijn dan 10 mm (voorkomen toetreding ongedierte). Aandachtspunten: dakvoet, nok, hoekkeper, kilgoten, open stootvoegen.
  • Geef ter bescherming van de isolatie een waterwerende, dampdoorlatende laag van voldoende breedte aan indien de isolatie ook wordt gebruikt om een spouw dicht te zetten.
  • In het gevelmetselwerk zijn geen ventilatie-openingen nodig om de luchtspouw te ventileren. Bij de berekening van de Rc-waarde is uitgegaan van een zwak geventileerde spouw. Indien het aantal mm2 ventilatieopening per m1 gevel kleiner dan 500mm2/m1 bedraagt, mag de spouw als een niet-geventileerde spouw worden beschouwd. Indien een reflecterende folie op de spouwisolatie wordt toegepast mag de Rc-waarde van een niet-geventileerde spouw met 0,12 m2K/W verhoogd worden.
  • Raadpleeg het A-blad hellende daken, daarin worden richtlijnen gegeven voor diktes van panlatten, folies en detailleringen waardoor veiliger op het dak kan worden gewerkt.

Uitvoering

  • Breng de luchtdichting tussen het dakelement en de bouwmuur aan, nadat de pannen zijn gelegd.
  • Vul vanwege de akoestische eisen, de ruimte tussen bovenzijde bouwmuur en onderzijde panlat zorgvuldig met minerale wol en ga in het attest na of er daarnaast nog stroken minerale wol tussen de panlatten nodig zijn.
  • Ingemetselde panlatten (houten profielen/klossen/achterhout) behandelen.
  • Maak de open stootvoegen (en andere openingen in de uitwendige scheidingsconstructies) niet breder dan 10 mm of breng een roostertje, vogelschrootprofiel of gaas aan om toetreding van ongedierte te beperken.
  • Breng de isolatieplaten aan de spouwzijde in één vlak aan en isoleer niet hoger en verder dan tot waar die dag wordt gemetseld om vochttoetreding en beschadiging te voorkomen. Na het metselen en tijdens neerslag spouwen en metselwerk afdekken.
  • Breng ter voorkoming van onvoldoende luchtdichtheid het dichtingsmateriaal tussen het houten element en de aansluitende constructie klemmend of volledig gevuld en over de totale lengte aan. Ga vooraf na of het dichtingsmateriaal de naad voldoende dicht (let op de max. toelaatbare vervorming (MTV)).
  • Om te verhinderen dat er een verbinding ontstaat tussen de gevelluchtspouw en de luchtspouw onder de pannen, wordt de isolatie ter plaatse van de aansluiting met het dak tegen de binnenzijde van het buitenspouwblad aan geplaatst. Verwijder vooraf de speciebaarden.

Voorbereiding

  • Bestel voor de onder de panlatten ter plaatse van de bouwmuur aan te brengen minerale wol met een minimumdikte van 40 mm; in verband met de maatvoering ook voor de kopgevels. Dit beperkt geluidsoverdracht.
  • Bestel ter bevestiging of ter bescherming van isolatie tussen houten elementen een waterwerende, dampdoorlatende laag (N.B.: uit de praktijk blijkt, dat de 'gaatjesfolie' onvoldoende dampopen is).
  • Bestel ter voorkoming van extra handelingen dakelementen met een extra brede strook waterwerende, dampdoorlatende folie ter plaatse van de kopgevels.
  • Vermijd zoveel mogelijk elementen in de spouw, die (kunnen) leiden tot luchtspouwen achter het isolatiemateriaal (en daardoor teruglopende isolatiewaarde - volgens NEN 1068: 50%). Denk hierbij aan elektraleidingen, staalwerk en houten regelwerk.
  • Vraag tijdig de meest recente uitvoeringsinstructies op en bespreek deze met de uitvoerende medewerkers.