0

Het inregelen van een gebalanceerd ventilatiesysteem - 004

Het goed inregelen van de ventilatiecapaciteit.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Controle van de regelknop ventilatiecapaciteit

Het toerental van het warmteterugwinapparaat moet corresponderen met de standen van de regelknop. Met een volumestroommeter is dit eenvoudig te controleren. Als volgt:

  1. Zet de regelknop op stand 'HOOG';
  2. Plaats de volumestroommeter op een afvoerventiel of een toevoerrooster, meet de volumestroom en noteer deze;
  3. Herhaal de meting met de regelknop op de standen 'LAAG' en 'SPAARSTAND';
  4. Controleer of de standen van de regelknop corresponderen met de gemeten volumestromen; verander zo nodig de elektrische aansluitingen en herhaal de controleprocedure.
2. Inregelen van de toevoerroosters

De volumestroom per rooster is vastgelegd op de ontwerptekening. Bij een volledig uitgewerkt ontwerp is bovendien de inregelstand van het rooster of het ventiel op tekening vastgelegd. Ook kunnen de regelstanden worden vastgesteld in een proefinstallatie. Als er geen inregelstanden van roosters en ventielen bekend zijn, moet de uitgebreide inregelprocedure worden gevolgd. Het inregelen kost dan meer moeite.

Inregelen bij bekende inregelstanden van de toevoerroosters

  1. Stel de toevoerroosters en inregelkleppen in op de stand die bepaald is bij de kanalenberekening of in de proefinstallatie;
  2. Schakel het warmteterugwinapparaat in stand 'HOOG' en sluit de ramen en de binnen- en buitendeuren;
  3. Meet de volumestroom van elk toevoerrooster;
  4. Indien het verschil tussen de gemeten volumestroom en de ontwerpvolumestroom van de roosters minder bedraagt dan 1,3 dm3/s, dan zijn de roosters correct ingesteld; wijkt de volumestroom van een rooster meer af dan 1,3 dm3/s, dan moet de uitgebreide inregelprocedure worden gevolgd.

Uitgebreide inregelprocedure
De uitgebreide inregelprocedure dient te worden gevolgd, indien in het ontwerpstadium geen inregelstanden van de roosters zijn bepaald. Deze procedure moet ook worden gevolgd als uit een eerste meting blijkt dat de inregelstanden niet tot het gewenste resultaat leiden. De uitgebreide inregelprocedure is te vinden in bijlage 5 van ISSO-publicatie 28 Gebalanceerde ventilatie in woningen.

3. Inregelen van de afvoerventielen

Voor het inregelen van de afvoerventielen kan dezelfde procedure worden gevolgd als voor de toevoerroosters. Zo nodig kan gebruik worden gemaakt van de uitgebreide inregelprocedure; zie verder Inregelen van de toevoerroosters.

ACHTERGROND

Woningen worden steeds vaker uitgevoerd met een gebalanceerd ventilatiesysteem met warmteterugwinning. Voor het vlekkeloos functioneren van zo'n ventilatiesysteem (met name het comfort) is goed inregelen van de ventilatiecapaciteit een vereiste.

AANDACHTSPUNT

Voorzie de regeling van het ventilatiesysteem niet van een UIT-stand, maar sluit de eenheid met een stekker aan op het net. Dit ontmoedigt het uitzetten van het systeem onder normale omstandigheden. Zo blijft de ventilatie redelijk gewaarborgd.