0

Garage en bergruimte bouwen naast een woning - 342

Aan de hand van Bouwbesluit 2012 vaststellen welke eisen gelden voor de beperking van uitbreiding van brand bij een woning met een garage of berging.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Stappenplan

Om dit probleem op te lossen moeten vijf stappen worden gezet, die zijn onder te verdelen in twee fasen.

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)
1. Bepalen van de relevante afdeling(en) van Bouwbesluit 2012
2. Bepalen van de relevante paragrafen
3. Bepalen van de relevante gebruiksfunctie
4. Aan de hand van de tabellen in de paragrafen de relevante voorschriften bepalen.

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5)
5. 5. Aan de hand van drie voorbeeldsituaties toepassen van de voorschriften

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)

Stap 1: Bepalen van de relevante afdeling(en) van Bouwbesluit 2012
Het gaat om beperking van uitbreiding van brand. Dit aspect is omschreven in afdeling 2.10 van Bouwbesluit 2012: ‘Beperking van uitbreiding van brand’.

Stap 2: Bepalen van de relevante paragrafen
Beantwoord de vraag of het gaat om nieuwbouw dan wel bestaande bouw. In dit voorbeeld wordt uitgegaan van een nieuw te bouwen woning met garage. Dat betekent dat § 2.10.1: ‘Nieuwbouw’ van toepassing is.

Stap 3: Bepalen van de relevante gebruiksfunctie
Het gaat hier om een ‘grondgebonden eengezinswoning’. Hiervoor gelden volgens de tabellen in afdeling 2.10 de voorschriften die zijn gegeven voor een ‘andere woonfunctie’ (d.w.z. alle woonfuncties, behalve een woonfunctie van een woonwagen). De garage heeft een ‘overige gebruiksfunctie’. De garage kan nader worden aangeduid als nevenfunctie van de woonfunctie, dat wil zeggen dat deze ten dienste staat van de woonfunctie (zie de definitie van ‘nevenfunctie’ in artikel 1.1, lid 1 van Bouwbesluit 2012 en het tabblad ‘Achtergrondinformatie’).

Stap 4: Aan de hand van de tabellen in de paragrafen de relevante voorschriften bepalen.
Paragraaf 2.10.1 (nieuwbouw) van afdeling 2.10: ‘Beperking van uitbreiding van brand’ bevat de volgende artikelen die voor nieuwbouw relevant zijn: 2.81 (aansturingsartikel), 2.82 (ligging), 2.83 (omvang) en 2.84 (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag, afgekort wbdbo). In tabel 2.81 is af te lezen dat voor een ‘andere woonfunctie’ artikel 2.82, lid 1,3 en 4, artikel 2.83 lid 1, 3, 5, 6 en 7 en artikel 2.84 lid 1, 2, 3, 7 en 8 gelden. Voor een ‘overige gebruiksfunctie’ gelden artikel 2.82 lid 1 en 3 t/m 7, artikel 2.83 lid 1, 3, 7 en 8 en artikel 2.84 lid 1, 4, 7 en 8.

Niet al deze artikelleden zijn relevant voor deze situatie. De artikelleden die relevant zijn voor een eengezinswoning met een besloten garage of berging, zijn hieronder weergegeven:

Artikel 2.82, lid 1 (woonfunctie en overige gebruiksfunctie): Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment.

Artikel 2.82, lid 7 (overige gebruiksfunctie): Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2. Deze uitzondering geldt niet indien het bouwwerk aan een of meer andere bouwwerken grenst en de gezamenlijke gebruiksoppervlakte groter is dan 50 m2.

Artikel 2.83, lid 1 (woonfunctie en overige gebruiksfunctie): Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de in tabel 2.81 aangegeven waarde. (In tabel 2.81 is zowel voor een woonfunctie als voor een overige gebruiksfunctie 1.000 m2 aangegeven.)

Artikel 2.83, lid 3 (woonfunctie en overige gebruiksfunctie): Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een perceel.

Artikel 2.83, lid 5 (woonfunctie): In een brandcompartiment liggen ten hoogste een woonfunctie en nevenfuncties daarvan. Artikel 2.84, lid 1 (woonfunctie en overige gebruiksfunctie): De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment, naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, naar een niet besloten veiligheidsvluchtroute en naar een liftschacht van een brandweerlift is ten minste 60 minuten. Artikel 2.84, lid 3 (woonfunctie): In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met 30 minuten indien: a. de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m², en b. in het gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau.

Artikel 2.84, lid 4 (overige gebruiksfunctie): In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met 30 minuten indien: a. de in het eerste lid bedoelde besloten ruimten op hetzelfde perceel liggen, en b. in het gebouw geen vloer van een gebruiksgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau.

Artikel 2.84, lid 8 ((woonfunctie en overige gebruiksfunctie): Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend perceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere perceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Indien het perceel grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet milieugevaarlijke stoffen vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel.

Fase B. Toepassing van de voorschriften

Stap 5: Aan de hand van drie voorbeeldsituaties toepassen van de voorschriften

Voorbeeldsituatie 1: Woonfunctie + losse, vrijstaande garage

Omschrijving situatie:
Achter de woning is op hetzelfde perceel een enkele, vrijstaande garage gelegen. Deze garage hoort bij de woning en is dus een nevenfunctie van de woning. De gebruiksoppervlakte van de garage is kleiner dan 50 m2.

Uitwerking:
Voor de woning geldt dat deze in een brandcompartiment moet liggen (artikel 2.82 lid 1) met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 m² (artikel 2.83, lid 1). Artikel 2.82 lid 1 geldt ook voor een overige gebruiksfunctie, maar op grond van artikel 2.82 lid 7 hoeft de garage in deze situatie niet in een brandcompartiment te liggen, omdat deze kleiner is dan 50 m² en niet grenst aan een ander bouwwerk. Er geldt dan ook geen eis aan de wbdbo tussen de woning en de garage. Op grond van artikel 2.84 lid 1 wordt immers alleen een wbdbo-eis gegeven van de woning naar een ander brandcompartiment, naar een besloten extra beschermde vluchtroute, naar een niet-besloten veiligheidsvluchtroute en naar de liftschacht van een brandweerlift.

Figuur 1 Woning met garage < 50 m2 op hetzelfde perceel (bron: Verbeelding Bouwbesluit 2012 Brandveiligheid).

Afbeelding 1: Woning met garage < 50 m² op hetzelfde perceel (bron: Verbeelding Bouwbesluit 2012 Brandveiligheid)

Voorbeeldsituatie 2: Woonfunctie + losse garage, grenzend aan andere garage

Omschrijving situatie:
Achter de woning is op hetzelfde perceel een garage gelegen. Deze garage hoort bij de woning en is dus een nevenfunctie van de woning. De garage grenst aan een andere garage op een naastgelegen perceel. De gebruiksoppervlakte van de garage is kleiner dan 50 m², de gebruiksoppervlakte van de twee garages samen is echter groter dan 502.

Uitwerking:
Voor zowel de woning als de garage geldt dat deze in een brandcompartiment moeten liggen (artikel 2.82 lid 1) met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 m2 (artikel 2.83, lid 1). De uitzondering uit artikel 2.82 lid 7 (zie voorbeeld 1) geldt in deze situatie niet, omdat de gezamenlijke gebruiksoppervlakte van de twee garages samen groter is dan 50 m2. Het feit dat de andere garage op een ander perceel ligt, doet er hierbij niet toe. De garages moeten dus in een brandcompartiment liggen. In artikel 2.83 lid 3 staat dat een brandcompartiment niet op meerdere percelen mag liggen, de garages moeten daarom elk in een ander brandcompartiment liggen. Op grond van artikel 2.83, lid 5 mag de garage die hoort bij de woning in dit voorbeeld (nevenfunctie) in hetzelfde brandcompartiment liggen als de woonfunctie. Tussen de woonfunctie en de eigen garage geldt dan geen eis aan de wbdbo. Tussen de garage en de aangrenzende garage geldt echter wel een eis, namelijk een wbdbo van 60 minuten (artikel 2.84 lid 1). Hierop is geen reductie mogelijk, de uitzondering in artikel 2.84 lid 4 kan niet worden toegepast omdat de garages niet op hetzelfde perceel liggen.

Figuur 2 Woonfunctie met losse garage (bron: Brandveiligheid: Ontwerpen en Toetsen, deel B).

N.B. als de gebruiksoppervlakte van de twee garages samen kleiner is dan 50 m², hoeven beide garages niet in een brandcompartiment te liggen (artikel 2.82 lid 7). Er geldt dan geen wbdbo-eis tussen woning en de garage en ook geen wbdbo-eis tussen de garages onderling.

Voorbeeldsituatie 3: Woonfunctie + aangebouwde garage

Omschrijving situatie:
Een eengezinswoning met een aangrenzende garage op hetzelfde perceel. De garage is een nevenfunctie van de woning. De gebruiksoppervlakte van de garage is < 50 m2.

Uitwerking:
Voor zowel de woning als de garage geldt dat deze in een brandcompartiment moeten liggen (artikel 2.82 lid 1) met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 m2 (artikel 2.83, lid 1). Omdat de oppervlakte van de woning+garage (samen één bouwwerk) > 50 m2 is, moet de garage volgens artikel 2.83 lid 7 ook in een brandcompartiment liggen. Op grond van artikel 2.83, lid 5 mag de garage (nevenfunctie) in hetzelfde brandcompartiment liggen als de woonfunctie. Er geldt dan ook geen eis aan de wbdbo tussen de woning en de garage.

Voorbeeldsituatie 4: Woonfunctie + aangebouwde garage, grenzend aan andere garage

Omschrijving situatie:
Een eengezinswoning met een aangrenzende garage op hetzelfde perceel. De garage is een nevenfunctie van de woning. De gebruiksoppervlakte van de garage is < 50 m². De garage grenst aan een andere garage met woning op een naastgelegen perceel.

Uitwerking:
Voor zowel de woning als de garage geldt dat deze in een brandcompartiment moeten liggen (artikel 2.82 lid 1 en 2.82 lid 7 (bouwwerk > 50 m2)) met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 m2 (artikel 2.83, lid 1). Op grond van artikel 2.83, lid 5 mag de garage (nevenfunctie) in hetzelfde brandcompartiment liggen als de woonfunctie waar deze bij hoort. Er geldt dan ook geen eis aan de wbdbo tussen de woning en de bijbehorende garage. Tussen de garage en de aangrenzende garage op het naastgelegen perceel geldt op grond van artikel 2.84 lid 1 een wbdbo van 60 minuten. De reductie op de wbdbo-eis uit artikel 2.84 lid 3 mag niet worden toegepast, aangezien in het brandcompartiment van de woonfunctie ook een overige gebruiksfunctie ligt.

ACHTERGRONDINFORMATIE

Het begrip ‘nevenfunctie’
Naast de (hoofd- en sub)gebruiksfuncties kent het Bouwbesluit ook het begrip ‘nevenfunctie’. Een nevenfunctie is geen gebruiksfunctie, maar een aanduiding om aan te geven dat een bepaalde, zelfstandige gebruiksfunctie ten dienste staat van een andere gebruiksfunctie. Voorbeelden hiervan zijn een garage (overige gebruiksfunctie) bij een woning of een kantoortje (kantoorfunctie) in een werkplaats (industriefunctie). Deze garage moet gewoon voldoen aan de eisen voor een overige gebruiksfunctie en het kantoortje aan de eisen voor een kantoorfunctie, maar daarnaast geldt in Bouwbesluit 2012 een aantal uitzonderingen of aanvullende eisen voor dergelijke nevenfuncties.

AANDACHTSPUNTEN

  • Ook al geldt er geen eis aan de wbdbo tussen een woning en een aangrenzende garage, om een hoger veiligheidsniveau te bereiken of energie te besparen is het wel raadzaam om de scheidingsconstructie naar de woning brandwerend uit te voeren en de eventuele verbindingsdeur zelfsluitend te laten zijn.
  • In een woongebouw kunnen de bergingen in een bergingenblok niet worden gecombineerd met de brandcompartimenten van de woningen. Een bergingenblok (overige gebruiksfunctie) in een woongebouw is altijd een afzonderlijk brandcompartiment.

OVERIGE INFORMATIE

Gebruikte literatuur:

Overige informatie

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad