0

Gelijkwaardigheid bij dakelementen voor hellende daken - 258

Het beoordelen van de gelijkwaardigheid van dakplaten en dakelementen voor hellende daken, in besteksteksten aangeduid met 'of gelijkwaardig' afgekort 'o.g.'.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Oplossingsrichtingen

Om te bepalen of een dakplaat of dakelement gelijkwaardig is, moeten vijf criteria worden getoetst:

  1. Sterkte en stijfheid.
  2. Thermische isolatie.
  3. Geluidsisolatie tussen woningen.
  4. Geluidswering van buiten naar binnen.
  5. Dampdichtheid.

Foto: Unidek, Gemert.

1. Toets de sterkte en stijfheid
De eisen aan sterkte en stijfheid zijn voor een bepaalde dakplaat vastgelegd in het attest met productcertificaat. Deze eisen zijn vertaald naar tabellen met de toelaatbare overspanningen als functie van de dakhelling en de windbelasting. Een alternatief product is gelijkwaardig, als voor een gegeven situatie de toelaatbare overspanningen minstens zo groot zijn als bij het voorgeschreven product.

Is een dakplaat niet gelijkwaardig, dan kan het verkleinen van de gording- of sporenafstand nog een mogelijkheid zijn. Daarmee kan het dakelement inclusief de draagconstructie toch gelijkwaardig zijn. Voldoet een alternatieve dakplaat ruimschoots aan de sterkte- en stijfheidseis, dan kunnen de gordingafstand of de sporenafstand misschien worden vergroot. Dat kan kosten besparen.

2. Toets de thermische isolatie
Een alternatieve dakplaat is gelijkwaardig, als de thermische isolatiewaarde Rc minstens zo hoog is als die van het voorgeschreven product. Bij de meeste producten is de thermische isolatie in de naam van het product opgenomen. Bijvoorbeeld het dakelement ‘HD 2,5 XG’. Hier geeft het cijfer 2,5 de thermische isolatiewaarde Rc aan. Dat maakt vergelijken gemakkelijk.

Maar pas op! De thermische isolatie moet bij nieuwbouw altijd volgens de laatste NEN 1068 ‘Thermische isolatie van gebouwen – Rekenmethoden’ worden berekend. In 2004 is deze norm gewijzigd (aan-vullingsblad A3:2004). Het kan dus zijn dat ongemerkt op de 'oude' Rc wordt vergeleken. Controleer daarom altijd of de juiste Rc wordt bedoeld.

Foto: Unidek, Gemert.

3. Toets de geluidsisolatie tussen woningen
Toetsing van de geluidsisolatie is gecompliceerd. Dat komt doordat de geluidsisolatie niet alleen afhangt van het dakelement, maar ook van de woningscheidende wand en de andere daarop aansluitende constructies.

Het attest met productcertificaat maakt vergelijken toch goed mogelijk. Daartoe zijn de geluidsisolerende eigenschappen van de dakplaat vastgelegd in een 'toepassingstabel'. In deze tabel kan worden afgelezen welke verhouding tussen volume en oppervlakte van het dakvlak (V/Sdak,eff) minimaal is vereist bij verschillende vertrekdiepten (uitgedrukt in V/Swand). De waarden zijn in de tabel opgesplitst voor twee geluidsweringsklassen en enkele veel voorkomende woningscheidende wanden. De tabel is geldig bij een aantal randvoorwaarden.

Een alternatieve dakplaat is gelijkwaardig als de V/Sdak,eff –waarde daarvan kleiner of gelijk is dan bij de voorgeschreven plaat (bij verder ongewijzigde randvoorwaarden).

LET OP! Er zijn attesten met productcertificaat waarin verschillende daktypen van één fabrikant worden beschreven. Als daarin voor een bepaald daktype geen toepassingstabel voor de geluidsisolatie tussen woningen staat, dan moet ervan worden uitgegaan dat dit daktype niet geschikt is voor toepassing in de woningbouw.

Voorbeeld toetsing geluidsisolatie
Gegeven is een verblijfsgebied, bestaande uit één ruimte met een vertrekdiepte (V/Swand) van 3,0 meter, aan een woningscheidende wand van 525 kg/m2. De luchtgeluidsisolatie Ilu;k moet minstens 0 dB zijn. Het voorgeschreven dakelement heeft een V/Sdak,eff van 3,9 meter (volgens de toepassingstabel in het attest van dat element).

Uit de toepassingstabel van het alternatieve dakelement (hieronder opgenomen) blijkt dat bij een vertrekdiepte van 3 meter de V/Sdak,eff minimaal 3,84 meter moet zijn. Dit is kleiner dan de 3,9 van het voorgeschreven element. Het alternatief is dus gelijkwaardig.

Toepassingstabel voor het alternatieve dakelement in dit voorbeeld.

constructie V/Swand [m] V/Sdak,eff [m]1
Ilu;k = -5 dB Ilu;k = -0 dB
homogene wand
massa = 525 kg/m2
verblijfsgebied2
2,00 0,59 *
2,50 0,73 *
3,00 0,88 *
3,50 1,03 *
4,00 1,17 *
5,00 1,47 *
homogene wand
massa = 525 kg/m2
één ruimte2
2,00 0,56 2,56
2,50 0,71 3,20
3,00 0,85 3,84
3,50 0,99 4,48
4,00 1,13 *
5,00 1,41 *
ankerloze spouwmuur3
spouw = 50 mm
massa 2 x = 200 kg/m2
2,00 0,53 1,80
2,50 0,66 2,25
3,00 0,80 2,70
3,50 0,93 3,15
4,00 1,06 3,60
5,00 1,33 4,50


* Bij dit wandtype en V/Swand-verhouding kan de beoogde waarde niet worden gehaald. Dan zijn extra maatregelen noodzakelijk.

  1. Sdak,eff is oppervlak dat daadwerkelijk geluid afstraalt in de ontvangruimte. Dit oppervlak is gelijk aan het dakoppervlak dat zich bevindt binnen 2,5 meter vanaf de woningscheidende wand.
  2. Er bestaat een correctieterm voor het geval er meer verblijfsruimten binnen een verblijfsgebied zijn. Deze correctieterm is verdisconteerd in de geluidsisolatie van de wand. Daarom zijn verblijfsgebieden en verblijfsruimten in de tabel uitgesplitst.
  3. Bij ankerloze spouwmuren hebben de niet aan de directe scheidingsconstructie gelegen ruimten geen invloed op de luchtgeluidsisolatie op het niveau van Ilu;k = –5 en 0 dB.

4. Toets de geluidswering van buiten naar binnen
Deze toetsing gebeurt hetzelfde als voor een gevel. Onder geluidswering van de gevel wordt namelijk impliciet ook het dak begrepen (zie ook toelichting art. 22 Bouwbesluit:1992).

De vereiste geluidswering van buiten naar binnen is afhankelijk van de geluidsbelasting op het dakvlak. Hoe hoog de geluidsbelasting voor de betreffende locatie is, stelt b&w van de gemeente vast. Er gelden alleen eisen voor verblijfsruimten/-verblijfsgebieden. Is de geluidsbelasting hoger dan 55 dB(A), dan moet de karakteristieke geluidswering GA;k = geluidbelasting – 35 dB(A) zijn. In dat geval wordt meestal een berekening opgesteld waarin de geluidsisolatiewaarde RA van het dakvlak wordt voorgeschreven.
Een alternatief product is gelijkwaardig als de RA –waarde ten minste gelijk of groter is dan de waarde die het bestek of het adviesrapport voorschrijft. De RA –waarde staat in attesten vermeld in de paragraaf 'geluid van buiten'.

5. Toets de dampdichtheid
De dampdichtheid wordt vrijwel altijd getoetst bij de attest-verlening. Wanneer de constructie en de aansluitende constructies uitgevoerd zijn volgens het attest, kan er van worden uitgegaan dat in de woningbouw de dakelementen wat betreft dampdichtheid minstens gelijkwaardig zijn.

ACHTERGROND

Bestekken schrijven voor een bepaald onderdeel als regel één product voor. Maar meestal zijn er vele bouwproducten beschikbaar met de gewenste eigenschappen. Bijvoorbeeld de thermische isolatie, geluidsisolatie, wind- en regendichtheid en sterkte.

Het bestek vermeldt vaak de aanduiding 'of gelijkwaardig', afgekort 'o.g.' Dat biedt de vrijheid in de werkvoorbereiding alternatieve producten voor te stellen. Eerst moet wel worden aangetoond dat een alternatief product inderdaad gelijkwaardig is met het voorgeschreven product. Pas dan kan het worden geaccepteerd.

Een product is gelijkwaardig als alle relevante eigenschappen minstens zo goed zijn als van het voorgeschreven product. Het kan voorkomen dat de kwaliteit van één van de eigenschappen zelfs beter uitvalt dan oorspronkelijk bedoeld. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij de geluidsisolatie, wanneer een hardschuimelement wordt vervangen door een minerale wolelement.

AANDACHTSPUNTEN

  • De toetsing op gelijkwaardigheid moet zich richten op de technische specificaties. De prijs mag daarbij niet meetellen. De afkorting 'o.g.' betekent niet 'of goedkoper'.
  • Controleer alle belangrijke eigenschappen. Bij dakelementen mag de controle dus niet beperkt blijven tot de thermische isolatie. De geluidsisolatie en andere eigenschappen zouden er bij in kunnen schieten.
  • Gelijkwaardigheid van de geluidsisolatie kan alleen worden aangetoond voor producten met een 'toepassingstabel'. Producten zonder zo'n tabel kunnen dus nooit als gelijkwaardig worden aangemerkt.
  • Grote problemen ontstaan wanneer een dakelement op geschakelde woningen wordt vervangen door een dakplaat zonder toepassingstabel (bijvoorbeeld hardschuim sandwichelementen met aan beide zijden een beplating van 3 mm spaanplaat). Met deze dakelementen kan op geen enkele wijze worden voldaan aan de eisen die het Bouwbesluit stelt aan de luchtgeluidsisolatie tussen ruimten van aangrenzende woningen.

OVERIGE INFORMATIE

  • NPR 5272 (Geluidswering in gebouwen - Aanwijzingen voor de toepassing van het rekenvoorschrift voor de geluidswering van gevels op basis van NEN-EN 12354-3) NEN. Delft, 2003.
  • NEN 1068 (Thermische isolatie van gebouwen Rekenmethoden) NEN. Delft, 2001.
  • Attesten-met-product-certificaat van de verschillende dakproducten.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad