0

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 46

Voorwoord

Voorwoord

Een diafragmawand in baksteenmetselwerk of lijmwerk is een constructietype dat bestaat uit twee spouwbladen die niet zijn verbonden door spouwankers, maar door metselwerkribben op regelmatige afstanden van elkaar. Door de bladen op deze wijze, volledig samenwerkend, te verbinden, ontstaat een constructietype dat de esthetische en dragende functie combineert.
Om dit constructietype toegankelijker te maken voor architect/ontwerper worden in deel A van deze CUR-Aanbeveling de ontwerpaspecten besproken en in deel B de constructieve en bouwfysische aspecten voor de constructeur.

Uitgangspunten voor het ontwerpen van diafragmawanden

Deel A van de CUR-Aanbeveling voorziet in een systeemkeuzeschema, aangevuld met enige uitgangspunten voor het ontwerp ten behoeve van de architect/ontwerper. Dit heeft een informatief karakter en is bedoeld om de architect/ontwerper inzicht te geven in de mogelijkheden van een diafragmawand.
Deel B van de CUR-Aanbeveling voorziet in de behoefte aan regelgeving specifiek toegesneden op baksteen diafragmawanden. Het bevat eisen en regels waaraan het constructieve en het bouwfysische ontwerp moeten voldoen. Ook wordt ingegaan op de constructieve toetsing waarmee de veiligheid van de constructie wordt gewaarborgd.

De CUR-Aanbeveling hanteert dezelfde principes als NEN 6790 'TGB-Steenconstructies', maar geeft toetsingsregels die zijn toegesneden op de krachtswerking in diafragmawanden. Hoewel in de TGB-Steenconstructies voor dragende wanden uit veiligheidsoverwegingen wordt verondersteld dat deze geen treksterkte bezitten en het draagvermogen in die situatie in de CUR-Aanbeveling wordt getoetst, wordt ook aandacht besteed aan het effect van de in werkelijkheid aanwezige hechtsterkte op het gedrag van de constructie, zodat in elk geval een afdoende veiligheidsniveau kan worden gewaarborgd.

Met nadruk wordt erop gewezen dat de in de CUR-Aanbeveling gegeven waarden voor de diverse materiaalsterkten betrekking hebben op de diafragmawand uitgevoerd in baksteenmetselwerk of lijmwerk en niet zonder meer gebruikt kunnen worden bij de toepassing van andere materialen. De aanzet voor de CUR-Aanbeveling was met CURrapport 94-2 'Diafragmawanden in metselwerk (case studie)' gegeven. Deel B is gebaseerd op TNO-rapport 95-CON-R1456 'Een diafragmawand in baksteen, buigen of barsten' 1996, waar mogelijk aangevuld met resultaten uit het CUR-onderzoekprogramma 'Constructief metselwerk'.

De Aanbeveling is opgesteld door CUR-voorschriftencommissie 36 'Diafragmawanden'. Op het moment van verschijnen van deze Aanbeveling was de samenstelling van de commissie als volgt:
ir. J. Stroband (voorzitter), ir. R. van der Pluijm (secretaris/rapporteur deel B), J.A. Elissen (rapporteur deel A), ir. A.C.P. van Drunen, H.A.J.G. van den Heuvel, J. Hollink, Ing. A. van der Waart, ir. P. de Jong, (corresponderend lid), ing. H.W.Corporaal (coordinator), prof.ir. C.S. Kleinman (mentor).

De CUR spreekt haar dank uit aan het Koninklijk Verbond van Nederlandse Baksteenfabrikanten voor de financiële bijdrage die het opstellen van de CUR-Aanbeveling mede mogelijk heeft gemaakt.

De CUR-Aanbeveling is beoordeeld door NNI-normsubcommissie 351 001 04 'TGB-Steenconstructies' en consistent bevonden met NEN 6790 'TGB-Steenconstructies'.
De Aanbeveling is goedgekeurd door de Algemene Voorschriftencommissie 'Metselwerk'.