0

Dilatatievoegen in dek- en afwerkvloeren - 097

Het zodanig ontwerpen en uitvoeren van dilatatievoegen en -voegconstructies in dek- en afwerkvloeren, dat scheurvorming en schade aan de voegconstructie en/of de aansluitende vloervelden wordt voorkomen.

1. HANTEER DE CRITERIA EN BEPAAL DE TE STELLEN EISEN

Belangrijke criteria waarop de keuze voor een bepaald voegtype en voegprofiel moet worden beoordeeld zijn:

  • Voegbreedte en profielbreedte (zie ook de toelichting);
  • Inbouwhoogte en stelmogelijkheden;
  • De voegbewegingen en eventueel noodzakelijke doorkoppelmogelijkheid van het profiel;
  • Bevestigingsmogelijkheden;
  • Belastbaarheid en gedrag bij wielpassage;
  • Materiaalkeuze en gedrag bij wisselende temperaturen;
  • Waterdichtheid.

Figuur 0 Toelichting bij de opbouw van een dilatatievoegconstructie.

Raadpleeg voor het opstellen van de eisen die aan dilataties moeten worden gesteld de Modelchecklist dilatatievoegconstructies in het SBR-Infoblad: Checklist dilatatievoegen in dek- en afwerkvloeren.

2. Kies een in aanmerking komend dilatatievoegprofiel

Op basis van de eisen en criteria, bedoeld onder punt 1, valt een keuze te maken uit de verkrijgbare dilatatievoegprofielen. De figuren 1 t/m 8 geven een overzicht van de meest gangbare typen dilatatievoegprofielen voor toepassing in dek- en afwerkvloeren en in monolitisch afgewerkte vloeren.

Figuur 1. Voeg met vervormbare inlage, kit en/of inserts zonder stalen omvattingsprofiel.

Figuur 2. Dilatatieprofiel met een omvattingsprofiel en een vervormbare inlage.

Figuur 3. Dilatatieprofiel met een omvattingsprofiel, vervormbare inlage en extra ondersteuning.

Figuur 4. Dilatatieprofiel met een omvattingsprofiel, vervormbare inlage en extra ondersteuning.

Figuur 5. Dilatatieprofiel met een omvattingsprofiel, vervormbare inlage en extra afdekking.

Figuur 6. Vol-metalen dilatatieprofiel zonder vervormbare inlage.

Figuur 7. Waterdicht dilatatieprofiel.

Figuur 8. Waterdicht dilatatieprofiel.

ACHTERGROND

De laatste jaren stijgt het aantal gebreken bij oplevering en ook na de tweede oplevering houden gebruikers/bewoners klachten. Veel van deze klachten betreffen de afbouw en afwerking van gebouwen, zoals klachten over scheuren in vloeren en vloerafwerkingen en schade aan voegconstructies en/of de aangrenzende vloerafwerking.
Bij grotere vloervelden en boven steunpunt constructies of op plaatsen waar – gelet op de aard van de constructie – grote vervormingen of zettingen zijn te verwachten is het aanbrengen van dilataties de aangewezen oplossing. Dilataties vormen een volledige doorsnijding van de vloerconstructie in kleinere velden die onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen in zowel horizontale als verticale richting (met name onder invloed van belastingen en temperatuurveranderingen). Een dilatatievoeg moet zodanig zijn gemaakt, dat de dilatatie zijn functie onbelemmerd kan vervullen. Een dilatatie voegconstructie omvat naast een vervormbaar profiel of inlage soms ook profielen en andere onderdelen om de randen van de vloervelden en het voegwerk te beschermen, en de werking van de dilatatie te verbeteren.
Een goed functionerende, duurzame dilatatie voegconstructie is alleen maar te ontwerpen als de eisen vooraf duidelijk worden omschreven. Inzicht in de voegbewegingen en in de op de voeg (en aansluitende vloervelden) uitgeoefende belastingen is noodzakelijk om een juiste keuze te kunnen maken van het toe te passen voegtype en voegprofiel.

Dilataties in constructieve vloeren en vloerafwerkingen

kunnen noodzakelijk zijn in de volgende gevallen:

  • In de aansluiting tussen verschillende bouwdelen van één gebouw.
  • Bij verwachte zettingen van de ondergrond en/of de fundering.
  • Als constructieve scheiding tussen draagelementen.
  • Bij verwachte sterke temperatuurveranderingen.
  • Als materialen naar verwachting zullen zwellen of krimpen onder invloed van vocht.
  • Als materialen onderhevig zullen zijn aan kruip en relaxatie.
  • Om uitvoeringstechnische redenen.

Vrijwel alle vloeren in de woning- en utiliteitsbouw worden uitgevoerd met (prefab)betonnen constructievloeren. Bij toepassing van harde vloerafwerkingen zoals keramische tegels, natuursteen, harde kunsstof, terrazzo e.d., kunnen rechtlijnige scheuren ontstaan door vervormingen die worden veroorzaakt door:

  • belastingen op de elementen, met als gevolg doorbuiging;
  • drogingskrimp en kruip van het materiaal, waardoor verlenging of verkorting van de elementen optreedt;
  • temperatuur- en vochtinvloeden die tot vervormingen leiden.

AANDACHTSPUNTEN

  • Een falende bevestiging is de hoofdoorzaak van verreweg de meeste schade aan dilatatievoegen.
  • Bij toepassing van stalen hoeklijnen het horizontale been goed ondersabelen en met bouten vastzetten op de betonvloer.
  • De in NEN 2741 ‘Met cement gebonden dekvloeren’ geschetste stalen hoeklijn is verkeerd gepositioneerd: het liggende been moet op de draagvloer worden bevestigd. Het staande been vormt de randbekisting. Zie ook figuur 14f in Monolitisch afgewerkte betonvloeren – Van ontwerp tot oplevering (genoemd bij Nadere informatie).
  • Rechtlijnige scheuren in afwerkvloeren die het gevolg zijn van beweging of vervorming in de voegen tussen vloerplaten zijn vaak met eenvoudige bouwkundige middelen te voorkomen; zie het SBR-Info 105: Voorkomen van rechtlijnige scheuren in afwerkvloeren.
  • Bij toepassing van een zwevende dekvloer kan geen normaal verankerd dilatatievoegprofiel worden toegepast omdat dat de zwevende oplegging teniet zou doen.
  • Tegelranden worden alleen goed gesteund door een tegeldilatatievoegprofiel met voldoende zijdelingse stijfheid. De bovenzijde van het profiel moet gelijk liggen met de tegelranden om het stotende effect bij wielpassages zoveel mogelijk te beperken.