0

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 33

Voorwoord

Voorwoord

Om verspreiding van verontreinigingen te voorkomen worden bijvoorbeeld stortplaatsen van afval of chemisch verontreinigde gronden constructies van categorie 2 volgens het Bouwstoffenbesluit (alzijdig) afgedicht met materiaal dat zeer slecht water doorlaat. Dit kan een folie of klei zijn, maar ook een met bentoniet gemengd granulair materiaal zoals zand, al dan niet in combinatie met geomembranen. De afscherming moet de emissie tegen gaan van verontreinigingen naar het omringende gebied en het grondwater, dan wel het indringen tegen gaan van bijvoorbeeld hemel- of kwelwater.
In Nederland is een afdichting met zandbentoniet een veelvuldig toegepaste isolatietechniek. Echter, een uniforme procedure voor de toetsing aan de ontwerpdoelstelling van dit type afdichting was in Nederland niet voorhanden. De controleprocedure was veelal het resultaat van overleg tussen aannemer en opdrachtgever. Bij opdrachtgevers, aannemers en leveranciers van grondstoffen bestond dan ook behoefte aan uniforme procedures en controletechnieken. Om in deze behoefte te voorzien publiceerde CUR in 1993 Aanbeveling 33 "Granulaire afdichtingslagen op basis van zandbentoniet". Ervaringen met de toepassing van deze Aanbeveling hebben geleid tot deze tweede, herziene druk.
Deze CUR-Aanbeveling is tevens aangevuld met eisen gericht op het toepassen van zandbentoniet in combinatie met een kunststof geomembraan (combinatie-afdichting).

Deze CUR-Aanbeveling geeft richtlijnen voor de beoordeling van een granulaire afdichtingslaag met zandbentoniet, al dan niet in combinatie met kunststof geomembranen. De Aanbeveling geeft eisen voor de in de granulaire afdichtingslaag te verwerken materialen en omschrijft het vooronderzoek en de mengselkeuze.
De inhoud van deze CUR-Aanbeveling is gebaseerd op praktijkervaring en op basis hiervan gehanteerde uitgangspunten. Meer informatie over de keuze van bepaalde eisen en beproevingsmethoden is te vinden in het achtergrondrapport bij de eerste druk van CUR Aanbeveling 33, CUR-rapport 94-1 "Granulaire afdichtingslagen op basis van zandbentoniet".
De Aanbeveling bevat verder een procedure voor de uitvoering van een toetsingsvak. In overleg met het C.R.O.W is een voorstel uitgewerkt voor de verrekening van bentoniet, dat als bijlage in deze CUR-Aanbeveling is opgenomen.
CUR-Aanbeveling 33 vormt een hulpmiddel voor de bestekschrijver en biedt deze een handreiking voor de in bestekken op te nemen bepalingen.

De tweede druk van de CUR-Aanbeveling is opgesteld in het kader van het Plan Bodembeschermende Voorzieningen, waarin CUR, Kiwa en NIBV samenwerken, door CUR voorschriftencommissie 35 "Afdichtingen met zandbentoniet en kunststof geomembranen" in samenwerking met CUR-onderzoekcommissie C 85 "landbentoniet". Bij het verschijnen van de tweede druk was de samenstelling van beide commissies als volgt:

Onderzoekcommissie C 85: ir. L.C. de Leur (voorzitter), ir. H.J.C.M. Onstenk (secretaris, rapporteur), ir. D. Boels, dr. Th. Faber, dr.ir. AW.M. Geurts, ing. P. de Groot, ir. J.A. Hernandez, ir. R.H.J. Kremer, drs. R.A. Mathlener, C.G. Meskers, C. Mol, ing. P.A. Ruardi, ing. WH. van der Zon, ing. A. Jonker (coördinator) en prof.dr.ir. E.W Bijker (mentor).

Voorschriftencommissie 35: mr.ing. A. de Bode (voorzitter), ing. A. Steerenberg (secretaris), ing. J.C. Klapwijk (rapporteur), ir. D. Boels, PW. van der Bruggen, M.P. DObbelsteen, drs. C.H. de Goeje, J.H. Groen, S. O'Hagan, H.F.M. Haukes, drs.ing. R.J.P. Henneveld, ir. J.W. Jansen Venneboer, drs. B. Kok, HAP. Kouwenhoven, ing. J.K. Molhoek, ir. H.J.C.M. Onstenk, ing. J.L. den Ouden, F. Reuvers, ing. R. van Rooijen, ing. P.A. Ruardi, ing. P.R. Spee, ing. K. van der Wal, ing. WH. van der lon, ir. J.P.G. Mijnsbergen (coordinator) en ir. J. de Nekker (mentor).