0

Besluit bodemkwaliteit: verschillen met bouwstoffenbesluit - 371

De verschillen tussen het ‘Bouwstoffenbesluit’ (1999) en ‘Besluit bodemkwaliteit’ (2008).

OPLOSSINGRICHTING

Belangrijkste wijzigingen
Ten opzichte van het Bouwstoffenbesluit zijn de belangrijkste wijzigingen in het Besluit bodemkwaliteit:

Ander uitgangspunt
Het Bouwstoffenbesluit ging uit van het zoveel mogelijk beperken van de belasting van het milieu. Dat ging volgens het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable; zo laag als redelijkerwijs haalbaar).
Voor het Besluit bodemkwaliteit wordt veel meer uitgegaan van de werkelijke risico’s die optreden voor mens, dier en plant. De norm is gebaseerd op de maximaal toelaatbare toevoeging (MTT).

Elke toepassing dezelfde regels
Volgens het Besluit bodemkwaliteit maakt de situatie waarin de stof wordt toegepast geen verschil in niveau van de regels. Voor ieder werk geldt dus één vaste norm.

Ketenaansprakelijkheid
In het Bouwstoffenbesluit was alleen de eigenaar/opdrachtgever verantwoordelijk voor het voldoen aan de regels uit het Bouwstoffenbesluit. Die legde de informatieplicht vaak weer bij de aannemer, die het bewijs vervolgens opvroeg bij de producent/leverancier. In de praktijk waren er dus veel partijen bij betrokken.
Het Besluit bodemkwaliteit verplicht dat bouwstoffen en grond in het hele bouwproces moeten voldoen aan de regels uit dit besluit. Bouwstoffen en grond moeten dus in de gehele keten voldoen aan de eisen, vanaf de winning en productie tot en met het werk waarin ze worden toegepast. De verschillende schakels in de keten, zoals de producent, de (tussen)handelaar, de transporteur, de aannemer en andere toepassers zijn elk afzonderlijk verantwoordelijk voor de milieuhygiënische kwaliteit van bouwstoffen en grond, op elk moment dat zij die in beheer hebben.

Aparte regels voor grond en baggerspecie
Grond en baggerspecie waren oorspronkelijk geregeld in het Bouwstoffenbesluit. Dit gaf echter niet genoeg mogelijkheden om het beheer van bestaande diffuse bodemverontreiniging te regelen. Daarom geeft het Besluit bodemkwaliteit aparte regels voor grond en baggerspecie. Hoofdstuk 3 gaat over bouwstoffen en hoofdstuk 4 over het toepassen van grond en baggerspecie.
De belangrijkste verandering is de systematiek om te bepalen wanneer bepaalde grond of baggerspecie mag worden toegepast en op welke wijze. Dit wordt volgens het Besluit bodemkwaliteit afhankelijk van de bodemkwaliteitsklasse en van de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem, en natuurlijk van de kwaliteit van de partij grond of baggerspecie.

Beperking meldingsplicht
Toepassing van 'niet-IBC-bouwstoffen' in oppervlaktewater is volgens het Besluit bodemkwaliteit niet meer meldingsplichtig (zie ook Infobladen 372 en 373).

Vereenvoudiging bewijslast
De bewijslast dat de gebruikte bouwstoffen een bepaalde kwaliteit hebben, is in het Besluit bodemkwaliteit op enkele punten gewijzigd ten opzichte van het Bouwstoffenbesluit.
Ten eerste is de categorie ‘andere bewijsmiddelen’ vervangen door de categorie ‘conformiteitsverklaringen’, ook wel ‘fabrikant-eigen verklaringen’ genoemd. Deze naam en de inhoud daarvan geeft beter weer wat ermee werd bedoeld. De fabrikant heeft een partij laten keuren en heeft een zodanig productieproces dat de geproduceerde bouwstoffen altijd voldoen aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit.
Als tweede geeft het Besluit bodemkwaliteit enkele uitzonderingen waarvoor de bewijslast niet geldt. Dit zijn situaties waarin de kosten niet opwegen tegen het risico dat de bouwstof niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Deze situaties zijn specifiek benoemd in het besluit. De uitzonderingen zijn niet van toepassing op bouwstoffen waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze verontreinigd zijn.

Verruiming mogelijkheden voor hergebruik
Bij lage milieurisico’s stelt het Besluit bodemkwaliteit minder strenge regels. Wanneer hergebruik van een stof minder milieuschade oplevert dan het afvoeren ervan en toepassen van nieuwe grondstof, dan is hergebruik toegestaan. Deze bepaling maakt hergebruik sneller mogelijk.
Hergebruik van secundaire bouwstoffen, grond en baggerspecie binnen de natuurlijke kringloop is duurzamer dan het storten daarvan en vervanging door primaire grondstoffen. Winning van primaire grondstoffen, zoals zand-, klei- en grindwinning, vormt immers ook een belasting voor het milieu.

ACHTERGROND INFORMATIE

Het Besluit bodemkwaliteit bevat regels voor het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie op of in de bodem of in het oppervlaktewater. Met de komst van het Besluit bodemkwaliteit vervalt het Bouwstoffenbesluit uit 1999. Het Besluit bodemkwaliteit wordt in twee fasen van kracht:
  • op 1 januari 2008 treedt het Besluit bodemkwaliteit in werking voor het toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater en de kwaliteit van de uitvoering;
  • op 1 juli 2008 treedt het besluit ook in werking voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodems en voor het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem en in het oppervlaktewater.

AANDACHTSPUNTEN

Bij de evaluatie bleek het Bouwstoffenbesluit te ingewikkeld, te duur, te star en te slecht handhaafbaar. Ook waren er bezwaren tegen de normstelling, omdat deze onvoldoende rekening hield met milieurisico’s. De nieuwe regels van het Besluit Bodemkwaliteit zijn eenvoudiger, consistenter, beter uitvoerbaar en beter handhaafbaar dan de oude. Ook sluiten de nieuwe regels beter aan op de gewenste maatschappelijke activiteiten.

OVERIGE INFORMATIE

  • SenterNovem, Concept Handreiking Besluit Bodemkwaliteit.
  • SenterNovem, Memo 'Aanpassingen in concept handreiking Besluit bodemkwaliteit'.
  • SenterNovem, bodemplus: http://www.senternovem.nl/bodemplus.
  • VROM, ‘Ontwerp-besluit houdende regels inzake bescherming van de bodem’.
  • VROM dossier bodembeleid: http://www.vrom.nl/bodembeleid.
  • SBR-Infoblad 372 ‘Bouwstoffenbesluit: voorwaarden voor gebruik bouwmaterialen’
  • SBR-Infoblad 373 ‘Bouwstoffenbesluit; informatieplicht’

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad