0

Bouwkundige maatregelen tegen geluidshinder door standleidingen - 266

Het voorkomen van een te hoog geluidsniveau in aangrenzende ruimten ten gevolge van een gegeven standleiding voor riolering.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Vier mogelijkheden

Er zijn vier mogelijkheden om de geluidsoverdracht vanuit leidingschachten naar de aangrenzende ruimte te beperken:

  1. Goede situering van de leidingschacht.
  2. Goede uitvoering van de schacht.
  3. Geluidsabsorberend materiaal in de schacht.
  4. Voldoende massa van de bevestigingswand.

1. Goede situering van de leidingschacht
Het is zinvol om een gunstige situering van de toiletgroepen en de bijbehorende leidingschachten te kiezen. In figuur 1 zijn voorbeelden gegeven van een ongunstige en gunstige situering.

Figuur 1 voorbeeld van ongunstige en gunstige situering standleidingschacht.

2. Goede uitvoering van de schacht (figuur 2)
Zonder schachtwanden kan niet worden voldaan aan de gestelde geluidseis van 30 dB(A). In dat geval kunnen namelijk geluidsniveaus optreden van circa 50 tot 60 dB(A), zoals te zien in tabel 1.
Uit akoestisch, en in veel gevallen ook esthetisch, oogpunt gezien zijn schachtwanden om een standleiding dus noodzakelijk. Daarnaast moet de wand, waarop de standleiding wordt bevestigd, voldoende massa hebben. Met het aanbrengen van geluidsabsorberend materiaal in de schacht is een aanzienlijke verlaging van het geluidsniveau (luchtgeluid) te bereiken. De eventuele doorvoering van een standleiding door de schachtvloeren (voor zover aanwezig) moet men met flexibel opvulmateriaal uitvoeren. Hierdoor treedt er namelijk geen trillingoverdracht op.

Figuur 2 Schacht met standleiding.

Van de meeste in de bouw toegepaste materialen is de akoestische kwaliteit bekend. In tabel 2 is een aantal voorbeelden gegeven van de met diverse schachtmaterialen te bereiken luchtgeluidsniveaus.

Tabel 2. Gemeten luchtgeluidsniveaus in aangrenzende ruimte ten gevolge van een lichte PVC-standleiding met schachtwand (wc-spoeling, of 3,0 l/s continu).

Schachtwand

Afmetingen[mm]

Ln[dB(A)]

Geen schacht - 58,0
Gipsblokken70 mm (verzwaard) 1200 x 600 32,0
MDF 1200 x 600 42,0
MDF 600 x 600 41,0
MDF 330 x 455 40,0
MDF 345 x 620 41,0
Spouwwand van dubbel gipskartonplaat (2x12,5mm) (zie figuur 3) 1200 x 600 24,0

Met een schacht opgebouwd uit een spouwwand met dubbele gipsplaten, kan volgens tabel 2 aan de geluidseis in het Bouwbesluit (30 dB(A)) ruim worden voldaan. Met 70 mm dikke en verzwaarde gipsblokken is een luchtgeluidsniveau te bereiken, dat redelijk in de buurt van de geluidseis van 30 dB(A) ligt. Toepassing van MDF alleen is onvoldoende.

Figuur 3 Spouwwand van dubbelgipskartonplaat.

3. Geluidsabsorberend materiaal in de schacht
Door het aanbrengen van geluidsabsorberend materiaal tegen de schachtwanden is het geluidsniveau binnen de schacht te reduceren. Hierdoor neemt ook het luchtgeluidsniveau in de aangrenzende ruimte verder af. Bij toepassing van 40 mm dikke steenwol op een enkele schachtwand zijn extra geluidsreducties gemeten van circa 5 dB(A). Bij het aanbrengen van geluidsabsorptie op alle schachtwanden, inclusief de wand waarop de leiding is bevestigd, zijn geluidsreducties van meer dan 10 dB(A) mogelijk. Indien dus voldoende geluidsabsorptie wordt aangebracht in de schacht, kan met alle genoemde schachtwandmaterialen (tabel 2) in principe voldoende geluidsisolatie worden bereikt.

4. Voldoende massa van de bevestigingswand
De standleiding veroorzaakt naast luchtgeluid, ook contactgeluid. Dit komt door trillingoverdracht via de beugeling naar de bevestigingswand. Om dit voldoende te beperken moet worden uitgegaan van een voldoende zware bevestigingswand. Indien de massa van de wand minder is dan circa 200 kg/m2, dan kan het contactgeluid bij een doorspoeling van het toilet al ongeveer 30 dB(A) bijdragen. In combinatie met de bijdrage van het luchtgeluid kan dit leiden tot een overschrijding van de geluidseis van totaal 30 dB(A). Toepassing van halfsteensmetselwerk of kalkzandsteen (100 mm dik) is dan ook sterk af te raden. Bij toepassing van een bevestigingswand met een oppervlaktemassa van tenminste 400 kg/m2 (woningscheidend) resulteren bij kunststofleidingen globaal contactgeluidniveaus van circa 25 dB(A).

ACHTERGROND

Het Bouwbesluit stelt eisen ten aanzien van de bescherming tegen geluid van installaties. Deze eisen zijn vooral van belang in gestapelde woningbouw, met aansluitingen van toiletten op gemeenschappelijke standleidingen. Deze worden in doorlopende verticale schachten ondergebracht. Artikel 3.9 ‘Bescherming tegen geluid van installaties, nieuwbouw’ zegt daar onder meer over: ‘Een toilet met waterspoeling […] veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsruimte van een andere op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. In de praktijk is er echter een groot risico op een overschrijding van dit geluidsniveau.

Het uiteindelijk in de verblijfsruimten van aangrenzende woningen optredende geluidsniveau hangt af van een groot aantal factoren, zoals:

  • de geluidsproductie van de standleiding (zie tabel 1);
  • de situering van de standleiding/schacht;
  • de akoestische eigenschappen van de schacht en schachtwand.

In veel bestekken is een zo eenvoudig mogelijk leidingsysteem omschreven en moeten de bouwkundige voorzieningen voldoende uitkomst bieden.

Tabel 1. Afgestraalde geluidsniveaus van kale standleidingen bij wc-spoeling of continue volumestroom van 3 l/s.

Buismateriaal Massa [kg/m] D / d [mm] Geluidsniveau [dB(A)]
PVC 1,22 110 / 102 58
PP 1,51 110 / 102 57
PE 1,45 110 / 100 59
Gietijzer 8,60 110 / 103 51

Een versleping (richtingsverandering) in de standleiding in bovengenoemde materialen levert ter plaatse van de versleping een verhoging van het geluidsniveau van ca. 9 dB(A).

AANDACHTSPUNTEN

Aandachtspunten bij de uitvoering in de bouw zijn:

  • Aansluitingen van de schachtwanden op omliggende constructies moeten kierdicht zijn. Toepassing van bijvoorbeeld schuimachtige afdichtingen is ontoelaatbaar. Als er ruimte moet worden gehouden tussen schachtwanden en bovenliggende vloeren, moet deze ruimte zo klein mogelijk blijven en worden afgekit.
  • De standleiding mag op geen enkele wijze direct contact maken met de schachtwanden (niet bevestigingswanden). De afstand tussen de standleiding en omliggende schachtwanden moet minimaal 50 mm zijn.
  • Het vrijhouden van leidingdoorvoeringen door schachtwandvloeren, voor zover deze binnen de schacht aanwezig zijn. Als deze doorvoeringen moeten worden afgedicht, moet dit met een flexibel materiaal (bijvoorbeeld minerale wol of kit) gebeuren.

OVERIGE INFORMATIE