0

Wilt u deze kennis delen met collega's? Klik dan hier om uw collega's uit te nodigen.

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 60

Voorwoord

Voorwoord

Bij de aanleg van natuurvriendelijke oeverconstructies kan het toepassen van een geotextiel noodzakelijk zijn. Voor een geotextiel in deze toepassing is, behalve eigenschappen zoals bijvoorbeeld gronddichtheid en waterdoorlatendheid, ook de mate van doorgroeibaarheid voor oeverplanten een belangrijk aandachtspunt.
Door de Dienst Weg- en Waterbouwkunde (DWW) van Rijkswaterstaat is in vervolg op een studie van CUR-onderzoekcommissie C 59 ‘Constructieve aspecten milieuvriendelijke oevers’ gedurende twee jaar een veldonderzoek uitgevoerd waarbij de doorgroeibaarheid is bepaald van een groot aantal in de Nederlandse waterbouw toegepaste weefsels en vliezen. De doorgroeibaarheid is daarbij bepaald voor de meest voorkomende oeverplant riet.
Aan het veldonderzoek werd een beproevingsmethode gekoppeld, gebaseerd op de destijds geldende DIN 54307 ‘Stempeldurchdruckversuch’, waarmee een penetratieweerstand van een geotextiel werd bepaald die een indicatie vormt voor de mate van doorgroeibaarheid. Het veldonderzoek, de penetratieweerstand en andere eigenschappen van het geotextiel, werden statistisch vergeleken om te beoordelen of op basis van materiaaleigenschappen een betrouwbare uitspraak kan worden gedaan over de doorgroeibaarheid. Voor weefsels bleek een goede uitspraak van de doorgroeibaarheid mogelijk op basis van penetratieweerstand en de massa per oppervlakte-eenheid. Voor vliezen bleek de karakteristieke poriegrootte een goede maat voor het beoordelen van de doorgroeibaarheid.
Het onderzoek uitgevoerd door DWW vormt de basis voor deze CUR-Aanbeveling. In deze CUR Aanbeveling wordt vastgelegd hoe kan worden beoordeeld of een geotextiel als potentieel doorgroeibaar voor riet kan worden aangemerkt. Gezien de resultaten uit het onderzoek door DWW wordt daarbij voor vliezen de karakteristieke poriegrootte 0(90) als criterium gehanteerd en voor weefsels de penetratieweerstand en de massa per oppervlakte-eenheid.
Over de toepassingsmogelijkheden van doorgroeibaar geotextiel, doet deze CUR-Aanbeveling geen uitspraak. Hiervoor wordt verwezen naar de DWW wijzer nummer 68 ‘Doorgroeibaarheid van geotextielen’ en het CUR-rapport 168 ‘Natuurvriendelijke oevers‘.

Deze CUR-Aanbeveling is opgesteld door CUR-voorschriftencommissie 42 ‘Doorgroeibaarheid van geotextielen voor riet’. Op het moment van publicatie van deze CUR-Aanbeveling was de samenstelling van de commissie als voigt: ir. W.A. Gevers Deynoot (voorzitter), ir. C.A. van der Steen (secretaris, rapporteur), ing. A.G.J. van den Berk, P.w. van der Bruggen, ir. E. Ivens, ir. G.J. Verkade (coördinator) en ir. Th. Monnier (mentor).
De CUR-Aanbeveling is goedgekeurd door de Aigemene Voorschriftencommissie ‘Bodem en Milieu’.