0

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 75

Voorwoord

Voorwoord

Afdichtingslagen op en onder afvalstorten kunnen worden blootgesteld aan ongelijkmatige zetting van de onderbouw, waardoor druk- en trekspanningen in het materiaal ontstaan. Uiteindelijk kunnen deze spanningen leiden tot bezwijken van de afdichtingsconstructie, waarbij open scheuren ontstaan. In dat geval zal de afdichtende functie verminderen of zelfs teniet worden gedaan.
Van minerale afdichtingslagen wordt geëist dat ze zonder functieverlies ongelijkmatige zakking van de onderbouw moeten kunnen volgen. Als maat voor dit vermogen is in de 'Richtlijnen voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen' (Ministerie VROM, Publicatiereeks Bodembescherming nummer 1991/2) opgenomen dat de plasticiteitsindex van het minerale afdichtingsmateriaal ten minste 35 % dient te bedragen. Deze eis is tot stand gekomen op een moment waarop de minerale afdichting als enige afdichtingslaag zou gelden en zou blootstaan aan frequente bevochtiging en uitdroging. In de uiteindelijke regelgeving wordt echter een combinatie van minerale laag plus folie (combinatie-afdichting) voorgeschreven, waardoor de variaties in het vochtgehalte van de minerale afdichtingslaag aanzienlijk geringer zijn dan zonder een folie.

Deze CUR/PBV-Aanbeveling is opgesteld, omdat er nog onvoldoende inzicht bestond In:

  • de betekenis van plasticiteit voor de duurzaamheid van minerale afdichtingsmaterialen;
  • de in de praktijk te verwachten ongelijkmatige zettingen;
  • de vocht- en temperatuurcondities na aanleg in de minerale afdichtingslaag in een combinatie-afdichting;
  • het gedrag van een mineraal afdichtingsmateriaal ten gevolge van vervormingen;
  • het effect van vervorming op de waterdoorlatendheid van een minerale afdichtingslaag en de samenhang tussen de mate van deformatie en de waterdoorlatendheid;
  • de eis die kan worden gesteld aan de toelaatbare vervorming van een minerale afdichtingslaag;
  • meetmethoden om de invloed van vervormingen op het functioneren van de mineraIe afdichtingslaag te bepalen.

De in deze CUR/PBV-Aanbeveling opgenomen eisen en meetmethoden zijn tot stand gekomen door onderzoek dat gefinancierd is door het bedrijfsleven en door het Ministerie van VROM en het Ministerie van Verkeer & Waterstaat. Het uitgevoerde onderzoek bestond uit:

  • Een veldonderzoek aan twee typen minerale afdichting (Trisoplast en zandbentoniet) naar het verloop van de vochtspanning in de minerale laag, de temperatuur vlak boven en aan de onderzijde van de minerale laag en de gasdruk vlak onder de minerale laag.
  • Een laboratoriumonderzoek aan drie minerale mengsels naar de invloed van vervorming op de waterdoorlatendheid (zandbentoniet met 7 % bentoniet, Trisoplast met 13 % bentoniet en een polymeergehalte van 2 % (m/m t.o.v. het bentonietgehalte) en Hydrostab met 1,5% waterglas en een niet nader bekende minerale samenstelling).

In het onderzoek is uitgegaan van een combinatie-afdichting (folie op de minerale afdichtingslaag) en is geen rekening gehouden met extreme uitdroging of andere soorten van calamiteiten die van invloed kunnen zijn op de eigenschappen van het materiaal. Voor afwijkende situaties zijn de onderzoeksresultaten niet van toepassing.

Deze CUR/PBV-Aanbeveling is tot stand gekomen in het kader van het Plan Bodembeschermende Voorzieningen (PBV) waarin NIBV, CUR en Kiwa samenwerken op het gebied van bodembeschermende voorzieningen. Het PBV sluit aan bij de vigerende regelgeving van de overheid en past in haar streven om bodemverontreiniging tegen te gaan.

Deze CUR/PBV-Aanbeveling is opgesteld door CUR/PBV-Voorschriftencommissie VC 50 'Vervormingscriteria en meetmethoden van minerale afdichtingslagen'. Op het moment van verschijnen van· deze Aanbeveling luidde de samenstelling van deze commissie als voIgt:
ir. R.H.J. Kremer (voorzitter), ir. H.J.C.M. Onstenk (secretaris, rapporteur), ing. H.B. Beukema, ir. D. Boels, J.H. Groen, ing. H. Grootveld, L.A.J. Heijboer, drs. B. Kok C.H.W. Mol, ir. H.M.A. Pachen, ing. P.A. Ruardi, ing. A. Steerenberg, ing. K. van der Wal, ir. J.c. Wammes, ing. W.H. van der Zon, ing. T.J.H.E. Collignon (corresponderend lid), ing. A. Jonker (coördinator), prof.dr.ir. E.W. Bijker (mentor).

Deze Aanbeveling is goedgekeurd door de Algemene Voorschriftencommissie 'Bodem en Milieu'.