0

Contactgeluidsisolatie eengezinswoningen volgens Bouwbesluit 2003 - 261

Het kiezen van de juiste opbouw van, en aansluitingen tussen, woningscheidende wanden en vloeren voor eengezinswoningen, zodat die voldoen aan de eis die het Bouwbesluit stelt aan de contactgeluidsisolatie: Ico = +5 dB.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Vijf oplossingen

Aan de eis Ico = +5 dB is te voldoen met één van de volgende oplossingen:

  1. Massieve wand op begane grondvloer; flexibel verbonden.
  2. Massieve wand op begane grond; flexibel verbonden stampbetonvloer.
  3. Massieve wand op begane grondvloer; star verbonden.
  4. Oplossingen met ankerloze spouwmuur.
  5. Massieve woningscheidende wand op verdiepingsvloer.

1. Massieve wand op begane grondvloer; flexibel verbonden
Uitgangspunt is een massieve woningscheidende wand van minstens 525 kg/m2 en een begane grondvloer van minstens 250 kg/m2, waarbij wand en vloer akoestisch zijn gescheiden. Deze oplossing geeft over het algemeen een contactgeluidsisolatie die zelfs beter is dan Ico = 10 dB; gemiddeld +12 dB. Toch is er geen 'akoestische overdimensionering' omdat anders niet zou worden voldaan aan de eis voor de luchtgeluidsisolatie (Ilu;k = 0 dB).

Deze oplossing is geschikt voor een harde vloerafwerking (plavuizen, vast parket) die vast op de dekvloer wordt bevestigd. Geluidshinder wordt dan over het algemeen voldoende beperkt.

Akoestische scheiding

  • Begane grondvloer is opgelegd op een verbrede fundering met akoestisch oplegmateriaal.
  • Begane grondvloer is vrijgehouden van de wand door een strook isolatiemateriaal (bijvoorbeeld 20 mm EPS).
  • Dekvloer is vrijgehouden van de woningscheidende wand. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een strook foam van 5 tot 8 mm dik. Deze strook moet ongeveer 30 mm boven de dekvloer uitsteken. Gebruik speciale plakstroken om deze foamstrook tegen de wand en de vloer te plakken. Snij de foamstrook na aanbrengen van dekvloer terug tot aan het niveau van de dekvloer.
  • Plinten en eventuele harde vloerafwerking mogen geen contactbruggen veroorzaken tussen de wand en de vloer. Harde vloerafwerking moet dus overal vrij blijven van de woningscheidende wand. Ook de plint moet overal vrij blijven van de dekvloer en harde vloerafwerking. Dit moet duidelijk worden vermeld in de gebruiksaanwijzing van de woning.

Zorgvuldige uitvoering

  • Breng flexibele materialen zorgvuldig aan. Akoestisch oplegmateriaal en EPS-stroken zijn al in de fabriek aan te brengen. Dit vermindert de kans op fouten.
  • De specie voor het opvullen van kelkvoegen mag beslist geen contactbruggen veroorzaken tussen begane grondvloer en woningscheidende wand.
  • Verwijder na het storten van de kim beslist alle betonspecieresten die contactbruggen vormen tussen begane grondvloer en woningscheidende wand.

2. Massieve wand op begane grond; flexibel verbonden stampbetonvloer.
Uitgangspunt is een massieve woningscheidend wand van minstens 525 kg/m2 en een zogenoemde 'stampbetonvloer', waarbij wand en vloer akoestisch volledig zijn gescheiden. Dit is alleen mogelijk op plaatsen in Nederland waar de ondergrond voldoende is verdicht en nauwelijks zetting zal vertonen. Een kruipruimte is er niet. Deze oplossing geeft over het algemeen een contactgeluidsisolatie met waarden voor Ico tot ongeveer 16 dB. Toch is er geen 'akoestische overdimensionering' omdat anders niet zou worden voldaan aan de eis voor de luchtgeluidsisolatie (Ilu;k = 0 dB).

Deze oplossing is geschikt voor een harde vloerafwerking (plavuizen of vast parket) die vast op de dekvloer wordt bevestigd. Geluidshinder wordt dan over het algemeen voldoende beperkt.

Akoestische scheiding

  • Stampbetonvloer is vrijgehouden van de woningscheidende wand, meestal met een strook van 20 mm EPS.
  • Dekvloer is vrijgehouden van de wand door een strook isolatiemateriaal, bijvoorbeeld foam van 5 tot 8 mm. Deze strook moet ongeveer 30 mm boven het niveau van de dekvloer uitsteken. Gebruik speciale plakstroken om deze foamstrook tegen de wand en/of de vloer te plakken. Snij de foamstrook na aanbrengen van de dekvloer terug tot aan het niveau van de dekvloer.
  • Plinten en de eventuele harde vloerafwerking mogen geen contactbruggen veroorzaken tussen wand en vloer. Harde vloerafwerking moet dus overal vrij blijven van de woningscheidende wand; ook moet de plint overal vrij blijven van de dekvloer en harde vloerafwerking. Dit moet duidelijk worden vermeld in de gebruiksaanwijzing van de woning.

Zorgvuldige uitvoering

  • Breng flexibele materialen zorgvuldig aan.
  • Verwijder na het storten of plaatsen van de kim beslist alle betonspecieresten die contactbruggen vormen tussen begane grondvloer en woningscheidende wand.

3. Massieve wand op begane grondvloer; star verbonden
Uitgangspunt is een massieve woningscheidende wand van minstens 575 kg/m2 en een begane grondvloer van minstens 350 kg/m2, waarbij wand en vloer star zijn verbonden. Dit levert in de regel waarden voor de contactgeluidsisolatie Ico tussen +7 dB en +10 dB. Daarmee is voldaan aan de eis van het Bouwbesluit 2003. Wordt harde vloerafwerking (plavuizen, vast parket) vast op de dekvloer bevestigd, dan wordt geluidshinder over het algemeen niet voldoende beperkt.

4. Oplossingen met ankerloze spouwmuur
Oplossingen met ankerloze spouwmuren die voor 2003 gangbaar waren, voldoen ruim aan de eis van het Bouwbesluit 2003 (Ico = +5 dB). Dit geldt zowel voor de aansluiting met de begane grondvloer als voor de aansluiting met de verdiepingvloer.

5. Massieve woningscheidende wand op verdiepingsvloer
Uitgangspunt is een woningscheidende wand van minstens 525 kg/m2 en een verdiepingsvloer van minstens 400 kg/m2. Laatstgenoemde massa wordt bijna altijd gehaald in verband met de overspanning van de vloer. Deze oplossing heeft een Ico = +5 dB. Verdiepingsvloeren worden altijd star verbonden in de woningscheidende wand; flexibele opleggingen zijn niet mogelijk in verband met de stabiliteit van de woning.

ACHTERGROND

Volgens het Bouwbesluit 2003 moet de contactgeluidsisolatie (Ico) naar een verblijfsgebied van een woonfunctie minstens +5 dB bedragen. Deze eis is in Bouwbesluit 2003 verhoogd om de eisen voor contactgeluid en luchtgeluid beter met elkaar in evenwicht te brengen. Door de aanscherping van deze eis neemt het aantal gehinderden door contactgeluid verder af.

In combinatie met een harde vloerafwerking (plavuizen, vast parket) die vast op de dekvloer wordt bevestigd is aan te bevelen een contactgeluidsisolatie Ico te halen van minstens +10 dB (gemeten op de 'kale' vloer).

OVERIGE INFORMATIE

  • Zwevende dekvloeren, SBR-publicatie 485, 2005
  • SBR-Referentiedetails Woningbouw - Combinatie
  • NPR 5070 (Geluidwering in woongebouwen - Voorbeelden van wanden en vloeren in steenachtige draagconstructies) NEN. Delft, 2005
  • Flankerende geluidoverdracht bij stapelbouw met grote elementen, Bouwcentrum Technologie rapport 15366. Maarssen, 1990
  • Bouwbesluit, geluid en beton (III). Akoestische kwaliteit van Heembeton-Prefabsystemen in eengezinshuizen. Cement, november 1996, blz 22 t/m 28

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad