0
SKD-dakdetail, Rcdak ≥ 6,0 (m2.K)/W

SKD-dakdetail, Rcdak ≥ 6,0 (m2.K)/W

Detailnummer P.433.0.0.01.T1.1.SKD
Titel SKD-dakdetail, Rcdak ≥ 6,0 (m2.K)/W
Datum 01-07-2011
Draagstructuur meerdere draagstructuren mogelijk
Langsgevelopbouw niet van toepassing
Kopgevelopbouw niet van toepassing
Vloertype niet van toepassing
Bouwmuurtype niet van toepassing
Variant-detail SKD-dakdetail, Rcdak ≥ 6,0 (m2.K)/W

Afbeelding

Image

Bouwfysische prestaties

Bouwdelen

Bouwdeel Rc of U0,13 RA Bouwdeel Rc of U0,13 RA
(m2·K)/W W/(m2·K) dB(A) (m2·K)/W W/(m2·K) dB(A)
dak 6,00 35,0 raam 0,80 30,0

Knooppunt

Ψ k Ψ phpp Ψ gr Θ s;i;0,25 of Θ s;i;0,50 n;0,25 of f n;0,50 vast draaiend dakvoet lek DnT,A,k LnT,A
W/(m1·K) °C °C dm3/(S·m1·Pan) dm3/(S·Pan) dB dB
0,068 14,77 0,82 0,10 0,15

Aanbevelingen

Ontwerp

  • Voorkom inwendige condensatie onder de wwdd-folie door de dampremmende folie vanuit de dakelementen door te zetten en luchtdicht met elkaar te verbinden of door een in PE-folie verpakte minerale wol aan te brengen.
  • Schrijf de noodzakelijke pannenverankering voor.
  • Schrijf voldoende ventilatie voor indien een verblijfsruimte wordt gecreëerd.
  • Geef een waterwerende, dampdoorlatende laag aan (wwdd-laag). Bij niet-verticale constructies (bijv. pannendaken) deze laag zodanig aangeven dat doorgeslagen water, bijv. langs de gootbeugels, tot buiten de constructie wordt afgevoerd. De laag voorkomt vochtproblemen en beschermt de isolatie tijdens de uitvoering.
  • Geef in verband met Arbo voorzieningen aan waarmee inspectie en onderhoud op daken veilig uitgevoerd kan worden. Zie ook AI-blad 15.
  • Ga na of de optimale Uraam (Uw) wordt gerealiseerd. Uraam is de combinatie van het kozijn (frame) en het glas en is het invoergegeven voor de EPC-berekening.
  • Voor dit dakraam is buiten- en binnenzonwering beschikbaar. Afhankelijk van de oriëntatie beperkt dit het transmissieverlies en de zoninstraling (oververhitting). Dit zijn invoergegevens voor de EPC-berekening (resp. nachtelijke ventilatievoorziening en zonwering).
  • Schrijf in verband met de gewenste luchtdichtheid een correcte afstelling (licht knevelend) van het hang- en sluitwerk voor.
  • Geef bij voorkeur de luchtdichting in een 'aanslag' en in één vlak aan. Verschuiven tijdens de montage en onderbroken dichtingen worden hiermee voorkomen. Bereken de voegafmetingen in relatie met het gewenste dichtingsmateriaal.

Uitvoering

  • Breng de luchtdichting(en) zorgvuldig aan.
  • Breng de dampremmende laag met overlap aan en plak de overlap af (met tape). Plak ook de aansluiting met de aansluitende bouwcomponenten af (kozijnen, doorvoeren, vloeren, bouwmuren, etc.).
  • Maak de open stootvoegen (en andere openingen in de uitwendige scheidingsconstructies) niet breder dan 10 mm of breng een roostertje, vogelschrootprofiel of gaas aan om toetreding van ongedierte te beperken.
  • Breng de dampremmende laag met overlap aan en plak de overlap af (met tape). Plak ook de aansluiting met de aansluitende bouwcomponenten af (kozijnen, doorvoeren, vloeren, bouwmuren, etc.).
  • Zorg voor een goede beveiliging voor het werk dat op daken moet worden uitgevoerd. Vooral constructies met overstekken vragen extra aandacht (raadpleeg zonodig AI-blad 15).
  • Houd steeds een gelijke afstand tussen de dakelementen aan om de luchtdichting (banden) daarna correct te kunnen aanbrengen.
  • Breng conform voorschrift de pannenverankering aan.
  • Breng de dampremmende laag zorgvuldig aan. Overlappen, nietgaten, beëindigingen, doorvoeringen afplakken of afkitten.
  • Breng waterwerende (of waterdichte) lagen dakpansgewijs aan.
  • Breng de dampremmende laag zorgvuldig aan. Sluit deze laag nauwkeurig aan ter plaatse van overgang naar andere constructies en ter plaatse van de doorvoeren.

Voorbereiding

  • Het type beglazing in combinatie met de binnenzonwering is afhankelijk van oriëntatie dakvenster en dient nader bepaald te worden om een Uraam van ≤ 0,8 W/m2.K te realiseren.
  • Laat in verband met de gebruikelijke weersomstandigheden zoveel mogelijk luchtdichtingen in de fabriek/werkplaats aanbrengen. Houd rekening met de gebruikelijke toleranties.
  • Vraag bij de leverancier van de dakpannen een berekening op voor de plaats en aantallen van panverankeringen.
  • Vraag tijdig de meest recente uitvoeringsinstructies op en bespreek deze met de uitvoerende medewerkers.