0

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 71

Voorwoord

Voorwoord

In de meeste gevallen heeft een CUR-Aanbeveling betrekking op nieuwe materialen en/of nieuwe bouwconstructies waarvoor nog geen algemeen geaccepteerde regels bestaan. Gevels van metselwerk hebben echter een lange historie en kunnen dus niet als een nieuwe constructie worden bestempeld. Ook is er regelgeving beschikbaar waaraan gevels moeten voldoen, met name met betrekking tot sterkte, warmteweerstand en geluidsisolatie. Toch blijkt er behoefte te bestaan aan aanvullende regels op constructief gebied. Deze behoefte vindt zijn oorzaak vooral in het feit dat de bestaande regels niet alle constructieve aspecten bestrijken. Ook blijkt er in de praktijk veel discussie te ontstaan over de interpretatie van bepaalde onderdelen van de voorschriften en richtlijnen. Verder speelt natuurlijk een rol dat gevelconstructies aan wijzigingen onderhevig zijn. In dit verband kan worden genoemd de gedurende de laatste jaren ontstane tendens tot groter wordende spouwbreedten, in verband met strengere eisen aan het warmte-isolerend vermogen. Mede daardoor zijn verschillende typen spouwankers ontwikkeld. Een andere belangrijke ontwikkeling is het toepassen van meer dilatatievoegen om scheuren te voorkomen. Ook de detaillering van aansluitingen, mede onder invloed van gewijzigde uitvoeringstechnieken, is aan verandering onderhevig. Het ontbreken van regels voor lateiconstructies wordt duidelijk als een gemis ervaren.
Deze greep uit de problematiek laat zien dat een CUR-Aanbeveling voor metselwerkgevels in een behoefte voorziet.
De inhoud van deze CUR-Aanbeveling is beperkt tot constructieve aspecten. Andere bouwkundige aspecten komen dan ook niet of nauwelijks aan de orde. De constructieve aspecten betreffen in hoofdzaak de schematisering en berekening van gevels met betrekking tot horizontale en verticale belastingen, eisen met betrekking tot spouwankers en aanbevelingen voor dilatatievoegen en lateien.

Deze CUR-Aanbeveling is opgesteld in het kader van het CUR-project "Constructief metselwerk" door commissie C 105 "Utilisatie metselwerkonderzoek". De samenstelling van CUR-onderzoekcommissie C 105 was bij het verschijnen van deze Aanbeveling als voIgt: ir. J. Stroband (voorzitter), ir. P. de Jong (rapporteur), ir. S.N.M. Wijte (rapporteur), ir. A. Th. Vermeltfoort (secretaris), ing. A.M.H.M.A. Claessens, R.J. van der Ham, ir. M.H.M. Nieuwenhuys, ing. M.J. Oversteegen, dr. ir. R. van der Pluijm, ing. G.J. Roelofsen, ing. A.E.M. van der Waart, ing. A. Brink (corresponderend lid), ir. J.H.M. Lavrijssen (corresponderend lid), J.c. van der Lippe (corresponderend lid), P.A. Timperman (corresponderend lid), prof.ir. C.S. Kleinman (mentor), ir. M.L. Ywema (coördinator). De eindredactie van deze Aanbeveling werd verzorgd door ir. C.A. van der Steen.

Deze CUR-Aanbeveling is goedgekeurd door de Algemene Voorschriftencommissie "Metselwerk".