0

Afvalbeheersing bij binnenwandenbouw - 026

Het werk zodanig voorbereiden en uitvoeren dat er geen afval van gips en cellenbeton in de puincontainers van de aannemer terecht komt (omdat het gesorteerde puin daardoor waardeloos kan worden) en er zo min mogelijk pur-afval ontstaat. De aanpak van dit probleem biedt extra kansen: de organisatie en werkwijzen, die voor afvalbeheersing nodig zijn, bevorderen namelijk bovendien kwaliteit en efficiëntie.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Afvalbeheersing bij inkoop en werkvoorbereiding

1. Zet afvalkennis continu in voor verbetering van bedrijfsprocessen.
Schat de hoeveelheden restanten en afval van binnenwanden op een bouwproject. En registreer dit ter plaatse. Vergelijk vervolgens de door u geraamde materiaalverliezen met de in werkelijkheid geregistreerde hoeveelheden. Hierdoor krijgt u inzicht in mogelijke tekortkomingen van uw ramingsmethodiek of de werkwijze van uw personeel. Op die manier kunt u kwaliteit en efficiëntie doorlopend verbeteren - en het afval beter beheersen.

2. Bied aan: "Eigen restmaterialen gaan gescheiden mee terug".
Aannemers stellen het op prijs als u - voor nieuwbouwprojecten - aanbiedt de eigen restmaterialen zelf te laten afvoeren in gesloten containers (die u ook zelf afroept).

3. Overleg met opdrachtgever en architect over ontwerp op maat.
Een verandering van enkele centimeters in maatvoering en ontwerp kan soms betekenen dat standaardpanelen en -blokken beter passen en dat er dus minder gezaagd hoeft te worden. En dat betekent weer: minder afval, snellere productie! Breng dit punt zonodig onder de aandacht van uw opdrachtgever of de architect als u offreert op bestektekeningen.

4. Werk met een uitgekiend zaag- en stelplan.
Controleer hoe het zaagplan in de praktijk uitpakt. In veel gevallen kunt u met kleine aanpassingen van het plan de hoeveelheid werk en de zaagverliezen verminderen. En het gebruik van (breekbare) vulstroken kan dan beperkt blijven tot het hoogst noodzakelijke.

5. Pas alleen 'kunststofprofiel met PS-schuim' toe als dit vereist is.
Pas alleen 'kunststofprofiel met PS-schuim' toe als de stijfheid van overkapping of plafonds onvoldoende is. Geen 'kunststofprofiel met PS-schuim' nodig? Dan ook niet op de bouwplaats aanvoeren! Dit is dan meteen een besparing.

6. Gebruik goede zagen.
- Met een strakke zaagsnede krijgt u een gladdere wand. Een slechte zaag geeft een brokkelrand, dus meer afval en minder kwaliteit.
- Diamantzaagbladen gaan jaren mee; gewone zaagbladen maximaal één week. De meerkosten van een diamantzaagblad komen er heus wel uit. En het scheelt weer wat afval.

7. Reduceer het lijmverbruik.
In een praktijkproef is het volgende gebleken:
- Toepassing van lijmbakken en lijmscheppen geeft een besparing op lijm van maar liefst 30% ten opzichte van het opbrengen met een troffel.
- Een ploeg van twee mensen die panelen plaatst, 'produceerde' drie emmers lijmafval per week. Na onderling goed afstemmen van de lijmaanmaak verminderde dit tot minder dan een halve emmer, voornamelijk schraapafval. Bovendien werd hierdoor de opruimtijd bekort.

8. Neem goede emmers: duurder maar toch goedkoper!
Plastic emmers gaan gemakkelijk stuk bij het aanmaken van lijm. Het gevolg is lijmuitval (en vaak een janboel). Goede emmers zijn van rubber en gaan veel langer mee. De extra kosten hiervan zijn snel terugverdiend. Dat rubberen emmers weleens willen 'verdwijnen' is hierbij ingecalculeerd.

9. Kies purschuim in statiegeldverpakking.
Zulke bussen worden hergebruikt en komen dan niet bij het afval.

10. Kies pur in bussen op spuitpistolen in plaats van bussen met slangetje.
Dit bespaart veel pur bij de verwerking, vermindert het purafval en voorkomt gedoe met verstopte slangetjes. (In spuitbussen met slangetje blijft gemiddeld 70 gram meer pur achter dan in bussen die op een drukpistool zijn gebruikt.)

11. Zorg voor één-op-één-uitgifte van volle bussen in ruil voor lege.
Dat voorkomt fouten in de afvoer en verwerking, met name: - dat de bussen in de verkeerde afvalcontainers terechtkomen; - dat bussen waar statiegeld op zit niet worden teruggeleverd.

12. Controleer materiaal bij levering, en zorg voor een goede opslag.
Uitvalpercentages van 15% van de geleverde materialen door transportschade en verkeerde opslag zijn geen uitzondering! Let erop dat panelen en blokken droog opgeslagen worden op een vlakke en schone ondergrond. Uitval betekent naast materiaalverlies ook extra werk en extra afval.

13. Stel u en uw collega's goed op de hoogte.
Raadpleeg de andere relevante Informatiebladen over afvalbeheersing, en verspreid ze zo nodig. Belangrijk voor zuinig purren en afvalvermindering zijn de PUR-PUNTEN. Deze zijn te vinden in het Informatieblad 025.

2. Afvalbeheersing bij uitvoering

ZAGEN EN LIJMEN

14. Zaag de uitsparingen van panelen secuur.
Nauwkeurig uitzagen van de uitsparingen bij panelen voorkomt een hoop werk. Want het dichten van kieren met vulstroken en/of pur zal dan veel minder vaak nodig zijn - waardoor u ook minder afval hoeft op te ruimen.

15. Gebruik lijmbakken en lijmscheppen in plaats van troffels; voorkom morsen.
- Lijmresten zijn na verharding moeilijk te verwijderen. Let er dus op dat er zo min mogelijk wordt gemorst.
- Werk met lijmbak en lijmschep. Daardoor krijgt u een betere verbinding dan met een troffel, en voorkomt u (forse!) morsverliezen. Bijkomend voordeel: minder uitgedrukte lijmresten.

16. Maak de juiste hoeveelheid lijm aan.
Maak lijm aan in overleg met de aanwezige collega's. Door zo min mogelijk aan te maken, dat wil zeggen goed afgepast, voorkomt u dat er lijm overblijft. Zeker 's middags is dit van belang. Lijmrestanten worden natuurlijk hard, en dat betekent extra opruimwerk en afval. Om nog maar te zwijgen over de verspilling van de dure lijm zelf.

WERKEN MET PUR-SCHUIM

17. Maak de oudste bussen het eerst op.
Let op de houdbaarheidsdatum. Hoe ouder de bus, hoe slechter de menging van pur met drijfgas en hoe meer productverlies. Verlopen pur is afval.

18. Zuinig en goed purren.
Belangrijk voor zuinig en goed purren zijn de PUR-PUNTEN. Deze zijn te vinden in het Informatieblad Aandachtspunten bij het gebruik van pur.

AFVAL SCHEIDEN EN OPRUIMEN

19. Ruim het afval bij de aannemer op.
Als u restmaterialen en afval in de containers van de aannemers achterlaat, let dan op het volgende. Gooi cellenbeton, gips en lijm beslist niét in de PUIN-container maar bij het restafval. Mocht de aannemer PLASTIC-afval apart houden, dan kunt u daar de verpakkingsfolie bijdoen.

20. Verlang een opgeruimde werkplek en laat deze opgeruimd achter.
Prettiger voor u en voor degene die na u komt

ACHTERGROND

Jaarlijks krijgt Nederland zo'n 16 miljoen ton bouw- en sloopafval te verwerken. Daarvan is per nieuwbouwwoning zo'n 100 kilogram afkomstig van cellenbeton, gipsblokken en ander afval van niet-dragende binnenwanden.
Daarnaast wordt in de binnenwandenbouw vaak gebruik gemaakt van pur - het afval daarvan geldt als gevaarlijk afval dat apart moet worden ingezameld. Afvalvermindering, afvalscheiding en nauwkeuriger werken in de binnenwandenbouw bieden verschillende voordelen:

  • minder afvalkosten voor de opdrachtgever/aannemer, en daardoor een betere relatie;
  • besparing op wandmateriaal, lijm en hulpstoffen;
  • een schonere werkplek;
  • efficiënter werken en
  • betere kwaliteit.

De omvang van verlet door slecht weer kan worden beperkt door onder meer uitvoeringstechnische maatregelen, zoals het afdekken van bouwmaterialen, het afschermen voor wind en regen en verwarming van de werkplek. Ter vermindering van verlet door winterse omstandigheden zijn speciale maatregelen nodig die mensen, materieel en materiaal beschermen tegen koud en nat weer. Immers, het materieel heeft het zwaarder te verduren, materialen kunnen worden beschadigd, terwijl de werknemer zwaarder wordt belast en meer gezondheidsrisico's loopt.

AANDACHTSPUNTEN

Er zijn voor dit onderwerp geen aandachtspunten.