0

aanbeveling: CUR-Aanbeveling 25

Voorwoord

Voorwoord

In NEN 6720 (VBC 1995) worden rekenregels gegeven voor ingestorte ankers. Daarbij wordt voor de verankering uitgegaan van de verankeringslengte zoals die voor wapeningsstaven in constructief beton wordt toegepast ('gewapend-betontechniek'). In de dagelijkse bouwpraktijk worden zeer veel constructieve bevestigingen toegepast, waarbij gebruik wordt gemaakt van korte ingestorte of achteraf ingeboorde ankers. Voor die ankers, met een relatief korte verankeringslengte (veelal ongeveer 10 maal de diameter), is de gewapend-betontechniek niet toepasbaar en zijn in Nederland geen publiekrechtelijk aangestuurde voorschriften beschikbaar. Om die reden is, op basis van onder meer STUVOrapport 85 [1] en het werk van SBR-commissie B7 'Verbindingen in prefab beton' [2, 3], door de toenmalige werkgroep 1 'Korte ankers' van voorschriftencommissie 20 'Ontwerp en berekening', in 1991 CUR-Aanbeveling 25 'Momentgecontroleerde spreidankers en korte lijmankers in verharde betonconstructies' opgesteld.

In internationaal verband hebben de ontwikkelingen rand korte ankers de laatste jaren niet stilgestaan. Op basis van zeer veel experimenteel onderzoek is de kennis omtrent het gedrag van de verschillende ankertypen, ankergroepen enz. zeer sterk toegenomen. Daarmee was het mogelijk om voor achteraf aangebrachte ankers in EOTA-verband een Europese goedkeuringsrichtlijn [4]op te stellen. Daarnaast is in CEB-verband (thans fib) de kennis vastgelegd in een State-of-the-Art rapport [5]en zijn rekenregels [6] opgesteld. Voor beide werkzaamheden (het opstellen van de goedkeuringsrichtlijn en het opstellen van de rekenregels) geldt dat, ten tijde van het verschijnen van de onderhavige CUR-Aanbeveling, delen gereed zijn voor een aantal ankertypen en dat verder wordt gewerkt aan de delen voor andere ankertypen.

Eind 1988 is de richtlijn Bouwproducten gepubliceerd, die is geïmplementeerd in Hoofdstuk XII van het Bouwbesluit. Op grond van die richtlijn worden Europese technische specificaties, onder meer in de vorm van Europese goedkeuringsrichtlijnen (ETAG's) en Europese technische goedkeuringen (ETA's), opgesteld en afgekondigd. De ETAG voor metalen ankers toegepast in beton [4] is door de Europese Commissie vastgesteld en in Nederland afgekondigd in de Staatscourant 1998,114 van 18 juni 1998. Daarmee is het mogelijk geworden op basis van de ETAG een ETA op te stellen voor een in Nederland geproduceerd anker dat valt binnen het toepassingsgebied van de ETAG. De ETA die op grond van die ETAG is opgesteld, heeft in Nederland de status van kwaliteitsverklaring. Dat geldt ook voor een in het buitenland afgegeven ETA. Een Europese technische goedkeuring is gekoppeld aan de plicht de CE-markering voor het product te voeren. In de praktijk komt het erop neer dat voor een anker met CE-markering de opgegeven eigenschappen moeten als juist worden geaccepteerd. Tot welk niveau die eigenschappen in een constructief ontwerp mogen worden benut, hangt af van de aan te houden veiligheden (onder meer de partiele veiligheidsfactoren), die op nationaal niveau moeten worden vastgesteld. In deze CUR-Aanbeveling worden daarvoor richtlijnen aangegeven.

De genoemde internationale innovatieve ontwikkelingen in de 'Bevestigingstechniek' (zie ook [7])waren aanleiding ook in Nederland de rekenregels beter te laten aansluiten bij de laatste stand der techniek. Besloten is een hernieuwde versie van CUR-Aanbeveling 25 te publiceren, waarin de verschillende typen korte ankers (zowel vooraf ingestort als achteraf aangebracht) op een consistente manier worden behandeld. De geherstructureerde NNl/CUR-commissie 351 001 09/VC 20, subcommissie 1 'Ankers in beton' heeft deze nieuwe CUR-Aanbeveling opgesteld. Omdat CUR-Aanbeveling 25 in de praktijk inmiddels een ingeburgerd begrip is geworden, is gekozen voor handhaving van het nummer, echter aangevuld met 'tweede, herziene uitgave*. Voor de berekeningsmethode zijn CEBBulletin 233 [6]ende ETAG-'Guideline for European Technical Approval of Metal Anchors for Use in Concrete' [4] als uitgangspunt gebruikt.

De veiligheid van een ankerverbinding wordt enerzijds bepaald door een goed ontwerp, anderzijds wordt het goed functioneren van een ankerverbinding, veel meer dan bij menige andere constructie, bepaald door een correcte uitvoering. Om die reden is ervoor gekozen in deze Aanbeveling, in analogie met de betonvoorschriften, naast constructieve aspecten ('VBC-onderwerpen') in deel I, in deel II ook uitvoeringstechnische aspecten ('VBU-onderwerpen') te behandelen.

De subcommissie is van mening dat met de berekeningsmethode en de aangegeven uitvoeringstechnische aspecten in deze Aanbeveling een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan een grotere betrouwbaarheid van verbindingen met korte ankers. Die betrouwbaarheid hangt echter ook in zeer sterke mate af van de kwaliteitszorg van de verschillende partijen. Aanbevolen wordt daarom constructieve verbindingen met korte ankers die zijn berekend volgens de berekeningsmethode in deze Aanbeveling, alleen toe te passen als:

  • de verbinding is ontworpen door ervaren en gekwalificeerd personeel;
  • de uitvoering plaatsheeft volgens de instructies van de ankerleverancier en door bekwame en ervaren personen;
  • de constructie en (waar mogelijk) de verankering op een adequate wijze worden onderhouden gedurende de beoogde levensduur;
  • het gebruik van de verbinding gedurende de beoogde levensduur niet zodanig wijzigt dat deze ten opzichte van de ontwerpbelasting zwaarder wordt belast, tenzij een herberekening wordt uitgevoerd.

De subcommissie is van mening dat de uitvoering op de bouwplaats bij ankers vaak niet de aandacht krijgt die deze behoort te krijgen. Als gevolg hiervan worden ankers soms niet op de juiste wijze geplaatst. De commissie is dan ook van mening dat de kwaliteitszorg bij de uitvoering moet worden verbeterd. Ten tijde van het opstellen van deze CURAanbeveling zijn initiatieven gestart om te komen tot een geregistreerde kwaliteitszorg bij het plaatsen van achteraf aan te brengen ankers. Die ontwikkeling wordt door de subcommissie dan ook toegejuicht.

Het met de hand doorrekenen van een ankerverbinding volgens de gedetailleerde berekeningsmethode die in deze Aanbeveling wordt gegeven, zal al snel een grote hoeveelheid werk blijken te zijn. Gegeven de computerfaciliteiten die ter beschikking staan, wordt dit niet als een probleem gezien. Overigens geldt ook voor de software dat kwaliteitszorg bijzonder belangrijk is.

Ten slotte dient volledigheidshalve te worden opgemerkt dat de berekeningsmethode in deze Aanbeveling niet volledig gelijk is aan die in CEB-Bulletin 233 [6]. Naast het feit dat enkele ankertypen in deze Aanbeveling worden behandeld die in [6] nog niet zijn opgenomen, kan worden gewezen op het verschil in aangehouden waarde voor de betondruksterkte. Doordat in het CEB-Bulletin wordt uitgegaan van de cilinderdruksterkte in plaats van de kubusdruksterkte in deze Aanbeveling, is een aantal constanten in de gegeven formules afwijkend. Dit heeft geen consequenties voor de karakteristieke sterkte die voor het anker wordt aangehouden.

In het toepassingsgebied wordt vermeid dat de Aanbeveling bedoeld is voor constuctieve verbindingen tussen (bouw)elementen en beton. De in de praktijk meest toegepaste verbinding is die van een staalconstructie aan een betonconstructie. Deze verbinding kan gedimensioneerd en gedetailleerd worden door zowel de staal- als de betonconstructeur. Reden dat deze Aanbeveling mede tot stand is gekomen in samenspraak met Bouwen met Staal.

De samenstelling van NNI/CUR-commissie 351 001 09/VC 20, subcommissie 1 'Ankers in beton', was bij het verschijnen van deze CUR-Aanbeveling als volgt:
ing. R. Sagel, voorzitter
dr.ir. D.A Hordijk, secretaris en rapporteur
A Dikkerboom
H. van Deuveren
A Eijkemans
ir. J.J.M. Font Freide
H.A ten Hove Jansen
ing. N. Kaptijn
ir. c.J.G. Koot
R. Koster
ir. J. Laurens
F.J. Lieon
H.J.A. van paradijs
ing. E. Schoorl
A van der Zalm
ing. AR. Kerp, coordinator
ir. Th. Monnier, mentor

CUR-Aanbeveling 25 (tweede, herziene uitgave) is beoordeeid door NNI/CUR-commissie 351 001 09/VC 20, 'TGB Betonconstmcties' en goedgekeurd door de Algemene Voorschriftencommissie 'Beton'.