0

Calciumsulfaatgebonden (anhydriet) gietvloer; sterkteklasse en laagdikte - 160

Het bepalen van de sterkteklasse en de laagdikte van een calciumsulfaatgebonden dekvloer, afhankelijk van het gebruik en de opbouw van de vloer.

1. VERKEERSBELASTING TIJDENS DE AFBOUW

Minimaal benodigde sterkteklasse van de dekvloer tijdens de afbouwfase:

  • Lage verkeersbelasting: GD12 of GD20. GD20 vermindert de kans op benodigde herstelwerkzaamheden (egaliseren) na de afbouwfase.
  • Middelzware verkeersbelasting: GD30.
  • Zware verkeersbelasting: GD40.
2. Verkeersbelasting tijdens de gebruiksfase en type vloerafwerking (vloerbedekking)

Tabel 1

aanduiding

drukvastheid
onderwaarde 1
[N/mm2]

drukvastheid
gemiddelde waarde
[N/mm2]

buigtreksterkte
gemiddelde waarde
[N/mm2]

huidtreksterkte
onderwaarde
[N/mm2]

GD12

= 12

= 15

= 3,0

= 0,9

GD20

= 20

= 25

= 4,0

=1,3

GD30

= 30

= 35

= 6,0

= 1,8

GD40

= 40

= 45

= 7,0

= 2,2

1. kleinste waarde uit een reeks metingen

3. Gietvloer direct op draagvloer
  • Uitgegaan is van een glad uitgevoerde draagvloer die niet wateropnemend is.
  • Uitgegaan is van toeslagmateriaal met een korreldiameter van 0 tot 4 mm.
  • Geringere diktes zijn mogelijk, afhankelijk van soort en type specie en een eventuele hechtlaag.
  • Horizontale leidingen in de dekvloer zijn toegestaan. De dekking moet minstens 3x de korreldiameter van het gekozen toeslagmateriaal bedragen.

Tabel 2.Minimaal benodigde sterkteklasse van de dekvloer tijdens de gebruiksfase

vloerafwerking
(vloerbedekking)

lage verkeersbelasting

middelzware verkeersbelasting

zware verkeersbelasting

dunne coating of kunsthars; dikte kleiner dan 1 mm

GD20

niet geschikt

niet geschikt

zachte (geplakte) vloerafwerking (tapijt, linoleum, kurk e.d.); dikte tussen 2 en 10 mm

GD20

GD30

niet geschikt

gegoten kunstharslaag en geplakte vloerafwerking (pvc, rubber e.d.); dikte groter dan 2 mm

GD20

GD30

GD40

harde vloerafwerking (kunstharsmortel, normaal formaat natuursteeen, kunststeeen, keramische tegels, plavuizen, massief parket, laminaat e.d.); dikte minstens 4 mm

GD30

GD30

GD30

zeer stijve en grote elementen (natuursteen, keramiek, metaal e.d.)

GD30

GD30

GD30

4. Gietvloer op tussenlaag
  • Uitgegaan is van toeslagmateriaal met een korreldiameter van 0 tot 4 mm.
  • Rekening is gehouden met kleine onvolkomenheden in de vlakheid van de tussenlaag.
  • Bij vloerafwerkingen van natuursteen, keramiek of hout kunnen spanningen in de dekvloer optreden. Dan moet de nominale dikte minstens 40 mm zijn.
  • Horizontale leidingen op de tussenlaag zijn toegestaan. De dekking moet minstens 3x de korreldiameter van het gekozen toeslagmateriaal bedragen.

Tabel 4

Calciumsulfaatgebonden dekvloer op tussenlaag. Minimaal vereiste nominale dikte [mm]

sterkteklasse

GD12

GD20

GD30

GD40

dikte

35

35

30

30

5. Gietvloer als zwevende dekvloer; geen vloerverwarming
  • Uitgegaan is van een gebruiksbelasting tot 1,5 kN/m2 en een sterkteklasse van minstens GD20.
  • Uitgegaan is van toeslagmateriaal met een korreldiameter van 0 tot 4 mm.
  • Vloerafwerkingen van natuursteen of keramiek vragen een nominale dikte van minstens 45 mm.
  • Uitgegaan is van een zwevende dekvloer zonder vloerverwarming.

Tabel 5

Calciumsulfaatgebonden dekvloer op (verend) isolatiemateriaal. Minimaal vereiste nominale dikte [mm]

dikte akoestische isolatie

= 30 mm

= 30 mm

> 30 mm

> 30 mm

samendrukbaarheid dL-dB

= 5 mm

> 5 mm en = 10 mm

= 5 mm

> 5 mm en = 10 mm

dikte

35

40

40

45

dL = leveringsdikte in mm
dB = dikte onder normbelasting in mm

6. Gietvloer met verwarming

Uitgegaan is van een sterkteklasse van minstens GD20.
Uitgegaan is van toeslagmateriaal met een korreldiameter van 0 tot 4 mm.
Meest gangbaar is uitvoering als zwevende dekvloer. Hiervoor geldt '5. Gietvloer als zwevende dekvloer', hiervoor beschreven.

Tabel 6

Calciumsulfaatgebonden dekvloer met vloerverwarming (warm water). Minimaal vereiste nominale dikte en dekking [mm]

type vloerverwarming

ZV1

ZV2

ZV3

ZV4

ZV5

dikte dekvloer

45+d

50+d

45+d

45

30*

dekking boven leiding

45

35

25

n.v.t.

n.v.t.

d = diamater van de leiding
* De uitvlaklaag moet minstens 25+d mm dik zijn. Bij vloerafwerkingen van natuursteen of keramiek moet de dikte minstens 45 mm bedragen.

7. Gietvloer als holtevloer

De nominale dikte van de dekvloer moet minstens 35 mm bedragen, bij een sterkteklasse van minstens GD20. Bij hogere sterkteklassen minstens 30 mm.

8. Gietvloer op funderingslaag

De nominale dikte van de dekvloer moet minstens 45 mm bedragen en de sterkteklasse minstens GD30. De funderingslaag moet voldoende sterk en stijf zijn om de verwachte vloerbelastingen te kunnen opnemen.

ACHTERGROND

Calciumsulfaatgebonden dekvloeren worden ingedeeld in sterkteklassen (Tabel 1). De sterkte-eigenschappen worden gemeten met de gebruikelijke methodes voor steenachtig materiaal.

Tabel 1

aanduiding

drukvastheid
onderwaarde 1
[N/mm2]

drukvastheid
gemiddelde waarde
[N/mm2]

buigtreksterkte
gemiddelde waarde
[N/mm2]

huidtreksterkte
onderwaarde
[N/mm2]

GD12

= 12

= 15

= 3,0

= 0,9

GD20

= 20

= 25

= 4,0

=1,3

GD30

= 30

= 35

= 6,0

= 1,8

GD40

= 40

= 45

= 7,0

= 2,2

1. kleinste waarde uit een reeks metingen

AANDACHTSPUNTEN

OVERIGE INFORMATIE

  • Anhydriet gietvloeren, van ontwerp tot toezicht. SBR 292.
  • Gietvloeren met calciumsulfaat als bindmiddel. Aanbeveling. CUR 62.

Reacties

5.0

CUR 62. op 8 februari 2015

Hallo, Ik heb een vraag, begrijp ik nou dat in het bouwbesluit staat dat de Calciumsulfaatgebonden (anhydriet) vloer volgens het bouwbesluit geschuurd moet worden? Ralph

5

delete

Dhr. W. Notenbomer op 16 maart 2015

Waar leest u dat een anhydrietvloer volgens het bouwbesluit geschuurd moet worden?

delete

wim feith op 13 juni 2016

wat is de max dikte van een anhydrietvloer?

delete

Reageer

Waardeer dit infoblad