0
sporenkap

sporenkap

Detailnummer P.416.4.1.01.FL
Titel sporenkap
Datum 01-09-2011
Draagstructuur houtskeletbouw
Langsgevelopbouw houten binnenspouwblad en gemetseld buitenspouwblad
Kopgevelopbouw niet van toepassing
Vloertype niet van toepassing
Bouwmuurtype niet van toepassing
Variant-detail sporenkap

Afbeelding

Image

Bouwfysische prestaties

Bouwdelen

Bouwdeel Rc of U0,13 RA Bouwdeel Rc of U0,13 RA
(m2·K)/W W/(m2·K) dB(A) (m2·K)/W W/(m2·K) dB(A)
dak 4,00 35,0 gevel 3,50 46,4

Knooppunt

Ψ k Ψ phpp Ψ gr Θ s;i;0,25 of Θ s;i;0,50 n;0,25 of f n;0,50 vast draaiend dakvoet lek DnT,A,k LnT,A
W/(m1·K) °C °C dm3/(S·m1·Pan) dm3/(S·Pan) dB dB
0,055 13,77 0,77 0,02

Aanbevelingen

Ontwerp

  • Schrijf de noodzakelijke pannenverankering voor.
  • Ontwerp een luchtspouw van ≥ 40 mm, zodat in de praktijk een luchtspouw van ≥ 30 mm wordt gerealiseerd (zie NPR 2652).
  • Geef een waterwerende, dampdoorlatende laag aan (wwdd-laag). Bij niet-verticale constructies (bijv. pannendaken) deze laag zodanig aangeven dat doorgeslagen water, bijv. langs de gootbeugels, tot buiten de constructie wordt afgevoerd. De laag voorkomt vochtproblemen en beschermt de isolatie tijdens de uitvoering.
  • Schrijf ter voorkoming van houtrot een duurzame behandeling van het hout voor of pas hout met voldoende duurzaamheid toe, in die situaties dat hout in een vochtige omgeving wordt toegepast (bijv. in niet controleerbare luchtspouwen).
  • Schrijf voor dat de openingen in uitwendige scheidingsconstructies niet groter mogen zijn dan 10 mm (voorkomen toetreding ongedierte). Aandachtspunten: dakvoet, nok, hoekkeper, kilgoten, open stootvoegen.
  • Geef in verband met Arbo voorzieningen aan waarmee inspectie en onderhoud op daken veilig uitgevoerd kan worden. Zie ook AI-blad 15.

Uitvoering

  • Zorg voor een goede beveiliging voor het werk dat op daken moet worden uitgevoerd. Vooral constructies met overstekken vragen extra aandacht (raadpleeg zonodig AI-blad 15).
  • Maak de open stootvoegen (en andere openingen in de uitwendige scheidingsconstructies) niet breder dan 10 mm of breng een roostertje, vogelschrootprofiel of gaas aan om toetreding van ongedierte te beperken.
  • Na het metselen en tijdens neerslag spouwen en metselwerk afdekken.
  • Breng op de bouwplaats de isolatie in de HSB-elementen pas aan, nadat gecontroleerd is of het vochtpercentage in het hout <20% is.
  • Breng conform voorschrift de pannenverankering aan.
  • Op de bouwplaats aan te brengen gipskartonplaten dienen geschroefd te worden.
  • Vanwege het gegeven dat het hout in de spouw voor onderhoud niet meer bereikbaar is en de vochtigheid meestal hoog is, moet het hout worden behandeld (laagdikte 80 mu) of moet hout met voldoende duurzaamheid worden toegepast.
  • Breng waterwerende (of waterdichte) lagen dakpansgewijs aan.
  • Breng de dampremmende laag zorgvuldig aan. Sluit deze laag nauwkeurig aan ter plaatse van overgang naar andere constructies en ter plaatse van de doorvoeren.

Voorbereiding

  • Vraag bij de leverancier van de dakpannen een berekening op voor de plaats en aantallen van panverankeringen.
  • Laat in verband met de gebruikelijke weersomstandigheden zoveel mogelijk luchtdichtingen in de fabriek/werkplaats aanbrengen. Houd rekening met de gebruikelijke toleranties.
  • Vraag tijdig de meest recente uitvoeringsinstructies op en bespreek deze met de uitvoerende medewerkers.