0

Bepalen van het rechtens verkregen niveau - 466

Bouwbesluit 2012 kent voorschriften voor verschillende categorieën bouwwerken, zoals: nieuw te bouwen bouwwerken, bestaande bouwwerken, tijdelijke bouwwerken, het verplaatsen van een bouwwerk en het verbouwen van een bouwwerk. Voor het verbouwen van een bouwwerk gelden de verbouwvoorschriften, waarvan de basis is te vinden in artikel 1.12 van Bouwbesluit 2012. Verreweg de meeste afdelingen met beoordelingsaspecten van Bouwbesluit 2012 hebben een eigen specifiek ‘verbouwvoorschrift’. Bij de meeste van deze verbouwvoorschriften speelt het ‘rechtens verkregen niveau’ een sleutelrol.

OPLOSSINGRICHTINGEN

Oplossingrichtingen
Uitleg van de verbouwvoorschriften
In artikel 1.12 van Bouwbesluit 2012 wordt de hoofdregel gegeven voor verbouw. Artikel 1.12, eerste lid, luidt als volgt:
1. Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn wat betreft de hoofdstukken 2 tot en met 5 de voorschriften van een te bouwen bouwwerk van toepassing tenzij in de desbetreffende afdeling voor een voorschrift anders is aangegeven.
Lid 2 en 3 handelen over het verbouwen van een installatie en blijven in dit informatieblad verder buitenschouwing.

Het ‘geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk’ wordt in de praktijk aangeduid als ‘verbouw’. Deze begrippen zijn verder toegelicht onder ‘achtergrondinformatie’

Werking van de verbouweisen
Artikel 1.12, eerste lid, van Bouwbesluit 2012 wekt de indruk dat bij nagenoeg iedere vorm van verbouw de nieuwbouwvoorschriften van Bouwbesluit 2012 van toepassing zijn. Dat blijkt echter niet zo te zijn. In bijna alle afdelingen van hoofdstuk 2 t/m 5 van Bouwbesluit 2012 is een specifiek verbouwvoorschrift opgenomen. In veel van de verbouwvoorschriften is aangegeven dat het zogenaamde ‘rechtens verkregen niveau’ van toepassing is, een enkele uitzondering daargelaten. In een aantal voorschriften is een specifieke grenswaarde voorgeschreven. Slechts in het geval in een afdeling geen verbouwvoorschrift is gegeven gelden voor die verbouwing wel de nieuwbouwvoorschriften, zoals is aangegeven in artikel 1.12 . Dit geldt bijvoorbeeld voor afdeling 2.8, die gaat over beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie. Soms wordt ook voor één gebruiksfunctie bepaald dat de nieuwbouweisen op een verbouwing van toepassing zijn, doordat het verbouwvoorschrift niet van toepassing is op die gebruiksfunctie. Dit is bijvoorbeeld in afdeling 2.9 gebeurd, voor de lichte industriefunctie voor bedrijfsmatig houden van dieren het geval; een verbouwing van zo’n gebruiksfunctie zal moeten voldoen aan de nieuwbouwvoorschriften.

Op welke onderdelen van toepassing?
Of de nieuwbouwvoorschriften nu van toepassing op grond van artikel 1.12, of de verbouwvoorschriften uit de verschillende afdelingen – in beide gevallen gelden deze voorschriften alléén voor het onderdeel van het bouwwerk dat fysiek verbouwd wordt. Volgens artikel 4 van de Woningwet zijn de voor de verbouwing relevante voorschriften van Bouwbesluit 2012 uitsluitend van toepassing op onderdelen van het bouwwerk die fysiek worden verbouwd. Onderdelen die niet worden verbouwd moeten ten minste voldoen aan de eisen voor bestaande bouwwerken. Als bijvoorbeeld een uitbouw aan een woning wordt geplaatst, dan gelden de verbouwvoorschriften alleen voor de uitbouw. De bestaande woning moet ten minste voldoen aan de voorschriften van Bouwbesluit 2012 niveau bestaande bouw.

Relevant in dit verband is dat er wel sprake moet zijn van ‘bouwen van een bouwwerk’. Op het wijzigen van een gebruiksfunctie of ruimtefunctie zonder bouwactiviteiten zijn de verbouwvoorschriften niet van toepassing, maar slechts de voorschriften van Bouwbesluit 2012 niveau bestaande bouw.

Wat is het rechtens verkregen niveau?
Het rechtens verkregen niveau is het kwaliteitsniveau dat:

  • bij een rechtmatig gebouwd bouwwerk feitelijk aanwezig is (het actuele kwaliteitsniveau);
  • naar onderen is begrensd door het niveau voor bestaande bouw; en • naar boven is begrensd door het niveau voor nieuwbouw.

Kerngedachte van het rechtens verkregen niveau
Het begrip ‘rechtens verkregen niveau’ is in Bouwbesluit 2012 geïntroduceerd om er enerzijds voor te zorgen dat de kwaliteit van het bouwwerk na een verbouwing niet verslechtert en anderzijds om de verbouwer niet te verplichten tot kostbare investeringen om het bouwwerk te moeten laten voldoen aan de nieuwbouweisen. De kerngedachte van de verbouwvoorschriften is dat het actuele kwaliteitsniveau als gevolg van de verbouwing, niet verslechtert.

Het actuele kwaliteitsniveau
De vraag is wat het actuele kwaliteitsniveau van een bouwwerk is. Dit is de feitelijke technische kwaliteit van het bouwwerk voordat het wordt verbouwd. Dit is bijvoorbeeld de waarde van de thermische isolatie van de gevel en de kozijnen/glas, de plafondhoogte in de slaapkamers, de feitelijke geluidwering tussen twee woningen, etc.

Omdat het actuele kwaliteitsniveau van elke bouwwerk verschillend is, is ook het rechtens verkregen niveau voor elk bouwwerk verschillend. Het rechtens verkregen niveau bevindt zich doorgaans ergens tussen het nieuwbouwniveau en het niveau voor bestaande bouw. Bij relatief nieuwe gebouwen zal het rechtens verkregen niveau doorgaans gelijk zijn aan het nieuwbouwniveau. Bij oudere gebouwen zijn de verschillen tussen het rechtens verkregen niveau en het nieuwbouwniveau over het algemeen groter.

Het niveau bestaande bouw als ‘ondergrens’
Elk bouwwerk moet tenminste voldoen aan de voorschriften voor bestaande bouw. Daarom vormt het niveau voor de bestaande bouw ook de ondergrens van het rechtens verkregen niveau. Dit volgt ook uit de definitie van ‘rechtens verkregen niveau’.

Niveau nieuwbouw als ‘bovengrens’
Uit de definitie van het ‘rechtens verkregen niveau’ blijkt verder dat de nieuwbouwvoorschriften de bovengrens van het rechtens verkregen niveau is. Een hoger niveau maakt derhalve geen onderdeel uit van het rechtens verkregen niveau.

Wanneer is iets ‘rechtens verkregen’?
Een te verbouwen onderdeel van een bouwwerk zal in de regel ‘rechtens verkregen’ zijn als:

  • het bouwwerk destijds overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde voorschriften is gebouwd.
  • elke daarna uitgevoerde vergunningplichtige verbouwing overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde bouwvergunning is uitgevoerd; en
  • elke daarna uitgevoerde vergunningvrije verbouwing is uitgevoerd overeenkomst de technische voorschriften die daarop tijdens de uitvoering van de verbouwing van toepassing waren.

Kerngedachte van het rechtens verkregen niveau
Het begrip ‘rechtens verkregen niveau’ is in Bouwbesluit 2012 geïntroduceerd om er enerzijds voor te zorgen dat de kwaliteit van het bouwwerk na een verbouwing niet verslechtert en anderzijds om de verbouwer niet te verplichten tot kostbare investeringen om het bouwwerk te moeten laten voldoen aan de nieuwbouweisen. De kerngedachte van de verbouwvoorschriften is dat het actuele kwaliteitsniveau als gevolg van de verbouwing, niet verslechtert.

Het actuele kwaliteitsniveau
De vraag is wat het actuele kwaliteitsniveau van een bouwwerk is. Dit is de feitelijke technische kwaliteit van het bouwwerk voordat het wordt verbouwd. Dit is bijvoorbeeld de waarde van de thermische isolatie van de gevel en de kozijnen/glas, de plafondhoogte in de slaapkamers, de feitelijke geluidwering tussen twee woningen, etc.

Omdat het actuele kwaliteitsniveau van elke bouwwerk verschillend is, is ook het rechtens verkregen niveau voor elk bouwwerk verschillend. Het rechtens verkregen niveau bevindt zich doorgaans ergens tussen het nieuwbouwniveau en het niveau voor bestaande bouw. Bij relatief nieuwe gebouwen zal het rechtens verkregen niveau doorgaans gelijk zijn aan het nieuwbouwniveau. Bij oudere gebouwen zijn de verschillen tussen het rechtens verkregen niveau en het nieuwbouwniveau over het algemeen groter.

Het niveau bestaande bouw als ‘ondergrens’
Elk bouwwerk moet tenminste voldoen aan de voorschriften voor bestaande bouw. Daarom vormt het niveau voor de bestaande bouw ook de ondergrens van het rechtens verkregen niveau. Dit volgt ook uit de definitie van ‘rechtens verkregen niveau’.

  • het bouwwerk destijds overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde voorschriften is gebouwd.
  • elke daarna uitgevoerde vergunningplichtige verbouwing overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde bouwvergunning is uitgevoerd; en
  • elke daarna uitgevoerde vergunningvrije verbouwing is uitgevoerd overeenkomst de technische voorschriften die daarop tijdens de uitvoering van de verbouwing van toepassing waren.

Mocht echter blijken dat destijds is gebouwd in afwijking van de verleende bouwvergunning, dan geeft het feitelijk aanwezige niveau niet het ‘rechtens verkregen niveau’ weer. Het is namelijk verboden om te bouwen zonder of in afwijking van vergunning voor het bouwen. Een dergelijke afwijking zal eerst moeten worden gelegaliseerd. Ditzelfde geldt indien er wel volgens de bouwvergunning is gebouwd, maar er ondanks dat sprake is van strijdigheid met de voorschriften van het Bouwbesluit niveau bestaande bouw; ook dat zal eerst moeten worden gelegaliseerd. Het rechtens verkregen niveau ligt in beide gevallen hóger dan het feitelijk aanwezige kwaliteitsniveau.

Voorbeeld: verbouwing van een zolderkamer van een ‘jaren 30’-woning
Aan de hand van een in de praktijk veel voorkomende verbouwing van een zolderkamer volgt onderstaand een korte toelichting op het rechtens verkregen niveau van de belangrijkste beoordelingsaspecten van Bouwbesluit 2012. Als voorbeeld wordt uitgegaan van de verbouwing van een zolderkamer waarbij een verblijfsruimte op zolder wordt gerealiseerd en waarbij een dakkapel wordt geplaatst.

Constructieve veiligheid
Om de dakkapel te plaatsen wordt een sparing in het dak gerealiseerd. Dit heeft vanzelfsprekend invloed op de constructieve veiligheid van de bestaande dakconstructie; de krachten moeten worden opgevangen en afgedragen met hulpconstructies. Volgens het verbouwartikel (2.5) zijn de nieuwbouwvoorschriften in artikel 2.2 t/m 2.4 van toepassing, maar mag worden uitgegaan van het niveau dat is aangegeven in NEN 8700: ‘Bouwbesluit 2012: Beoordeling van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeuren – Grondslagen’. Bij het bepalen van de constructieve veiligheid van de te verbouwen constructieonderdelen mag met toepassing van NEN 8700 doorgaans worden uitgegaan van een wat lagere referentieperiode. Een constructeur bepaalt of hieraan wordt voldaan.

Wbdbo-eis
Volgens artikel 2.85 zijn voor wat betreft de brandcompartimentering de nieuwbouwartikelen van toepassing waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen mag worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. Aanvullend hierop is bepaald dat de WBDBO ten minste 30 minuten moet zijn. Wanneer de zijwang van de dakkapel op korte afstand van de perceelgrens staat, dan zal deze 30 minuten brandwerend moeten worden uitgevoerd om brandoverslag naar een ‘fictief spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelgrens gelegen gebouw’ te voorkomen.

Wanneer de dakkapel over de woningscheidende wand naar de buren wordt doorgetrokken, dan heeft dat invloed op de WBDBO tussen twee woningen. Voldoen aan het ‘rechtens verkregen niveau’ betekent in de praktijk dat de WBDBO tussen de twee woningen als gevolg van het plaatsen van de dakkapel niet mag verslechteren. Specifiek gericht op de verbouwing is daarbij de aansluiting tussen het dak/gevel van de dakkapel en de woningscheidende wand maatgevend. Dit betekent in de praktijk dat genoemde aansluitdetails minimaal met een WBDBO van 30 minuten moet worden uitgevoerd (=specifieke grenswaarde in het artikel). Een hogere WBDBO van genoemde aansluitdetails zal gezien de leeftijd van de woningen niet snel aan de orde zijn. Als er in de bestaande situatie evenwel een hogere WBDBO aanwezig is (bijvoorbeeld 60 minuten), zal dit ook bij de verbouwing aangehouden moeten worden.

Veilig vluchten
Volgens artikel 2.109 van Bouwbesluit 2012 zijn voor wat betreft de vluchtroutes de nieuwbouwvoorschriften van toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen mag worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. In de bestaande situatie is er geen sprake van een gebruiksgebied op zolder. Het wijzigen van de onbenoemde ruimte op zolder naar een gebruiksgebied is geen ‘bouwen’. Dat betekent dat de voorschriften voor bestaande bouw gelden. Voor een woonfunctie betekent dit volgens artikel 2.112 lid 4 dat de loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een uitgang van het subbrandcompartiment (=doorgaans de uitgang van de woning) maximaal 45 m mag zijn.

Geluidswerendheid
Voor de geluidswering tussen twee woningen geldt volgens artikel 3.18 van Bouwbesluit 2012 het ‘rechtens verkregen niveau’. Wanneer de dakkapel vrij op het dakvlak van een woning wordt geplaatst, dan zal dat in de praktijk geen invloed hebben op de geluidswering tussen twee woningen. Wordt de dakkapel over de woningscheidende wand naar de buren doorgetrokken, dan heeft dat wel invloed op de geluidswering tussen de twee woningen omdat de detaillering (aansluiting van gevel/dak op de woningscheidende wand) op zolder wordt gewijzigd. In de praktijk kan ervan worden uitgegaan dat aan het rechtens verkregen niveau wordt voldaan indien de actuele geluidswering tussen twee woningen als gevolg van het plaatsen van de dakkapel niet verslechtert; dit kan eventueel vooraf worden beoordeeld door een akoestisch adviseur.

Afmetingen
Door het realiseren van een zolderkamer ontstaat een verblijfsruimte, en door het plaatsen van de dakkapel wordt de vrije hoogte gewijzigd. Volgens artikel 4.4 van Bouwbesluit 2012 geldt het rechtens verkregen niveau voor o.a. de oppervlakte en de breedte van een verblijfsruimte en geldt een minimale hoogte van 2,1 m (=specifieke grenswaarde). In de huidige situatie ligt er geen verblijfsruimte op de zolder. De wijziging van onbenoemde ruimte naar verblijfsruimte is geen ‘bouwen’ en gaat vooraf aan de bouwactiviteit; dat betekent dat in de bestaande situatie (voor het plaatsen van de dakkapel) beoordeeld moet worden of aan Bouwbesluit 2012 niveau bestaande bouw wordt voldaan. Voor een bestaande verblijfsruimte zijn geen eisen gegeven voor de oppervlakte en de breedte van een verblijfsruimte. Volgens artikel 4.7, eerste lid, van Bouwbesluit 2012, geldt voor een bestaande verblijfsruimte een minimale hoogte van 2,1 m. Het aanbrengen van de dakkapel moet vervolgens getoetst worden aan artikel 4.4 (verbouw) van het Bouwbesluit 2012. Het rechtens verkregen niveau wordt gevormd door de aanwezige afmetingen; door het plaatsen van de dakkapel worden deze altijd groter. Er vindt daarom geen verslechtering plaats, en dus wordt er voldaan aan het rechtens verkregen niveau. Verder dient er minimaal voldaan te worden aan de voor de dakkapel minimaal vereiste hoogte van 2,1 m.

Thermische isolatie
Volgens artikel 5.6, tweede lid, van Bouwbesluit 2012 geldt voor het plaatsen van een dakkapel de nieuwbouweisen voor thermische isolatie. Dat betekent in de praktijk dat de volgende Rc-en U-waarden moeten worden gehanteerd:

  • Rc-waarde dak: minimaal 6,0 m2.K/W:
  • U-waarde zijwang dakkapel: maximaal 1,65 W/m2.K;
  • U-waarde kozijn met glas voorzijde: maximaal 2,2 W/m2.K.

Op het plaatsen van een dakkapel is overigens geen EPC-eis van toepassing. Voor de luchtdoorlatendheid geldt het ‘rechtens verkregen niveau’. Dat betekent in de praktijk dat de luchtdoorlatendheid van de woning als gevolg van het plaatsen van de dakkapel niet mag verslechteren.

Rechtens verkregen niveau en gelijkwaardige oplossingen
Stel dat in het voorbeeld sprake was van een ongeïsoleerd dak en gevel, en men bij de verbouwing aan de binnenzijde van het dakvlak en de gevel isolatie aan wil brengen. Als gevolg hiervan wordt de verblijfsruimte mogelijk een paar centimeter kleiner, wat volgens artikel 4.4 van het Bouwbesluit 2012 niet is toegestaan (tenzij na de ‘verkleining’ van de ruimte nog wordt voldaan aan niveau nieuwbouw). In een dergelijke situatie kan evenwel een beroep op gelijkwaardigheid worden gedaan: het doorvoeren van een grote kwaliteitsverbetering vanuit het oogpunt van energiezuinigheid ‘compenseert’ in dat geval de ‘kwaliteitsverslechtering’ op het gebied van bruikbaarheid van een gebouw.

ACHTERGROND INFORMATIE

Voor een correcte toepassing van de verbouwvoorschriften van Bouwbesluit 2012 is het van belang kennis te nemen van de volgende begrippen.
Begrip Definitie / uitleg
Rechtens verkregen niveau Niveau dat het gevolg is van de toepassing op enig moment van de relevante op dat moment van toepassing zijnde technische voorschriften en dat niet lager ligt dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk en niet hoger dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een te bouwen bouwwerk.
Verbouw Vernieuwing, verandering of vergroting van een bouwwerk; hierbij wordt onderscheid gemaakt in:
  • Gedeeltelijk verbouwen: hierbij wordt een deel van een bouwwerk vernieuwd, veranderd of vergroot;
  • Geheel verbouwen: hierbij wordt het gehele bouwwerk vernieuwd en wordt het vernieuwde bouwwerk eventueel vergroot.
Veranderen Aanpassen van (een gedeelte) van een bouwwerk zonder dat de contouren van het bouwwerk worden gewijzigd
Vergroten Aanpassen van een bouwwerk waardoor de omvang toeneemt, met als gevolg dat de contouren van het bouwwerk worden gewijzigd
Vernieuwen Een bouwwerk dat wordt gesloopt en op dezelfde plaats in vrijwel dezelfde vorm wordt herbouwd; hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:
  • Gedeeltelijk vernieuwen: hierbij wordt een gedeelte van een bouwwerk gesloopt en vervolgens herbouwd (hoeft niet identiek te zijn aan het gesloopte gedeelte); ook verbouw na sloop met behoud van het casco is gedeeltelijk vernieuwen (hoog niveau renovatie).
  • Geheel vernieuwen (of vervangende nieuwbouw):hierbij wordt het gehele bouwwerk bijvoorbeeld tot op de fundering gesloopt en vervolgens herbouwd (hoeft niet identiek te zijn aan het gesloopte bouwwerk).

AANDACHTSPUNTEN

  • Een aanvrager is niet verplicht om het rechtens verkregen niveau bij de aanvraag van een omgevingsvergunning uitputtend aan te tonen. Toch is het verstandig om bij de meest relevante en kritische beoordelingsaspecten van Bouwbesluit 2012 bij de aanvraag een motivering te overleggen waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het rechtens verkregen niveau. Dat kan discussie en vertraging tijdens de vergunningprocedure voorkomen.
  • Van een aantal beoordelingspunten is het rechtens verkregen niveau relatief eenvoudig vanaf tekening te herleiden. Denk bijvoorbeeld aan afmetingen van ruimten e.d. Voor een aantal beoordelingsaspecten zal het nodig blijken te zijn om het bouwwerk zelf te inspecteren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bepaling van de brandwerendheid / geluidswerendheid tussen bepaalde ruimten, die in belangrijke mate afhankelijk is van de aansluiting van de diverse bouwdelen op detailniveau (o.a. aansluiting van dak, gevel en vloer op de wanden).

OVERIGE INFORMATIE

Publicaties
  • Praktijkboek Bouwbesluit 2012 van BIM Media
  • Vragen, antwoorden en gelijkwaardigheid Bouwbesluit 2012 van BIM Media

Infobladen

  • Infoblad ‘Brandveiligheid bij herbestemming van gebouwen'
  • Infoblad ‘Gelijkwaardige oplossingen en Bouwbesluit 2012’

Normen en regelgeving