0

Regels voor het verstrekken van een energielabel - 376

Welke bedrijven komen in aanmerking om energielabels af te geven en hoe is de daarvoor benodigde certificering te verkrijgen?

OPLOSSINGRICHTINGEN

Wanneer energielabel nodig?
Vanaf 1 januari 2008 moet bij bouw, verkoop en verhuur van elk gebouw op het moment van transactie in principe een energielabel (formeel ‘energieprestatiecertificaat’ genoemd) aanwezig zijn. Dat is zo geregeld in het Besluit Energieprestatie Gebouwen (BEG).
Een energielabel geldt voor een specifiek gebouw en geeft informatie over de hoeveelheid energie die bij gestandaardiseerd gebruik van dat gebouw nodig is. Het energieverbruik van het gebouw volgt uit een berekening, waarbij verwarming, warm-watervoorziening, verlichting, ventilatie en koeling worden meegeteld.
Voor woningen waarvan de bouwvergunning is afgegeven ná 1 januari 1998 geldt de bijbehorende EPC-berekening als energielabel. Energielabels (en EPC-berekeningen) die ouder zijn dan tien jaar, zijn niet meer geldig. Dit is een belangrijke afwijking van het principe.

Volgens het Besluit Energieprestatie Gebouwen is een energielabel nodig voor alle gebouwen, dus ook woningen. Er zijn enkele uitzonderingen:
  • monumenten (zowel rijksmonumenten als gebouwen op gemeentelijke of provinciale monumentenlijsten);
  • gebouwen voor erediensten en religieuze activiteiten;
  • vrijstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m2.
De eigenaar van het gebouw moet ervoor zorgen dat het energielabel beschikbaar is op het moment van de transactie. De eigenaar verstrekt het aan de koper of huurder. De notaris controleert dat.

Afgifte energielabels
Energielabels kunnen alleen worden afgegeven door bedrijven die daarvoor zijn gecertificeerd. Dit volgt uit de Regeling Energieprestatie Gebouwen (REG, artikel 2, lid 1). Daarin staat dat een energielabel, formeel aangeduid als ‘energieprestatiecertificaat’, wordt afgegeven door een adviseur met een geldig NL-EPBD procescertificaat, zoals bedoeld in BRL 9500, delen 1 en 3. Deze is vastgesteld op 6 december 2006.
De Beoordelingsrichtlijn BRL 9500 geeft aan welke eisen van toepassing zijn op het proces van het afgeven van energielabels. Deze BRL stelt ook eisen aan de deskundigheid en aan de interne kwaliteitsbewaking van het bedrijf dat de energielabels afgeeft. BRL 9500 is een certificatieregeling die wordt beheerd door de Stichting Kwaliteitsborging Installatiesector (KBI).
In principe kan elk bedrijf worden gecertificeerd, bijvoorbeeld installateurs, aannemers, adviseurs, maar ook woningbouwcorporaties. Certificatie van een bedrijf gebeurt door het sluiten van een certificatie-overeenkomst met één van de door KBI gecontracteerde certificatie-instellingen (een overzicht daarvan is te vinden op de website van KBI). Eenmaal gecertificeerd staat het bedrijf onder voortdurende controle van de certificatie-instelling.
Stappenplan voor verkrijgen certificering
Wil een bedrijf zichzelf laten certificeren voor het afgeven van energielabels, dan kan als volgt worden aangepakt:
  1. Kies het werkterrein: ‘woningen’ en/of ‘utiliteitsgebouwen’.
  2. Controleer of het bedrijf in staat is om energielabels af te geven volgens de daarvoor geldende eisen van BRL 9500 (hoofdstuk 3 en 4). Eén van de eisen is dat het bedrijf beschikt over een computerprogramma om de energielabels af te melden bij SenterNovem, waardoor ze rechtsgeldig worden.
  3. Controleer of het bedrijf en de interne kwaliteitsbewaking voldoen aan de daarvoor geldende eisen van BRL 9500 (hoofdstuk 5 en 6). Eén van de eisen is dat er ten minste één ‘EPA-adviseur’ in vaste dienst is.
  4. Maak een afspraak met een certificatie-instelling voor een toelatingsonderzoek.
  5. Bij een positieve uitslag: sluit een certificatie-overeenkomst met de certificatie-instelling.
Afgeven van labels
Zolang het label maar voldoet aan het certificaat, is een gecertificeerd bedrijf verder vrij in het afgeven van labels. Het certificaat legt geen beperkingen op aan het werven van klanten, afspraken over de prijs, enzovoort. Bij klachten wendt de klant zich eerst tot het gecertificeerde bedrijf. Als dat niet leidt tot een bevredigende oplossing, dan kan de klant zich tot de certificatie-instelling wenden.

ACHTERGROND INFORMATIE

De invoering van verplichte energielabeling ontmoette in Nederland enige weerstand (zie ook SBR Infoblad 375 ‘Eisen volgens EPBD (Energy Performance Building Directive)’). De regering hecht behalve aan het terugdringen van energiegebruik namelijk ook belang aan het beheersen van administratieve lasten voor burgers en bedrijven. Om efficiënte energielabeling mogelijk te maken is ervoor gekozen om bijvoorbeeld ook aannemers en installateurs in aanmerking te laten komen voor het afgeven van energielabels voor gebouwen.
De markt voor energielabeling is groot. In de Nederlandse woningmarkt gaat het jaarlijks om 500.000 mutaties in verhuur en verkoop. In de kantorensector zijn er bijna 17.000 transacties per jaar.

AANDACHTSPUNTEN

Geen bijzondere aandachtspunten