0

Wilt u deze kennis delen met collega's? Klik dan hier om uw collega's uit te nodigen.

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 120:2017

Voorwoord

Voorwoord

Het voldoende uit elkaar houden van verwarmingsleidingen en drinkwaterleidingen blijkt een dusdanig lastige opgave dat ook met alle nu beschikbare kennis de watertechnische installatiebedrijven het probleem niet meer alleen kunnen oplossen. Het realiseren van de concepten is daarmee niet alleen een zaak van de watertechnische installatiebedrijven, maar van alle bij het bouwproces betrokken partijen: ontwerpers, bouwers en installateurs van het gebouw. Deze CUR-aanbeveling gaat daarom vooral in op de bouwkundige randvoorwaarden om legionella-veilige leidingwaterinstallaties in gebouwen mogelijk te maken.

Het voorkómen van ongewenste opwarming van leidingwater is een voortdurend punt van aandacht. Artikel 6.13 uit het Bouwbesluit 2012 geeft in het eerste lid aan dat een drinkwaterinstallatie moet voldoen aan NEN 1006. Nadere voorschriften omtrent de toepassing van materialen en evt. chemicaliën in drinkwaterinstallaties kunnen volgens het tweede lid worden gegeven via de ministeriële Regeling Materialen en chemicaliën drink- en warm tapwater-voorziening. Bouwkundige randvoorwaarden hebben hierin duidelijk niet de focus.

Vooral in de installatiesector is inmiddels veel kennis ontwikkeld en vastgelegd om te komen tot legionellaveilige leidingwaterinstallaties in gebouwen. Via de aansluitvoorwaarden van het drinkwaterbedrijf worden eisen gesteld aan de leidingwaterinstallatie door middel van NEN 1006 en de bijbehorende Waterwerkbladen. Daarnaast zijn er verschillende ISSO-publicaties waarin kennis over legionellapreventie in gebouwinstallaties is vastgelegd. In 2011 is de laatste ISSO-SBR-publicatie 811 uitgebracht waarin ook de link naar de bouwkundige randvoorwaarden wordt gemaakt. Toch blijkt in de bouwpraktijk nog te vaak dat in het bouwkundig ontwerp onvoldoende is nagedacht over de benodigde randvoorwaarden om te komen tot een legionellaveilige leidingwaterinstallatie.

Daarom is, met financiële ondersteuning van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Milieu en in nauwe samenwerking met een speciaal breed samengestelde commissie van inhoudelijke deskundigen en marktpartijen, besloten om een CUR-Aanbeveling te maken die specifiek gericht is op de bouwkundige sector. Daarin zijn ontwerpconcepten opgenomen die voorzien in bruikbare en toepasbare technische oplossingen.

Deze CUR-Aanbeveling 120 is erop gericht om aan te sluiten op de gangbare ontwerpmethodiek voor een gebouw. Voor het ruimtelijk ontwerp wordt aangegeven welke ontwerpuitgangspunten vastgelegd moeten worden. Met behulp van checklists voor het technisch ontwerp, het geschreven bestek en voor het bouwkundig tekenwerk worden de essentiële, duidelijk vast te leggen punten beschreven die nodig zijn om een legionellaveilige leidingwaterinstallatie mogelijk te maken.

Veel voorbeelden hebben betrekking op veel voorkomende woningtypologieën voor grondgebonden geschakelde en vrijstaande woningen, maar ook voor verschillende typen appartementen. Desalniettemin is deze CUR-Aanbeveling niet uitsluitend gericht op woningbouw en wel degelijk goed toepasbaar op het ontwerp voor veel voorkomende utiliteitsgebouwen, zoals kantoorgebouwen, logiesgebouwen en bijeenkomstgebouwen.

CUR-Aanbeveling 120 is volledig afgestemd op ISSO-Publicatie 30 ‘Leidingwaterinstallaties in woningen’, de ISSO Checklist hotspots Legionella en NEN 1006 Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties.

De samenstellers van deze publicatie hechten eraan het volgende te benadrukken:

Het is van belang dat in een drinkwaterinstallatie geen situatie ontstaat waarin bacteriologische nagroei (o.a. Legionellabacteriën) kan plaatsvinden. Met de in deze publicatie beschreven concepten wordt de kans tot een minimum beperkt dat deze zich tot ongezonde concentraties kunnen ontwikkelen als gevolg van opwarming door verwarmingsleidingen, onderdelen van collectieve warmtedistributie of onvoldoende doorstroming en bij gangbare ontwerpcondities, normaal gebruik en beheer. Installaties die hierop zijn ontworpen en volgens de hiervoor beschikbare normen en richtlijnen, binnen de context van deze CUR-Aanbeveling worden gerealiseerd, kunnen als legionellaveilig worden gekwalificeerd. Alle andere denkbare oorzaken van groei van Legionella door ongewenste opwarming, zoals zoninstraling en hoge temperatuurregimes, slecht beheer en afwijkend gebruik vallen buiten het kader van deze publicatie.

Deze CUR-Aanbeveling 120 is tot stand gekomen in de hiervoor in het leven geroepen CUR-commissie ‘ontwerpen en realiseren van legionellaveilige gebouwen. Deze commissie bestond uit de volgende leden:

  • Thiemo Bakker, Oasen N.V. namens Vewin
  • Ir. Michiel van Bruggen, De Energiemanager (rapporteur)
  • Erwin Hartmann, Grohe
  • Tinus de Lange, Wavin
  • Ir. Alexander Pastoors, Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus
  • Ing. Irene van Veelen, ISSO
  • Ing. Robèrt Verheij, Aquaserva
  • Gerben Verweij, Viega
  • Dr. Ir. Bas Hasselaar, SBRCURnet (secretaris)

De CUR-Aanbeveling is door de commissie afgestemd op ISSO-Publicatie 30 en NEN 1006 die dieper ingaan op het installatietechnisch ontwerp en de installatietechnische uitvoering van legionellaveilige waterinstallaties.

De publicatie is verder mogelijk gemaakt dankzij financiële ondersteuning van

  • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  • Aquaserva Nederland B.V.
  • BureauLeiding, informatiebureau voor kunststof leidingsystemen
  • Grohe Nederland B.V.
  • Viega Nederland B.V.

SBRCURnet vertrouwt erop dat deze nieuwe publicatie in de vorm van een CUR-Aanbeveling zijn weg naar de bouwkundige praktijk weet te vinden en breed gebruikt gaat worden door ontwerpers, bouwkundigen en bouwbedrijven, om de legionellaveiligheid van gebouwen nog beter te borgen.

Ir. Aldo de Jong
Productmanager SBRCURnet