0

Doorvoeren hellende daken luchtdicht maken - 014

Het voorkomen van luchtlekken in dakdoorvoeren door toepassing van zorgvuldige maatvoering en het juiste dichtingsmateriaal.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Prefab sparingen toepassen

Moeilijkheden door te ruim uitgezaagde daksparingen zijn te beperken door prefab sparingen toe te passen. Zo bestaan er dakdoorvoeren die zijn voorzien van een prefab luchtdichting (figuur 1a en b). De dichting tegen de dakplaat (positie 1) wordt gerealiseerd door een band/rubber dat is opgenomen in de kunststof plaat. Aan de onderzijde (ter plaatse van de pijp, positie 2) zorgt een geprefabriceerde manchet, met ook daarin een rubberen afdichting, voor de nodige luchtdichtheid.
Als de sparingen toch worden uitgezaagd, moeten zij bij voorkeur ellipsvormig zijn (afhankelijk van de dakhelling).

Figuur 1 a en b Kunststof doorvoer met prefab luchtdichting.

Figuur 2 SBR-detail 408.4.0.03:Detail van een dakdoorvoer (rookgasafvoer). Luchtdichtheid is gerealiseerd door een prefab manchet (met name bedoeld voor klasse 2 en 3)


Figuur 3 Fout: Te ruime sparing aangebracht en niet voorzien van een luchtdichting.


Figuur 4 Goed: Prefab luchtdichtingsmanchet.

2. Afdichting uitvoeren met afwerkplaat

Ter plaatse van de doorvoeren zijn twee aansluitingen die moeten worden gedicht:

  • Tussen de pijp en de binnenplaat van de dakconstructie; dicht deze naad af met purschuim of (geïmpregneerd) schuimband.
  • Tussen de pijp en de afdekplaat (met ellipsvormige sparing): dicht deze naad af met kit of compressieband. Toepassen van band en kit is bij aluminium / stalen afwerkplaten alleen mogelijk als de sparingen in de afdekplaat zijn voorzien van omgezette randen; alternatief is het afplakken van de betreffende aansluiting (noodzakelijk voor klasse 3).

Toepassen van alleen purschuim of semi-gesloten cellenband wordt afgeraden, aangezien de afdichting met purschuim door de aanwezige bewegingen op den duur zal afnemen. Daarnaast wordt het band, vanwege de moeilijk bereikbare plaats, vaak niet goed aangebracht. Er moet derhalve altijd een ellipsvormige afwerkplaat worden toegepast. Voorkom luchtlekken door de afwerkplaat in twee delen, pas na het monteren van de dakdoorvoer aan te brengen. Breng de luchtdichting na het monteren van de binneninstallaties (c.v., mechanische ventilatie en riolering) aan.

Figuur 5 SBR-detail 408.0.0.01: Detail van een dakdoorvoer (gebalanceerde ventilatie): rondom de doorvoer is alleen aan de binnenzijde een dichting aangebracht. Dit is meestal voldoende.

Figuur 6 Goed: Afwerkplaat inclusief dichting tussen plaat en kapconstructie en ter plaatse van de doorvoeringen.

3. De juiste werkvolgorde in acht nemen
Breng de luchtdichting aan na het monteren van de binneninstallaties (cv, mechanische ventilatie en riolering). Breng de (extra) afwerkplaat pas na het monteren van de dakdoorvoer aan. Voer een gerichte controle uit op de aangebrachte luchtdichtingen en voer controlemetingen uit, bijvoorbeeld door middel van een Blowerdoor-proef en rookdetectie (in ieder geval bij klasse 3).

ACHTERGROND

Luchtdichtheid is van invloed op de warmteverliezen van een bouwwerk. Daarom wordt in het maatregelenpakket voor de energieprestatie vaak een hoge mate van luchtdichtheid opgenomen (onder andere bij toepassing van gebalanceerde ventilatie en bij het Passiefhuis concept). Het grootste deel van de onbedoelde warmteverliezen door luchtlekkage verloopt via het dak. Met name dakdoorvoeren staan bekend als luchtlekken. Het te ruim uitzagen van daksparingen is een belangrijke oorzaak. Daarnaast wordt vaak te weinig rekening gehouden met de verwerkingscondities van pur-schuim en wordt de noodzaak van een afwerkplaat of van prefab manchetten te weinig onderkend.

AANDACHTSPUNTEN

  • Pas bij de dakdoorvoeren zoveel mogelijk prefab luchtdichtingen toe.
  • Dakdoorvoeren altijd voorzien van afdekplaat aan de binnenzijde.
  • Bij luchtdichtheidsklasse 2 en 3 altijd manchetten toepassen.
  • Let er op dat rondom een rookgasafvoer brandvrij PUR-schuim of geïmpregneerd schuimband wordt toegepast.
  • Neem de verwerkingscondities van PUR-schuim in acht; pas zonodig elastisch PUR-schuim toe.
  • Ter plaatse van de doorvoeren zijn twee aansluitingen die moeten worden gedicht:
    • tussen de pijp en de binnenplaat van de dakconstructie; dicht deze naad af met purschuim of (geïmpregneerd) schuimband;
    • tussen de pijp en de afdekplaat (met ellipsvormige sparing); dicht deze naad af met kit of compressieband. Toepassen van band en kit is bij aluminium / stalen afwerkplaten alleen mogelijk als de sparingen in de afdekplaat zijn voorzien van omgezette randen; alternatief is het afplakken van de betreffende aansluiting (noodzakelijk voor klasse 3).
  • Toepassen van alleen purschuim of semi-gesloten cellenband wordt afgeraden, aangezien de afdichting met purschuim door de aanwezige bewegingen op de duur zal afnemen, en het band, vanwege de moeilijk bereikbare plaats, vaak niet goed wordt aangebracht. Er moet derhalve altijd een (ellipsvormige) afwerkplaat worden toegepast.
  • Voorkom luchtlekken door de extra afwerkplaat (in twee delen) pas na het monteren van de dakdoorvoer aan te brengen en breng de luchtdichting na het monteren van de binneninstallaties (c.v., mv en riolering) aan.
  • Let op dat er ter plaatse van rookgasafvoer brandvrij purschuim/ kit of geïmpregneerd schuimband wordt toegepast.
  • Algemeen geldt dat voor luchtdichtheidsklasse 3 de volgende aandachtspunten in acht dienen te worden genomen:
    • waar mogelijk de naden / kieren afplakken;
    • waar mogelijk luchtdichtingen prefabriceren;
    • bij kabeldoorvoeren / leidingdoorvoeren prefab manchetten gebruiken, afplakken;
    • gerichte controle van de aangebrachte luchtdichtingen en controlemetingen.

Figuur 7 Voor kleine doorvoeringen (kabels) zijn er eveneens manchetten beschikbaar.