0

Een omgekeerd dak zonder 'waterplaten' - 038

Het zodanig ontwerpen van een omgekeerd-dakconstructie dat inwendige condensatie in de XPS-isolatie ('waterplaten') wordt voorkomen.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Voorkom verkeerde dakafwerking

Allereerst moet in de ontwerpfase worden voorkomen dat de drogingscondities aan de bovenzijde van de XPS-isolatie slecht zijn. Vermijd daarom de volgende dakafwerkingen:

  1. vlakke betontegels zonder tegeldragers;
  2. een weinig-dampdoorlatende scheidingslaag onder grind;
  3. vervuild grind in combinatie met geen of negatief afschot;
  4. een substraatlaag in bijvoorbeeld een daktuin.

Opmerking: Bij een daktuin heeft toepassing van een omgekeerd dak het voordeel dat de dakbedekking goed wordt beschermd door de isolatie. Om het effect van inwendige condensatie en de daardoor geleidelijk teruglopende warmteweerstand te compenseren wordt in dat geval aanbevolen 50% extra isolatiedikte toe te passen.

2. Hanteer de juiste bouwfysische berekeningsmethodiek

Een 'normale' bouwfysische berekening volgens de methode-Glaser geeft geen verklaring voor de 'waterplaten'. Bij zo'n Glaser-berekening wordt uitgegaan van binnencondities en buitencondities. Aan de hand hiervan wordt eerst een temperatuurverloop berekend en vervolgens een verloop van de maximaal mogelijke dampspanning en een verloop van de theoretische dampspanning op basis van diffusieweerstanden. Omdat de grootste diffusieweerstand, namelijk die van de dakbedekking, zich bij een omgekeerd dak onder het isolatiemateriaal bevindt, sluit een dergelijke aanname uit dat ergens in de constructie de theoretische dampspanning groter is dan de maximaal mogelijke dampspanning. Volgens een dergelijke berekening kan er dan ook in een omgekeerd dak nooit inwendige condensatie optreden.
Het omgekeerd dak lijkt daardoor bouwfysisch probleemloos, maar dat is niet altijd het geval. Men houdt namelijk geen rekening met water dat zich onder en op de isolatieplaten bevindt. Uit onderzoek is gebleken dat er in ieder geval onder de isolatieplaten vrijwel altijd water aanwezig is. Dit moet dan ook in een berekening worden meegenomen. De consequentie hiervan is dat er direct boven de dakbedekking een relatieve vochtigheid (RV) is van 100% bij een temperatuur die nauwelijks lager is dan de binnentemperatuur. Er heerst op dit punt dus een veel hogere dampspanning dan zou blijken uit een 'normale' Glaser-berekening. Met behulp van de aangepaste berekeningsmethodiek (100% RV onder de isolatieplaten) kan worden aangetoond dat situaties, waarbij aan de bovenkant geen of nauwelijks droging kan plaatsvinden, leiden tot inwendige condensatie in de XPS-isolatie. Op den duur ontstaan hierdoor de 'waterplaten'.

Effect van de buitenluchttemperatuur op de temperatuur van de dakbedekking bij een omgekeerd dak in vergelijking met een warm dak.

ACHTERGROND

Bij het omgekeerd dak worden in de praktijk soms natte isolatieplaten aangetroffen, ook wel 'waterplaten' genoemd. Natte isolatie vermindert de warmte-weerstand van de constructie. Het betreft hier voornamelijk situaties waarbij als ballastlaag vlakke betontegels zijn toegepast, direct aangebracht op de XPS-isolatie, of waarbij tussen de isolatie en een ballastlaag van grind een scheidingslaag van kunststoffolie is aangebracht. Met behulp van een aangepaste berekenings-methodiek (zie oplossingsrichting 2) kan worden aangetoond dat situaties waarbij aan de bovenkant geen of nauwelijks droging kan plaatsvinden leiden tot inwendige condensatie in de XPS-isolatie. Op den duur ontstaan hierdoor de 'waterplaten'.

AANDACHTSPUNTEN

Als onderstaande aanbevolen minimum-specificaties worden aangehouden, wordt een duurzaam goed functionerende omgekeerd-dakconstructie verkregen:

  • De minimale dikte van de grindballastlaag moet 50 mm zijn.
  • De toe te passen grindfractie dient te voldoen aan de gradatie 16/32 of fracties met grotere nominale korreldiameter. Een scheidingslaag tussen grind en XPS-schuim is dan overbodig.
  • Bij toepassing van tegels als ballastlaag moeten steeds tegeldragers worden toegepast die groot genoeg zijn. Bij tegels van 300 mm x 300 mm x 40 mm bedraagt de aanbevolen afmeting voor de tegeldragers circa 110 mm; tegels van 500 mm x 500 mm (of 400 mm x 600 mm) x 60 mm moeten rusten op dragers van ongeveer 200 mm.
  • Het effectief afschot van het dak (de onderconstructie) dient minimaal 1% te zijn. Geen of zelfs negatief afschot moet te allen tijde worden voorkomen.

OVERIGE INFORMATIE