0

Wilt u deze kennis delen met collega's? Klik dan hier om uw collega's uit te nodigen.

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 29

Voorwoord

Voorwoord

Met de kennis die tijdens de in [1] beschreven studies en onderzoeken werd vergaard, was het nog niet mogelijk om tot voorschriften of aanbevelingen te komen. Daarom werd in 1986 een vervolgonderzoek alsmede een literatuurstudie gestart, gericht op het tot stand komen van praktijkrichtlijnen voor de produktie, het transport en de verwerking van met epoxy bekleed betonstaal. Later werd daaraan nog een literatuurstudie toegevoegd die als doel had het opstellen van regels voor het berekenen en detailleren van betonconstructies, gewapend met bekleed betonstaal. Over dit onderzoek en de literatuurstudies is gerapporteerd in [2].
Tijdens de uitvoering van het hiervoor genoemde onderzoek werd een demonstratieproject uitgevoerd in het kader van het ‘Expidemoprogramma’ [3]. De daarmee opgedane ervaringen werden bij het opstellen van de praktijkrichtlijnen betrokken. De onderzoek- en studieresultaten vonden hun neerslag in praktijkrichtlijnen voor produktie, transport en verwerking [4], alsmede in aanbevelingen voor reken-en detailleringsregels [5]. De beide laatstgenoemde rapporten vormden de basis voor deze CUR-aanbeveling. Ten tijde van de totstandkoming hiervan waren er nog contacten met Duitse en Zwitserse instanties, gericht op het harmoniseren in internationaal verband van richtlijnen voor met epoxy bekleed betonstaal. Hoewel de contactennuttig zijn gebleken, mag niet op korte termijn worden gerekend op volledige harmonisering.

Gezien de toepassing op vrij ruime schaal van met epoxy bekleed betonstaal in het buitenland, vooral in de Verenigde Staten van Amerika, moet worden verwacht dat ook in Nederland, zij het wellicht op beperkte schaal, behoefte zal ontstaan aan toepassing ervan. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan:

  • constructies met een verhoogd risico ten aanzien van het binnendringen van voor het betonstaal schadelijke stoff en, zoals bij toepassingen in de getijzone van zout en brak water en bij dooizoutbelasting;
  • gevallen, waarbij voor de betonconstructie een langere referentieperiode dan de gebruikelijke 50 jaar wordt gewenst;
  • moeilijk toegankelijke constructiedelen (met het oog op inspectie) in een voor betonstaal agressief milieu;
  • reparatie van beschadigde constructiedelen, waarbij sprake was van wapeningscorrosie;
  • de wapening in beton met een open structuur.

Tot aan het verschijnen van voorschriften kan de onderhavige aanbeveling een leidraad vormen bij het op verantwoorde wijze toepassen van met epoxy bekleed betonstaal. Bij bestudering van de inhoud van deze aanbeveling zal het duidelijk worden dat met epoxy bekleed betonstaal een zorgvuldige behandeling vraagt. Dit geldt zowel voor het produceren als voor transport en verwerking ervan. Het verdient aanbeveling dat alle hierbij betrokkenen over een kwaliteitsborgingssysteem beschikken.

Ten slotte wordt erop gewezen dat studie en onderzoek naar toepassing van met epoxy bekleed betonstaal in constructies, waaraan brandwerendheidseisen worden gesteld, nog niet heeft plaatsgevonden. Dit mede omdat eventuele toepassingen voorlopig voornamelijk worden verwacht in mariene omstandigheden en bij voorbeeld bij dooizoutbelasting. Nochtans wordt in de toelichting bij paragraaf9.3 ‘Betondekking’ kort op het onderwerp brandwerendheid ingegaan.

Deze aanbeveling is tot stand gekomen onder begeleiding van subcommissie B 30E ‘Corrosie en bescherming van betonstaal’ van onderzoekcommissie B 30 ‘Duurzaamheid van betonnen offshore constructies’. Op het moment van verschijnen van de aanbeveling luidt de samenstelling van deze commissies:

B 30E: ing.S.J.Eijgenraam (voorzitter), ing.C.D. de Waal (secretaris), ing. J.Dekker, ing.F.J. Kans, ir.A.A.J. Reijgersberg, ir.J. Saveur, ing.G.H. Douma (rapporteur), dr.R.B.Polder (rapporteur) en ing.A.H. Beenhakker (coordinator).

B 30: ing.S.J. Eijgenraam (voorzitter), ing.A.H. Beenhakker (secretaris en coördinator), prof Dr.-Ing.H.W.Reinhardt, ing.C.D. de Waal, ir.Z.B.Wiener, ing.N.G.B. van der Winden en W.Buist (mentor).