0

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 50

Voorwoord

Voorwoord

In CUR/PBV-Aanbeveling 49 zijn eisen opgenomen waaraan bentonietmatten moeten voldoen om te mogen worden toegepast als bovenafdichting van afval- en reststofbergingen. Uitgangspunt bij deze beoordeling is dat de bentonietmatten ten minste een gelijkwaardige bescherming moeten bieden als beoogd in de Richtlijn dichte eindafwerking behorende bij het Stortbesluit. Behalve deze beoordeling van de geschiktheid, speelt ook de constantheid van productie en de zorgvuldigheid van uitvoering van een bovenafdichting een rol bij het uiteindelijk verkregen resultaat.
In deze CUR/PBV-Aanbeveling zijn daarom eisen opgenomen voor de productie en de verwerking van bentonietmatten die worden toegepast als bovenafdichting van afval- en reststofbergingen. Indien de productie en verwerking van de bentonietmatten wordt gecontroleerd op basis van deze Aanbeveling en de potentiele geschiktheid van de mat vooraf is aangetoond aan de hand van CUR/PBV-Aanbeveling 49, mag worden aangenomen dat de bovenafdichting voldoet aan beoogde bescherming als bedoeld in Richtlijn dichte eindafwerking. Dit mag ook worden aangenomen indien voor een bentonietmat een productcertificaat is afgegeven door een instelling die is erkend door de Raad voor Accreditatie en op dit certificaat nadrukkelijk staat aangegeven dat de bentonietmat voldoet aan de eisen die zijn vastgelegd in CUR/PBVAanbeveling 49 en de productie en verwerking ervan voldoen aan deze CUR/PBV-Aanbeveling. De Aanbeveling gaat niet in op het ontwerp van bovenafdichting. Uitgangspunt is geweest dat de bovenafdichting van de afval- of reststofberging door een deskundige op dit terrein is ontworpen.
Deze CUR/PBV-Aanbeveling is opgesteld door CUR-onderzoekcommissie C 93 'Toepassing bentonietmatten voor milieubeschermende constructies'. Op het moment van publiceren van deze Aanbeveling was de samenstelling van de commissie als volgt: H.F.M. Haukes (voorzitter), ing. J.GW.M. Schoemaker (secretaris), ir. D. Boels, drs. B. Kok, dr.ir. G.E. Kamerling, ing. P.A. Ruardi, ing. A. Steerenberg, ir. M. Geense (coordinator) en prof.dr.ir. E.W. Bijker (mentor). Rapporteur van deze Aanbeveling was ing. K. van der Wal. Ir. C.A. van der Steen verzorgde de eindredactie. Deze Aanbeveling is goedgekeurd door de Algemene Voorschriften Commissie 'Bodem en milieu'.