0
warm dak

warm dak

Detailnummer P.V.435.0.3.01.FG
Titel warm dak
Datum 01-10-2015
Draagstructuur meerdere draagstructuren mogelijk
Langsgevelopbouw gemetseld binnenspouwblad en gemetseld buitenspouwblad
Kopgevelopbouw niet van toepassing
Vloertype niet van toepassing
Bouwmuurtype niet van toepassing
Variant-detail warm dak

Afbeelding

Image

Bouwfysische prestaties

Bouwdelen

Bouwdeel Rc of U0,13 RA Bouwdeel Rc of U0,13 RA
(m2·K)/W W/(m2·K) dB(A) (m2·K)/W W/(m2·K) dB(A)
dak 6,0 gevel 1,34

Knooppunt

Ψ k Ψ phpp Ψ gr Θ s;i;0,25 of Θ s;i;0,50 n;0,25 of f n;0,50 vast draaiend dakvoet lek DnT,A,k LnT,A
W/(m1·K) °C °C dm3/(S·m1·Pan) dm3/(S·Pan) dB dB
0,10

Aanbevelingen

Ontwerp

  • Schrijf endoscopisch onderzoek voor voordat met (over) het na-isoleren van de spouw wordt begonnen (beslist).
  • Schrijf voldoende afschot voor en bereken de isolatiedikte conform NEN 1068.
  • Ga bij constructies die doorgaand zijn tussen buiten en binnen na of een koudebrugonderbreking noodzakelijk is of dat volstaan kan worden met beperking van het aanstortvlak. Bij staalconstructies is meestal een koudebrugonderbreking nodig.
  • Geef ter voorkoming van vochtproblemen bij opgaand werk een correct uitgevoerde waterdichte laag aan. De aandachtspunten zijn opgenomen in de begrippenlijst.
  • Schrijf voor dat de openingen in uitwendige scheidingsconstructies niet groter mogen zijn dan 10 mm (voorkomen toetreding ongedierte). Aandachtspunten: dakvoet, nok, hoekkeper, kilgoten, open stootvoegen.
  • Geef in verband met Arbo voorzieningen aan waarmee inspectie en onderhoud op daken veilig uitgevoerd kan worden. Zie ook AI-blad 15.

Uitvoering

  • Zorg voor een goede beveiliging voor het werk dat op daken moet worden uitgevoerd. Vooral constructies met overstekken vragen extra aandacht (raadpleeg zonodig AI-blad 15).
  • Breng de isolatieplaten zorgvuldig en niet hoger aan dan die dag wordt gemonteerd. Dek de spouw aan de bovenzijde tijdens de montageperiode af.
  • Breng open stootvoegen aan (h.o.h. 1,0 m) voor waterafvoer. Aanbevolen plaatsen: direct op waterdichte lagen, direct op de fundering.
  • Maak bij waterdichte lagen de onderlinge verbindingen zorgvuldig waterdicht. Loodstroken max. 1500 mm breed in verband met vermijden scheurvorming. Overige aandachtspunten zie begrippenlijst.
  • Breng de dampremmende laag zorgvuldig aan. Overlappen, nietgaten, beëindigingen, doorvoeringen afplakken of afkitten.
  • Dicht de voeg boven de waterdichte laag in het metselwerk niet af met voegspecie, maar strijk deze voeg door of breng een kitvoeg aan. Laat de open stootvoeg vrij tot op de waterdichte laag.

Voorbereiding

  • Vraag in verband met de brandveiligheid tegen bezwijken de juiste materiaalspecificatie op.
  • Vraag controlerapporten van de applicateur na-isolatie.
  • Vraag tijdig de meest recente uitvoeringsinstructies op en bespreek deze met de uitvoerende medewerkers.