0

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 79:2016

Voorwoord

Voorwoord bij de tweede, herziene uitgave

In CUR-Aanbevelingen wordt veelvuldig verwezen naar normen en vaak worden voor specifieke onderwerpen aanvullende eisen gesteld. Bij CUR-Aanbevelingen op betongebied waren dat vooral de normen voor toeslagmaterialen (NEN 5905), betontechnologie (NEN 5950), de berekening van betonconstructies (NEN 6720) en de uitvoering van betonconstructies (NEN 6722).
Met de invoering van Europese normen in Nederland (NEN-EN) worden de oorspronkelijke Nederlandse normen (NEN) ingetrokken. Dit houdt in dat CUR-Aanbevelingen aan de nieuwe normen moeten worden aangepast.

Dat geldt ook voor CUR-Aanbeveling 79:2001. Deze herziene uitgave is aangepast aan de vigerende normen. Aanvullend moet worden opgemerkt dat specifiek in deze Aanbeveling veelvuldig direct naar het Bouwbesluit wordt verwezen. Deze verwijzingen zijn bij de tweede, herziene uitgave aangepast. Ook is daar waar van toepassing, verwezen naar normen voor het toetsen van bestaande bouwconstructies, zoals NEN 8700.

CUR-voorschriftencommissie 91 “Revisie CUR-Aanbevelingen” heeft het proces begeleid om tot deze herziene uitgave van CUR-Aanbeveling 79 te komen. VC91 was als volgt samengesteld: ing. N.J.F. Vonk (voorzitter NEN/CUR commissie 353 039/VC12 “Beton”), ir. F.B.J. Gijsbers (voorzitter NEN/CUR-commissie 351 001 09/VC20 “TGB Betonconstructies”, ir. C.A. van der Steen (voorzitter NEN/CUR-commissie 351 085/VC 18 “Uitvoering van betonconstructies”), dr.ir. G. van der Wegen (rapporteur), ir. S.N.M. Wijte (rapporteur) en drs. E. Vega (projectmanager).

NEN/SBRCURnet-commissies 353 039/VC12 “Beton” en 351 001 09/VC20 “TGB Betonconstructies” stemmen in met de inhoud van CUR-Aanbeveling 79:2016.

Met de publicatie van deze tweede, herziene versie, is de eerste versie (2001) vervallen.

Voorwoord bij de eerste uitgave

Voorwoord bij de eerste uitgave

CUR-onderzoekscommissie B 81 heeft onderzoek verricht naar de kosten van herstel in Nederland voor betonschade aan begane grondvloeren in woningen, uitgevoerd met Kwaaitaal of Manta elementen. De technische levensduur van deze betonnen vloerelementen is bij een juist ontwerp, een uitvoering volgens de destijds geldende normen en een “normaal” gebruik, onbeperkt. Maar bij verschillende vloeren is vastgesteld dat door een onjuiste toepassing van calciumchloride als versneller in het beton chloride geïnitieerde wapeningscorrosie optreedt. Een onjuiste toepassing wil in dit verband zeggen: ingemengd in grote hoeveelheden, een inhomogene menging of grote concentratieverschillen. Deze specifieke vorm van wapeningscorrosie kan de draagkracht van (een deel van) de vloer (versneld) negatief beïnvloeden en de technische levensduur verkorten, waardoor “bijzondere” herstelkosten moeten worden gemaakt.

De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in CUR-rapport 2000-11]. Uit dit rapport blijkt dat, circa 20 jaar na vervaardigen, bij ongeveer 25% van de Kwaaitaal vloeren en bij ca. 10% van de Manta vloeren direct of op termijn, geheel of slechts gedeeltelijk, constructieve maatregelen noodzakelijk zijn om de constructieve veiligheid te waarborgen.
Bij vloereigenaren, adviesbureaus, aannemers en andere betrokkenen is behoefte ontstaan aan nadere informatie, om eenduidig en objectief te kunnen vaststellen, in welke situaties het treffen van constructieve maatregelen aan de betreffende vloeren noodzakelijk is om onveilige situaties te voorkomen; of positief benaderd, om te kunnen beoordelen welke vloeren vanuit constructieve overwegingen niet behoeven te worden hersteld, zodat geen onnodige kosten worden gemaakt.

In de voorliggende Aanbeveling worden eisen gesteld aan:

  • de wijze van inspecteren van begane grondvloeren van individuele woningen;
  • het interpreteren van de inspectieresultaten en het opstellen van een advies;
  • het zonodig constructief beoordelen van de betreffende vloeren;
  • de mogelijk uit te voeren maatregelen, waarbij de belangrijkste eigenschappen van deze maatregelen zijn vastgelegd.

De eisen aan het uitvoeren van maatregelen hebben betrekking op vloeren, waarvoor constructieve maatregelen noodzakelijk worden geacht.
Deze onderwerpen zijn uitgewerkt in analogie met en voor zover mogelijk gerelateerd aan CUR-Aanbeveling 72 (Inspectie) en CUR-publicatie 172.

In het bijzonder wordt vermeld dat, in afwijking van de gangbare opzet van een CUR-Aanbeveling, specifiek aandacht is gegeven aan het (gedeeltelijk) gebruiken van de Aanbeveling door particuliere eigenaren van de vloeren. Dit heeft geresulteerd in:

  • het opnemen van een “Oriënterende schouwing” in een op zich zelf staand hoofdstuk (hoofdstuk 5), waarin de beoordeling is omschreven die desgewenst door de bewoner (consument) zelf kan worden uitgevoerd;
  • het toevoegen van bijlage E, waarin enkele “Herstelmethoden en preventieve maatregelen” zijn omschreven.

CUR-Aanbeveling 79 is opgesteld door CUR-voorschriftencommissie 63 “Inspectie en herstel Kwaaitaal en Manta vloeren”. Op het moment van verschijnen van deze Aanbeveling was de samenstelling van de commissie als volgt:
prof.ir. W.R. de Sitter (voorzitter), ing. S.J. Eijgenraam (secretaris), ing. M. de Jonker (rapporteur), mr. P.L. Alers, ing. T. Balster, ir. H. Borsje, ing. A.A.M. Koëter, ir. P.C. Nuiten, mw. ir. M.T. Oortwijn, ir. D. Stoelhorst, mw. J. Verbeek, ir. W.J.M. Welling, H. Verkes (corresponderend lid), ir. J.M.H.J. Smit (coördinator) en W. Buist (mentor).Met betrekking tot de teksten voor het beoordelen van de constructieve veiligheid heeft ing. A. de Vries een belangrijke ondersteunende bijdrage aan het samenstellen van de Aanbeveling geleverd.

De werkzaamheden van de voorschriftencommissie zijn voorbereid door een werkgroep met de volgende samenstelling:
prof.ir. W.R. de Sitter (voorzitter), ing. M. de Jonker (rapporteur), dr. R.F.M. Bakker, ing. D.D. de Jong, ir. P.C. Nuiten, ir. J.M.H.J. Smit (coördinator) en W. Buist (mentor).

De Aanbeveling is goedgekeurd door de Algemene Voorschriftencommissie "Beton" en wordt ondersteund door NEN/CUR-commissie 353 039/VC 12 “Beton” en door NEN/CUR-commissie 351 001 09/VC 20 “TGB-Betonconstructies”.