0

Begaanbaarheid van bouwterreinen voor personen - 419

Voorkomen dat een bouwterrein door aanhoudende regenval drassig en moeilijk toegankelijk wordt en na oplevering zelfs vochtproblemen geeft in en rond woningen.

OPLOSSINGRICHTINGEN

  1. De gemeente als opdrachtgever voor het bouw- en woonrijpe terrein, de terreinbeheerder en de ontwikkelaar stemmen vroegtijdig af over afwatering in de bouw- en gebruiksfase.
  2. De civieltechnisch ontwerper houdt in het ontwerp voor het bouw- en woonrijpe terrein rekening met de risico’s van wateroverlast in de bouw- en gebruiksfase.
  3. Ontwikkelaar en bouwbedrijf bezien de risico’s van wateroverlast in de bouwfase en nemen zonodig preventieve maatregelen.
  4. Bij twijfel of er sprake is van wateroverlast tijdens de bouw, beoordeelt het bouwbedrijf het terrein, en neemt meteen de vereiste of gewenste maatregelen.

Figuur 1.

1: Vroegtijdige afstemming
De gemeente is vaak opdrachtgever voor het bouw- en woonrijp maken van het terrein. Soms draagt de gemeente deze taak over aan de ontwikkelaar. De eis van een droog terrein tijdens bouw en gebruik staat bij voorkeur als eis in het Programma van Eisen voor het bouwrijpe terrein. Gemeente, ontwikkelaar en waterschap kunnen vanuit de huidige situatie (waterdoorlatendheid van de bodem, het huidige afwateringsstelsel) vooruit kijken naar de nieuwe situatie (inclusief te realiseren bebouwing) om de risico’s van wateroverlast al in de initiatieffase in te schatten. Grotere risico’s zijn bijvoorbeeld aanwezig in de volgende situaties:
  • er is veel bebouwing en verharding gepland in een gebied met klei- of veenbodem, of in een gebied met weinig oppervlaktewater;
  • er is weinig oppervlaktewater gepland in een gebied waarin voorheen veel oppervlaktewater aanwezig was;
  • er komen diepe bouwputten in situaties met hoge grondwaterstanden of met veel kwel (opkomend grondwater).
Een belangrijk overlegmoment doet zich voor in het kader van de verplichte watertoets voor het betreffende bestemmingsplan. Ook de overlegmomenten in de ontwerpfase bieden goede kansen voor vroegtijdige afstemming.
2: Een goed ontwerp bouw-en woonrijp maken
In een goed ontwerp van het bouw- en woonrijpe terrein wordt gekeken naar benodigde voorzieningen voor ontwatering en afwatering. ‘Ontwatering’ is het afvoeren van water naar de perceelgrens, via drains of greppels. ‘Afwatering’ is het afvoeren van water vanaf de perceelgrens, veelal via een stelsel van open waterlopen.
De bouwactiviteiten hebben ook invloed. Zo kunnen drains door bouwmaterieel worden beschadigd. Door goede keuze van de omhulling van de drains kan daarop worden ingespeeld. Een goed bouwrijp ontwerp houdt rekening met de fasering van de bouwactiviteiten. Aanpassingen aan het afwateringsstelsel en het waterpeil vinden vaak pas na de bouwactiviteiten plaats. Daardoor kan de bouwplaats het water niet snel genoeg kwijt. Een goed bouwrijp ontwerp voorziet tijdens de bouwfase in tijdelijke mogelijkheden tot afvoer of opvang van overtollig water.
3: Inschatting risico's ontwikkelaar en bouwbedrijf
Ontwikkelaar en bouwbedrijf kunnen de risico’s van wateroverlast zelf inschatten of kunnen daartoe een adviesbureau onderzoek laten doen. Volgens de wet dient de eigenaar van het terrein zelf zorg te dragen voor goede ontwatering van het (eigen) terrein. In de bouwfase is vaak de gemeente of de ontwikkelaar de (tijdelijke) terreineigenaar. Het bouwbedrijf doet er dan verstandig aan om vroegtijdig afspraken te maken over voorkoming van wateroverlast. Het bouwbedrijf kan het resterende risico incalculeren in de prijs. De gemeente zorgt voor de afwatering van de openbare ruimte en voor het ontvangen van water van de percelen van particulieren en bedrijven, die afwateren naar de openbare ruimte.
4: Beoordeling bouwterrein en directe maatregelen bij wateroverlast
Als wateroverlast toch optreedt, ondanks de maatregelen ter voorkoming, is het aan het bouwbedrijf om de ernst daarvan vast te stellen en maatregelen te nemen. Voor de beoordeling van het bouwterrein op persoonsbegaanbaarheid is de gelijknamige checklist te gebruiken. Maatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:
  • aanleg van extra open water of greppels;
  • verbetering van de doorlatendheid van de bodem, door grondverbetering of diepploegen;
  • gebruik van rijplaten, tijdelijke bestrating of houtplankiers, het dieper uitgraven van bouwwegen en uitvoeren met extra zand of menggranulaat.
Checklist Persoonsbegaanbaarheid bouwterrein
Beoordeel de looproute op het bouwterrein. Omcirkel de score die bij het antwoord hoort dat het meest op de looproute van toepassing is. Na het beantwoorden van de vragen, moet de score per vraag worden opgeteld en onderaan ingevuld.

Score
Slip factor
1. Zijn er zichtbaar plassen en water op de looproute? Veel tot bijna overal (71 - 100%) 2
Aanzienlijk (35 - 70%) 1
Geen tot beperkt (0 - 35%) 0
2. Bevindt er zicht een gladde kleilaag, sneeuw of
ijs op de verharding van de looproute?
Veel tot bijna overal (71 - 100%) 2
Aanzienlijk (35 - 70%) 1
Geen tot beperkt (0 - 35%) 0
3. Bevindt er zich een zandlaag op de verharding
van de looproute?
Veel tot bijna overal (71 - 100%) 2
Aanzienlijk (35 - 70%) 1
Geen tot beperkt (0 - 35%) 0
Draagkracht grond
4. Hoever zak je weg in de grond bij het lopen? > 3 cm 2
2-3 cm 1
< 2 cm 0
5. In hoeverre fixeert de voet in de afdruk en
zuigt die vast?
Erg tot heel erg vast 2
Matig tot redelijk vast 1
Niet tot een beetje 0
Kluitvorming (kleef) aan schoen
6. Hoeveel kluit plakt er aan je schoenen bij het
lopen?
> 3 cm 2
1-3 cm 1
< 1 cm 0
Terreinkenmerken
7. Hoe diep zijn de kuilen en sporen op de
looproute?
> 8 cm 2
4-8 cm 1
< 4 cm 0
8. Wat is de maximale hoek in graden van de
hellingen omhoog of omlaag op de looproute?
> 30º 2
11 - 30º 1
0 tot 10º 0
Breedte van de looproute
9. Wat is de breedte van de looproutes? < 50 cm 2
50 - 79 cm 1
> 80 cm 0
Obstakels
10. Bevinden er zich materiaal
(pallets/steigerpijpen etc) of op-en afstapjes op
de looproute, waardoor niet gereden kan worden?
Veel tot overal 2
Aanzienlijk 1
Enkele tot beperkt 0
Totaal score (optellen score per vraag) .......

Totaal score Stoplicht Maatregelen
0 t/m 4 punten groen Niet nodig
5 t/m 6 punten geel Zo mogelijk direct, of opnemen in Plan van aanpak
7 of hoger rood Noodzakelijk

ACHTERGROND INFORMATIE

Door klimaatverandering worden de winters warmer en natter. Waar vroeger de vorst voor bouwvertraging zorgde, is dat nu wateroverlast. Door aanhoudende regenval wordt het bouwterrein drassig en slecht toegankelijk voor het bouwplaatspersoneel. Het gevolg op de korte termijn is vertraging van de bouw en extra kosten voor spoedmaatregelen. Het gevolg op langere termijn is uitval van medewerkers door de extra fysieke belasting van enkels, knieën en rug. Na oplevering van hun woning kampen de bewoners in het gebied veelal met wateroverlast: natte kruipruimten en natte tuinen, optrekkend vocht en schimmelvorming in woningen.
De belangrijkste beslissingen ten aanzien van wateroverlast worden al genomen in de initiatieffase en de ontwerpfase van het bouwrijp maken. Door bouwactiviteiten kunnen de risico’s van wateroverlast verder toenemen. In de bouw- en gebruiksfase zijn dan alleen nog kostbare maatregelen mogelijk om een droge bouwplaats, droge woningen en tuinen te bereiken.

AANDACHTSPUNTEN

  • Wateroverlast op het bouwterrein vergroot de kans op bouwfouten, vervuiling van bouwmaterialen en slijtage aan materieel.
  • Inzicht in de risico’s van wateroverlast krijgt men door zich de vragen te stellen: ‘Waar ga ik bouwen?’, ‘Wat ga ik bouwen?’ en ‘Hoe ga ik bouwen?’.