0

Inhoudsopgave

CUR-Aanbeveling 6

CUR-Aanbeveling 6

Toelaatbaarheid van putcorrosie in voorspanstaal

In de huidige NEN 3868 'Voorspanstaal' (1e druk 1975) worden in art. 5.3 onder meer de volgende eisen gesteld: 'Het voorspanstaal moet in ongeroeste toestand worden geleverd. Zogenaamde vliegroest, een roestkleurige aanslag die door wrijven met een droge doek kan worden verwijderd, mag niet als roest worden aangemerkt.' en: 'Indien tussen het tijdstip van levering en het tijdstip van verwerking het materiaal corrosief is aangetast, moet het op zijn bruikbaarheid worden getoetst door een nader onderzoek naar de mate van aantasting en de invloed daarvan op de verschillende eigenschappen. Iedere vorm van putcorrosie moet in elk geval aanleiding zijn het materiaal af te keuren'. Omdat de invloed van corrosie in het algemeen en van putcorrosie in het bijzonder op de eigenschappen van voorspanstaal onvoldoende bekend en onderzocht was, kwam meestal de constatering van putvormige corrosie een discussie over de bruikbaarheid van het voorspanstaal op gang. In 1980 is CUR-VB-onderzoekcommissie B 31 'Putcorrosie van voorspanstaal' ingesteld met de taak de invloed van putcorrosie op de eigenschappen van voorspanstaal te onderzoeken. Dit onderzoek werd in 1983 afgerond. De resultaten van het onderzoek rechtvaardigen onder bepaalde voorwaarden toepassing van voorspanstaal met een beperkte mate van putcorrosie. Vooruitlopend op een aanpassing van de betreffende voorschriften is door de onderzoekcommissie B 31 in samenwerking met voorschriftencommissie 4 'Voorgespannen beton' werkgroep 3 'Voorspanstaal', deze CUR-VB-Aanbeveling opgesteld. De aanbeveling moet worden gezien als een uitbreiding van de eerder verschenen CUR-VB-Aanbeveling 2 'Voorspanstaal en voorspanelementen, bescherming en verwerking'.


Artikelnummer AA006
Jaar 1984

Online versie

 42,50*

* excl. 21% btw

  • direct toegang tot de publicatie
  • op iedere werkplek te raadplegen
  • gemakkelijk zoeken in de informatie
  • altijd de meest recente versie