0

Comfortdetails: verhoogde thermische isolatie - 253

Het realiseren van een verhoogde thermische isolatie.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

3 oplossingsrichtingen

In de moduleSBR-Referentiedetails Woningbouw Basisdetails Gietbouw, stapelbouw en prefab betonbouw is een warmteweerstand (Rc) = 3,5 (m2.K)/W aangehouden. In de Comfortdetails zijn de volgende Rc-waarden aangehouden:

  • begane-grondvloer: Rc = 4,0 m2.K/W;
  • gevel: Rc = 5,0 m2.K/W;
  • dak: Rc = 6,0 m2.K/W.

Deze hoge thermische isolatiewaarden kunnen met de gangbare bouwmethodes en uitvoeringswijze worden gerealiseerd. Voor hellende daken en begane-grondvloeren is gebruik gemaakt van gegevens van leveranciers van kappen en systeemvloeren (figuur 1). Ter plaatse van de houten binnenspouwbladen is gekozen voor een additionele isolatielaag aan de spouwzijde. Hierdoor wordt het negatieve effect van de houten stijlen op de thermische isolatie beperkt. De dikte van 60 mm isolatie in de spouw in combinatie met houten stijlen van 140 mm blijkt in de praktijk de meest praktische maat. De additionele isolatie fungeert tevens als waterwerende laag en beschermt de achterliggende isolatie (figuur 1).


Figuur 1: Funderingsdetail 101.0.1.01.T1 met een houtskeletbouw binnenspouwblad en ribcassettevloer.

In gemetselde spouwmuren is rekening gehouden met het negatieve thermische effect van de spouwankers. Er wordt daarbij uitgegaan van spouwankers ø 4 mm (figuur 2).


Figuur 2: Funderingsdetail 101.0.3.02.T1 met een gemetseld/gelijmd binnen- en buitenspouwblad en kanaalplaatvloer.

Veelal wordt de spouwisolatie doorgezet tot op de fundering. Dit kan zijn uit praktische overwegingen of in verband met de f-factor. In dat geval is gekozen voor een isolatiemateriaal met gesloten cellen (figuur 1 en 2). De stijlen in het buitenspouwblad zijn h.o.h. 600 mm aangebracht. De spouw is 'sterk' geventileerd. Dit houdt in dat het plaatmateriaal en de luchtlaag niet in de warmteweerstandsberekening meegenomen mogen worden (figuur 3).


Figuur 3: Gootdetail 401.0.4.01.T1 met een gemetseld/gelijmd binnenspouwblad een plaatmateriaal als gevelbekleding en een sporenkap.

De warmtegeleidingscoëfficiënt van het isolatiemateriaal is 0,035 W/(m.K). Naast de aangegeven minerale wol zijn natuurlijk ook thermisch gelijkwaardige oplossingen mogelijk. Bij de hellende daken is de kap geïsoleerd met minerale wol. Ook hier kunnen met andere isolatiematerialen vergelijkbare thermische prestaties worden gerealiseerd.

ACHTERGROND

Het toepassen van installaties is veelal de manier om het energieverbruik van een woning terug te dringen. Deze ontwikkeling komt onder andere voort uit de rekenmethodiek van NEN 7120Energieprestatie van gebouwen. Energiezuinige installaties hebben hierin een relatief groot effect op de energieprestatiecoëfficiënt van een woning of woongebouw. Een installatie heeft een levensduur van ongeveer 15 jaar, terwijl de levensduur van het casco ongeveer 75 tot 100 jaar is. Daarom is het verstandig meer aandacht te besteden aan de thermische isolatie van de schil.

Behalve de warmteverliezen door de vlakken verliest een gebouw ook warmte door de aansluitingen. Het warmteverlies door een vlak wordt uitgedrukt in W/(m2.K), het verlies door de aansluiting (detail) in W/(m.K), tezamen het totale warmteverlies (HT) dat gebruikt wordt bij de berekening van de energieprestatiecoëfficiënt. Het warmteverlies door de aansluiting wordt de Ψ-waarde (spreek uit: psi) genoemd.

AANDACHTSPUNTEN

  • Ontwerp een luchtspouw = 40 mm, zodat in de praktijk en luchtspouw = 30 mm wordt gerealiseerd (NPR 2652) (figuur 4 en 5).
  • Schrijf ter voorkoming van houtrot een duurzame behandeling voor van hout dat in een vochtige omgeving (bijv. niet-controleerbare luchtspouwen) wordt toegepast (figuur 4 en 5).
  • Geef ter voorkoming van houtrot aan dat de raamdorpelstenen aan de voorzijde losgehouden moeten worden van de onderdorpel (figuur 4 en 5).


Figuur 4: Kozijndetail 201.0.1.01.T1 met een houtskeletbouw binnenspouwblad en een gemetseld buitenspouwblad.

  • Geef ter voorkoming van vervuiling van de gevel goede waterafvoermogelijkheden aan. Aandachtspunten zijn waterslagen met kopschotjes en 30 mm overstek en eindraamdorpelstenen met waterafvoermogelijkheden (figuur 4 en 5).
  • Schrijf voor dat de openingen in uitwendige scheidingsconstructies niet groter mogen zijn dan 10 mm (voorkomen toetreding van ongedierte). Aandachtspunten: dakvoet, nok, hoekkeper, kilgoten, open stootvoegen.
  • Geef bij voorkeur de luchtdichting in een 'aanslag' en in één vlak aan. Verschuiven tijdens de montage en onderbroken dichtingen worden hiermee voorkomen (figuur 4 en 5).
  • Geef de spouwlat 5 à 10 mm breder aan dan de isolatie. Daardoor hangt de waterwerende folie ten minste 10 mm vrij van de isolatie (figuur 4 en 5).
  • Vermijd zoveel mogelijk elementen in de spouw, die (kunnen) leiden tot luchtspouwen achter het isolatiemateriaal (en daardoor) teruglopende isolatiewaarde - volgens NEN 1068: 50%). Denk hierbij aan elektraleidingen, staalwerk en houten regelwerk (figuur 5).
  • Vermijd naden tussen de isolatieplaten onderling en tussen de isolatieplaten en de aansluitende constructie, waardoor de isolatiewaarde vermindert (figuur 5).


Figuur 5: Kozijndetail 201.0.3.01.T1 met een gemetseld/gelijmd binnen- en buitenspouwblad.