0

Comprimeerbaar band als voegafdichting. - 137

Het zodanig toepassen van compressiedichting in voegen tussen (prefab) betonnen gevelelementen, dat lekkage uitblijft.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

a. Tweevoudige afdichting toepassen

Compressiedichting bij (prefab betonnen) gevelelementen is alleen in een tweevoudig afdichtingssysteem verantwoord toe te passen (zie Figuur 1). Comprimeerbaar voegband kan als regendichting dienen maar ook als winddichting. Ook combinaties met voegkit en voegprofielen zijn goed mogelijk.

b. Rekening houden met voegbandmateriaal

Banden worden onderscheiden naar de celstructuur. De structuur van banden doet veelal denken aan een spons. Het verschil in structuur (gesloten, semi gesloten of open cellen) bepaalt de groepsindeling van voegbanden:
Groep 1 - schuimen met gesloten cellen (materiaal: CR, EPDM, PVC, PE).
Groep 2 - schuimen met semi gesloten cellen (materiaal: PVC).
Groep 3 - schuimen met open cellen die geïmpregneerd zijn met bijvoorbeeld polychloropreen (Neoprene), acrylaat, bitumen of anderszins (materiaal: polyesters, geïmpregneerd).

Tabel 1 geeft voor een aantal materialen indicaties voor het mechanisch gedrag en de benodigde samendrukking.

Celstructuur Mechanisch gedrag Materiaal Benodigde samendrukking tot op ..% van de oorspronkelijke dikte
Gesloten Stug CR, EPDM, PVC, PE 90
Semi gesloten Soepel PVC 50
Open Zacht Geïmpregneerd polyester 20

ACHTERGROND

De belangrijkste oorzaak van het binnendringen van regen in een niet-afgedichte voeg (en in het algemeen in een gevel) is het luchtdrukverschil tussen de buitenzijde en de binnenzijde van de voeg. Constructies om binnendringen van regen te voorkomen zijn te verdelen in enkelvoudige en tweevoudige afdichtingssystemen. Het principe waarop deze indeling berust is in Nederland reeds lang bekend voor buitenwanden. Massieve wanden fungeren als afscherming tegen zowel regen als wind. Het luchtdrukverschil Δp = pe - pi tussen de buitenzijde (e) en de binnenzijde (i) van de wand zal bij de openingen direct aanleiding zijn tot het binnendringen van water. Bij wanden met een spouw is er een scheiding van functies: het buitenblad fungeert als regenkering, het binnenblad als winddichting. De spouw (s) heeft meerdere taken. De verbinding met buitenlucht heft het luchtdrukverschil over het buitenblad op (pe = ps), zodat een belangrijke oorzaak voor het binnendringen van regen is weggenomen. Dit noemt men drukvereffening. Tevens dient de spouw voor de afvoer van de nog kleine hoeveelheid binnengedrongen water. Omdat het binnenblad droog of nagenoeg droog blijft, is de enige functie daarvan het afdichten tegen wind die het luchtdrukverschil Δp = ps - pi veroorzaakt. De functie van enkelvoudige afdichtingssystemen is vergelijkbaar met die van massieve wanden. De afdichting van een voeg tegen zowel regen als wind berust hier op het aanbrengen van één voorziening. Deze bestaat uit het aanbrengen van een afdichtingsmateriaal, in het algemeen in het deel van de voeg dat aan de buitenzijde is gelegen. De functie van tweevoudige afdichtingssystemen is vergelijkbaar met die van wanden met een geventileerde spouw. De afdichting van de voeg berust hier op het aanbrengen van aparte voorzieningen voor de afdichting tegen regen en tegen wind. Dit is weergegeven in Figuur 1.

Figuur 1. Tweevoudige afdichting. De ruimte tussen de twee afdichtingen staat in verbinding met buitenlucht. Binnengedrongen vocht moet afgevoerd kunnen worden.

Aanwezigheid van een tussengelegen open ruimte, die in verbinding staat met de buitenlucht, is essentieel. Het deel van de voeg waarin afdichting tegen wind is verkregen, noemt men wel de gesloten zone. Het meer naar buiten gelegen deel van de voeg waar water wordt tegengehouden en afgevoerd noemt men dan de open zone. Als achter een enkelvoudige afdichting nog een extra voorziening is aangebracht zonder tussengelegen beluchting en waterafvoer, is er nog steeds sprake van een enkelvoudig afdichtingssysteem. Van compressiedichting (Figuur 2) spreekt men als het afdichtingsmateriaal zich in samengeperste vorm in de voeg bevindt. De naad tussen het product en de voegwand wordt afgedicht omdat het product een tegendruk uitoefent. Het is vereist dat het product zich aansluit bij oneffenheden in het oppervlak van de voegwand. Dit geschiedt door de gecombineerde werking van de vervormbaarheid van het product en de uitgeoefende tegendruk.

Figuur 2. Compressiedichting met schuimbanden.

Vooral bij toepassing van prefab betonnen gevelelementen heeft bij aannemers het gebruik van comprimeerbaar band een grote voorkeur. Dit gaat echter heel vaak fout door onbekendheid met de beperkingen van deze materialen en met de (grote) verschillen in eigenschappen. Analyse van schadegevallen laat zien dat compressiedichting veel wordt toegepast als enkelvoudige afdichting. Dit is principieel verkeerd. Het is namelijk onvermijdelijk dat op een aantal plaatsen de druk op de voegband onvoldoende is om weerstand te bieden aan de gecombineerde werking van regen en drukverschil. Juist bij prefab gevelelementen zal als gevolg van maattoleranties de voegbreedte niet constant zijn. Theoretisch is dit op te lossen door voor elke voegbreedte de dikte van de voegband aan te passen om de vereiste compressie te verkrijgen. In de praktijk is dit onuitvoerbaar. Het gevolg hiervan is dat op diverse plaatsen het gecomprimeerde band onder bepaalde omstandigheden lekt. Die omstandigheden houden een combinatie in van voegbeweging door temperatuurverschillen, regen en drukverschil.

AANDACHTSPUNTEN

Bij voegband wordt de dichtende functie vervuld door druk uit te oefenen op de voegwand. De vervormbaarheid is in een aantal opzichten van wezenlijk belang:

  • De mogelijke samendrukking van de band Is deze te groot dan wordt de celstructuur van het materiaal vernield. Is deze te klein dan volgt de band de beweging van de voegwanden niet goed meer en kan hij uit de voeg vallen.
  • De noodzakelijke samendrukking (zie Tabel 1) Deze moet afgestemd zijn op de band en de benodigde regen- en/of winddichtheid van de voeg.
  • De relaxatie Door relaxatie kan de klemkracht in de loop van de tijd afnemen.

OVERIGE INFORMATIE

  • Hendriks, N.A.: 'Gevels en daken - deel 1: Gevels', dictaat faculteit Bouwkunde, TU/e, Eindhoven, 2002
  • BDA Gevelboekje 2000, Ten Hagen & Stam, Den Haag, december 1999
  • Hendriks, N.A. en Dame, J.G.: Geveldetail 10 'Een gevel is zo dicht als zijn voegen', Bouwwereld nr. 24, november 1994
  • SBR-Referentiedetails Woningbouw