0

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 108:2013

Voorwoord

Voorwoord

Voorwoord bij de derde, herziene uitgave

Voorwoord bij de derde, herziene uitgave

In CUR-Aanbevelingen wordt veelvuldig verwezen naar normen en vaak worden voor specifieke onderwerpen aanvullende eisen gesteld. Bij CUR-Aanbevelingen op betongebied waren dat vooral de normen voor toeslagmaterialen (NEN 5905), betontechnologie (NEN 5950), de berekening van betonconstructies (NEN 6720) en de uitvoering van betonconstructies (NEN 6722).
Met de invoering van Europese normen in Nederland (NEN-EN) worden de oorspronkelijke Nederlandse normen (NEN) ingetrokken. Dit houdt in dat CUR-Aanbevelingen aan de nieuwe normen moeten worden aangepast.
Dat geldt ook voor CUR-Aanbeveling 108:2008 (tweede, herziene uitgave) ‘Ontwerp en uitvoering van mortelvoegen in prefab betonconstructies’. CUR-Aanbeveling 108:2013 is aangepast aan de vigerende normen.

CUR-voorschriftencommissie 91 ‘Revisie CUR-Aanbevelingen’ heeft het proces begeleid om tot deze herziene uitgave van CUR-Aanbeveling 108 te komen. VC 91 was als volgt samengesteld: prof.ir. C. van Weeren (voorzitter, AVC ‘Beton’), dr.ir. H.A.W. Cornelissen (voorzitter NEN/CUR commissie 353 039/VC 12 ‘Beton’), ir. F.B.J. Gijsbers (voorzitter NEN/CUR-commissie 351 001 09/VC20 ‘TGB Betonconstructies’, ir. C.A. van der Steen (voorzitter NEN/CUR-commissie 351 085/VC 18 ‘Uitvoering van betonconstructies’), dr.ir. G. van der Wegen (rapporteur), ir. S.N.M. Wijte (rapporteur) en drs. E. Vega (coördinator).

NEN/CUR-commissies 351 085/VC18 ‘Uitvoering van betonconstructies’, 353 001 09/VC 20 ‘TGB Betonconstructies’ en 353 055/VC33 ‘Vooraf vervaardigde betonproducten’ stemmen in met de inhoud van CUR-Aanbeveling 108:2013.

Met de publicatie van deze derde, herziene versie, is de tweede versie (2008) vervallen.

Voorwoord bij tweede, herziene uitgave

Voorwoord bij tweede, herziene uitgave

Mortelvoegen worden al zolang toegepast als er sprake is van geprefabriceerd beton. Voor de berekening van mortelvoegen zijn in artikel 9.17.3 van NEN 6720:1995 (VBC 1995) bepalingen opgenomen. In deze bepalingen is de sterkte van de mortelvoegen afhankelijk gesteld van de wijze van aanbrengen van de mortelvoeg. Daarbij wordt voor elementen die worden geplaatst in een speciebed (‘stelmortelvoegen’) gerekend met een reductie van de sterkte van de mortelvoeg tot 30 % (k1=0,3). Dit resulteert in een lage waarde voor de druksterkte van de voeg, die ook al lang ter discussie staat. Zeker met de huidige voegmortels met sterk verbeterde thixotrope eigenschappen is de factor k1=0,3 zeer laag.

CUR-onderzoekcommissie C 144 ‘Mortelvoegen’ heeft onderzoek verricht naar de kwaliteit van stelmortelvoegen in geprefabriceerde betonconstructies. Dit onderzoek heeft geleid tot een aanpassing van artikel 9.17.3 in wijzigingsblad A4:2007 van de VBC 1995 (NEN 6720) en het uitbrengen in november 2007 van CUR-Aanbeveling 108 ‘Uitvoering van mortelvoegen in prefab betonconstructies’.
De aanpassing in de VBC 1995 heeft voornamelijk betrekking op de grootte van de factor k 1 waarmee de invloed van de vullingsgraad in de voeg in rekening wordt gebracht. Om deze factor te kunnen vergroten was het noodzakelijk de uitvoeringsmethode van het aanbrengen van een voeg voor te schrijven. Dit is gedaan in CUR-Aanbeveling 108. Volgens wijzigingsblad NEN 6720/A4 mag bij plaatsing van het element in een speciebed, bij een uitvoeringsmethode volgens deze CUR-Aanbeveling, de sterkte van de mortelvoeg worden gereduceerd tot 70 % (k 1=0,7).
In de loop van het project zijn de werkzaamheden van de commissie uitgebreid met onderzoek naar de uitvoeringsmethoden voor het vullen van voegen, hetgeen resulteerde in deze herziene uitgave van CURAanbeveling 108. Deze bevat eisen voor de uitvoering van mortelvoegen in vooraf vervaardigde betonconstructies door middel van het plaatsen van het element in een speciebed, het onderpompen, ondersabelen en ondergieten van een element, alsmede het injecteren van de mortelvoeg.
De waarden van k 1 voor ondergieten en ondersabelen zijn in de VBC 1995 geregeld. In bijlage A bij deze CUR-Aanbeveling zijn voor het onderpompen en injecteren waarden voor de factor k 1 gegeven.

Deze CUR-Aanbeveling is opgesteld door CUR-onderzoekcommissie C 144 ‘Mortelvoegen’. Op het moment van verschijnen van deze Aanbeveling was de commissie als volgt samengesteld: J.H.M. Oude Kempers (voorzitter), ir. S.N.M. Wijte (secretaris/rapporteur), J. Dekker, ir. R.N.J. Huijben, ing. A.J.Q.P.M. Leijten, ing. R. Sagel, R. Timmerbeil, ir. J. Jongbloed (corresponderend lid), ir. J.M.H.J. Smit (coördinator).

Deze CUR-Aanbeveling is goedgekeurd door de Algemene Voorschriftencommissie Beton en wordt ondersteund door CUR-voorschriftencommissie 18 ‘Uitvoering’ en CUR-voorschriftencommissie 20 ‘TGBBetonconstructies’. De Aanbeveling is consistent bevonden met NEN 6720 (VBC 1995).

Met het uitkomen van deze tweede, herziene uitgave komt de eerste uitgave van CUR-Aanbeveling 108 ‘Uitvoering van mortelvoegen in prefab betonconstructies’ te vervallen. Deze versie is alleen gepubliceerd op de website van CUR Bouw & Infra.