0

Afvalbeheersing bij de uitvoering - 078

Het werk zodanig uitvoeren (in goed overleg met de inkoper/werkvoorbereider, het personeel, de onderaannemers en de afvalinzamelaar) dat afval zoveel mogelijk wordt voorkomen, dan wel opgeruimd, gescheiden en afgevoerd.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Zorg voor afvalscheiding op de bouwplaats

a. Maak per project een afvalscheidingsplan – samen met de werkvoorbereider.
Stel uzelf eerst een paar kernvragen:

  • Welke afvalstromen zijn te verwachten?
  • Hoeveelheden?
  • Wanneer?

De antwoorden helpen u snel op weg.
Gebruik het Infoblad 075 Afvalscheiding op de bouwplaats - algemeen, met name het onderdeel 'Afvalfracties' (of een soortgelijk document).

b. Kies de juiste containers.
Overleg dit met de afvalinzamelaar.

c. Houd de opstelplaats van afvalcontainers goed gescheiden van de materiaalopslag.
Zo ontstaat minder materiaaluitval, dus minder afval.

d. Sluit het bouwterrein af. Sluit ook de containers af en zet ze niet vlakbij de afrastering.
Hiermee voorkomt u dumping van ongewenst afval door buurtbewoners en anderen.

e. Zorg dat de containers goed gevuld zijn voordat u nieuwe afroept.
Er kan (bijna) altijd nog meer in. Door zeer goed vullen kunt u wel dertig procent op de containertransporten besparen!

f. Registreer de afvoer van afval zorgvuldig.

  • Registratie van afval laat zien welk afval u afvoert, en hoeveel. Hierdoor krijgt u zicht op de mate van afvalscheiding, en dus ook op de mogelijkheden tot afvalvermindering.
  • Laat deze gegevens door de administratie uitwerken in overzichten van soorten/hoeveelheden afval en percentage gescheiden afval per project (zie ook het Informatieblad Afvalscheiding op de bouwplaats -algemeen, met name het onderdeel 'Afvalscheiding organisatorisch voorbereiden'. Als u zo'n overzicht bijvoorbeeld elk kwartaal in handen krijgt, kunt u het scheidingsproces beter bijsturen.

g. Zorg dat de afvalinzamelaar de afspraken stipt naleeft. Als u het goed geregeld heeft, zal hij:

  • containers legen/wisselen precies volgens uw standaardopdracht,
  • afgiftebonnen verstrekken, die correct volgens deze standaard zijn ingevuld, tenzij hij de inhoud van de containers anders beoordeelt (wat hij dan direct moet terugmelden),
  • de lege containers tijdig terugzetten, goed plaatsen en...
  • de bordjes puin, hout, enz. weer bij deze containers zetten.
2. Voorkom en verminder uitval en afval

a. Stel u zelf eerst een paar kernvragen:

  • Waar komt afval vrij? De bronnen!
  • Waardoor komt dit afval vrij? Oorzaken per bron!
  • Kan het minder? Kan het meteen worden hergebruikt op de bouwplaats?

b. Voorkom uitval van nieuwe materialen.

  • Kies voor de materiaalopslag een harde, vlakke, schone en droge ondergrond, ver weg van modderige terreinwegen. Zo voorkomt u heel wat uitval.
  • Accepteer materiaal niet veel eerder dan op het afgesproken tijdstip. Te vroeg geleverde materialen leggen nodeloos beslag op ruimte en verhogen de kans op beschadiging (en diefstal).
  • Nieuwe materialen moeten direct na levering worden afgedekt. Anders zullen vocht, vuil en wind een hoge tol eisen. Vooral stenen, mortels en materialen voor binnenwanden en isolatie zijn hier gevoelig voor.

c. Kies voor minder verpakking en stuur meer retour.

  • Als u te veel verpakking denkt te ontvangen, meld dit dan aan de inkoper. Overleg met hem ook over het gebruik van retoursystemen. Zo zijn stenen zonder verpakking leverbaar (als HULO-pakket). Iets dergelijks geldt voor (onder meer) kozijnen en deuren.
  • Pallets kunnen in de regel retour naar de leverancier (overleg dit met de inkoper). Zoniet, laat ze dan ophalen door palletcentrales. Doe dus geen pallets in de afvalcontainer hout - ook al niet omdat ze daarin naar verhouding veel te veel plaats zouden innemen.

d. Bestel beton op maat.
Betoncentrales krijgen dagelijks halfvolle wagens retour. Bestel dus nauwkeurig en kijk kritisch naar levering en restanten. Als er wat overblijft, de volgende keer minder bestellen. Voor resten beton is trouwens vaak nog wel een nuttige bestemming op het project te vinden – praat er met de opzichter over.

e. Vermijd vermenging met (onnodig) zand.
Dertig procent van bouw- en sloopafval bestaat uit fijn materiaal. Afvalverwerkers zeven dit eruit. Het is hoofdzakelijk zand (dat met het bouwafval wordt meegeschept) en veegvuil. Dit kan alleen maar worden gestort – een kostbare zaak. In de praktijk komt veel te veel zand in de containers terecht. Let hierop bij het opruimen en bespreek dit in het werkoverleg.

f. Zorg dat de werkplek per woning/verdieping schoon is en blijft.
Een schone werkplek blijft langer schoon. En: hoe schoner de werkplek, hoe kleiner de kans is op vervuiling (en daardoor uitval) van bouwmaterialen, of op vermenging van waardevolle afvalfracties met veegvuil en zand. Spreek dit goed af (en houd iedereen daar ook aan).

g. Kijk ook steeds kritisch naar werkmethoden en eventuele mogelijkheden tot hergebruik van afval op de bouwplaats.

3. Maak goede afspraken

a. Kernvragen die u zichzelf steeds opnieuw kunt stellen:
Wat kunnen zíj aan afvalbeheersing bijdragen:

  • inkoper en werkvoorbereider: ...?
  • onderaannemers: ...?
  • leveranciers van materialen: ...?
  • afvalinzamelaars: ...?
  • het eigen personeel: ...?

b. Werk nauw samen met de inkoper/werkvoorbereider.

  • Overleg met de inkoper/werkvoorbereider over het afvalscheidingsplan en de concrete aanpak. Denk daarbij aan: soorten/hoeveelheden afvalstoffen per bouwfase, scheiding van afval per bouwfase, grootte/plaats van afvalcontainers en wijze van opruimen op de werkplek.
  • Geef belangrijke ervaringen door aan de inkoper/werkvoorbereider. Hij of zij kan ze verwerken in een afvalhandleiding, en in de contracten met onderaannemers, leveranciers en afvalinzamelaars.

c. Maak goede afspraken met de afvalinzamelaar over containers en registratie.
Laat deze afspraken contractueel vastleggen door de inkoper/werkvoorbereider en houd ook de chauffeur van de inzamelaar hier goed aan.

d. Zorg ervoor dat de onderaannemers de hand houden aan de contracten.

  • Vraag de inkoper/werkvoorbereider wat er precies is afgesproken. Bijvoorbeeld: is het de bedoeling dat onderaannemers hun afval zelf meenemen of dat zij dit in de daarvoor bestemde containers op de bouwplaats deponeren?
  • Houd de onderaannemers aan de afspraken. Hun personeel kiest anders voor de makkelijkste oplossing (niets opruimen, alles in de container Storten doen).
  • Beoordeel de onderaannemers. Als uw bedrijf werkt met een 'checklist onderaannemers' kunt u hierin het thema 'omgaan met materialen en afvalstoffen' laten opnemen. Dat schept achteraf duidelijkheid over het naleven van de afspraken.

e. Instrueer het personeel op de bouwplaats.
Iedereen moet gaan inzien dat afvalbeheersing (zorgvuldig omgaan met materialen, opruimen en afval scheiden) onderdeel van het dagelijkse werk is. Blijf hier zonodig op hameren.

f. Gebruik het werkoverleg voor het creëren van helderheid.

  • Gaat er iets mis of is iets niet duidelijk, breng dit dan naar voren in het eerstvolgende werkoverleg.
  • Schenk ook nadrukkelijk aandacht aan positieve punten en goede ideeën. Presenteer de tussentijdse resultaten van gescheiden inzamelen.

ACHTERGROND

Jaarlijks krijgt Nederland zo'n twintig miljoen ton bouw- en sloopafval te verwerken. Gelukkig is dat te verminderen. En het afval dat toch nog ontstaat, is goed te scheiden: voor verwerking en hergebruik.
Binnen het bouwbedrijf bent u als uitvoerder verantwoordelijk voor de inzet van materialen. Daarbij komt nogal wat afval vrij. De uitvoering is dan ook van grote invloed op de hoeveelheid en de 'kwaliteit' van het vrijkomende bouw- en sloopafval. In de praktijk blijkt dat de uitvoerder zeker de helft van het afval gescheiden kan laten afvoeren. Scheiden van afval geeft inzicht in wat er weggegooid wordt. Mede daardoor kunt u vaststellen welk afval voortaan misschien is te voorkomen of te verminderen.
Richt u niet alleen op afval dat al is ontstaan, maar voorkom of verminder afval zo mogelijk al aan de bron. Wat niet ontstaat, hoeft later ook niet weggegooid te worden.

Kort samengevat zijn de voordelen van afvalbeheersing:

  • minder inkoop van materialen;
  • minder kosten voor verwijdering van afval (ook voor de opdrachtgever, hetgeen bijdraagt tot een betere relatie);
  • minder kans op letsel en schade;
  • minder opruimwerk, efficiënter werken;
  • schonere werkplek, opgeruimde bouwplaats;
  • betere kwaliteit;
  • beter imago voor het bedrijf; en natuurlijk ook:
  • minder belasting van het milieu.

AANDACHTSPUNTEN

  • In de praktijk nemen 6 m3-containers per kubieke meter meer afval op dan 4 m3-containers (dankzij de beter te benutten afmetingen).
  • Vraag bij de afvalinzamelaar altijd de containergewichten op. Deze vertellen u veel over de vullingsgraad en de mate van afvalscheiding. Voorbeelden: Een zware container met restafval betekent: er zit veel puin of zand in. Als een 6 m3-container tijdens de ruwbouw minder dan 1000 kg afval bevatte, weet u dat dit veel te weinig is.
  • Plaats per woning of verdieping een afvalzak (big-bag) voor veegvuil.
  • Laat de afvalinzamelaar persoonlijk een voorstel voor afvalscheiding doen. Die kennis komt goed van pas...
  • Als u op het werk iets opmerkelijks ziet, maak hier dan direct een aantekening van. Breng zulke notities in het werkoverleg ter sprake.
  • Voer een nieuwe werkwijze in aan het begin van een nieuw project.