0

Het isoleren van steenachtige spouwconstructies - 040

Het voorkomen van ontwerp- en uitvoeringsfouten bij het isoleren van steenachtige spouwconstructies.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Te hoog opgemetselde wand

Een te hoog opgemetselde wand leidt ertoe dat de isolatieplaten onderling slecht aaneensluiten. Via de naden treedt dan onnodig veel warmteverlies op.

2. Overmatige warmteoverdracht aan het buitenblad

Dit effect treedt op wanneer er een ongewenste koppeling is tussen binnen- en buitenblad (gevolg van een te krappe spouw door een ontwerpfout of slechte maatvoering) of doordat er luchtcirculatie optreedt rondom de isolatieplaten of -dekens. Deze onbedoelde luchtcirculatie treedt op wanneer er zich een valse spouw (zie Figuur A) bevindt achter de isolatie in combinatie met naden en kieren tussen de isolatie.

Figuur A Een valse spouw geeft onnodig energieverlies. NEN 1068 bepaalt dat bij sterke convectie een correctiefactor moet worden toegepast van ΔU” = 0,04 W/(m²·K). Hieruit kan dan de toeslagfactor voor convectie berekend worden door: ΔUa = ΔU” x (R1/ RT)2 waarbij
R1 is de warmteweerstand van de isolatielaag die luchtopeningen bevat,
RT is de warmteweerstand van de totale constructie, met verwaarlozing van eventuele thermische bruggen
ΔU” is de correctiefactor voor convectie, in W/(m2·K).

Valse spouwen kunnen het gevolg zijn van het ontwerp, maar kunnen ook optreden door speciebaarden van het binnenspouwblad, onjuiste maatvoering van de achterliggende constructie, het aanbrengen van leidingwerk en staal in de spouw of door onzorgvuldige bevestiging van de isolatie.

Instructies ter voorkoming van overmatige warmteoverdracht aan het buitenblad

  • Houd het metselwerk lager dan de isolatie. Hierdoor blijft er werkruimte voor zorgvuldig aanbrengen van de isolatie; tevens wordt zo voorkomen dat valspecie op de kopse kant van de isolatie terecht komt. Verwijder eventuele specie op de isolatie onmiddellijk.
  • Zorg voor een vlakke achtergrond door specie- en lijmbaarden te verwijderen en holle ruimten op te vullen. Uitstekende delen moeten worden afgehakt of worden geïsoleerd met een materiaal met een hogere warmtedoorgangscoëfficiënt λr. Gebruik eventueel isolatiemateriaal met een flexibele achterzijde.
  • Houd de luchtspouw vrij van oneigenlijke koppelingen. Breng geen elektraleidingen aan via de spouw en voorkom valspecie.
  • Plaats de platen in een halfsteensverband.
  • Plaats de platen met de juiste zijde (cacheerlaag of harde toplaag) naar de buitenzijde.
  • Bevestig het isolatiemateriaal voldoende. Raadplaag hiervoor de verwerkingsinstructies. Per plaat zijn minimaal 2 à 3 bevestigingspunten nodig. Voor de stabiliteit van de spouwconstructie geldt als richtlijn: 4 spouwankers per m2 tot een hoogte van 11 meter; zes spouwankers per m2 bij een hoogte tussen 11 en 20 meter. Zet de isolatie vast met klemplaten zonder deze te hard aan te drukken. Beperk het gebruik van passtukken.
  • Sluit de naden goed aaneen. Vul de naden van de isolatie. Gebruik bij harde isolatieplaten pur als vulmiddel.
3. Het nat kunnen worden van het isolatiemateriaal

Nat isolatiemateriaal verliest (deels) zijn isolerende werking. De mate waarin dit probleem optreedt is afhankelijk van de structuur van het isolatiemateriaal en de behandeling ervan. Materialen met een dichte celstructuur, zoals EPS, zijn vrijwel immuun voor vocht. Materialen met een open structuur, zoals minerale wol, worden voorzien van een cacheerlaag of een harde toplaag tegen vochtindringing. Het probleem doet zich dus voor bij isolatiematerialen met een open structuur, die niet beschermd zijn door een cacheerlaag of waarvan de cacheerlaag beschadigd is. Er zijn situaties waar een hoog vochtgehalte niet kan worden uitgesloten zoals bijvoorbeeld bij een omgekeerd dakconstructie en perimeterisolatie. Conform de NEN1068 moet dan rekening gehouden worden met een conversiefactor Fm voor vochtinvloeden, afhankelijk van het type isolatiemateriaal.

Instructies ter voorkoming van het nat worden van isolatiemateriaal

  • Zorg voor een vrije luchtspouw van 40 mm.
  • Beperk de hoeveelheid valspecie door zorgvuldig te metselen. De specie wordt in eerste aanleg op het midden van de steen aangebracht en van daaruit over het oppervlak uitgespreid.
  • Zorg voor waterdichte aansluitingen. (Raadpleeg daarvoor de SBR-Referentiedetails).
  • Houd de onderkant van minerale wol (of andere isolatiematerialen waarin vocht kan optrekken) op 60 mm boven de fundering (figuur B) of breng eerst een laag isolatie met gesloten cellen aan.
  • Breng open stootvoegen aan voor afvoer van water (h.o.h. 1000 mm) of waterdamp (h.o.h. 1500 mm) uit de spouw.
  • Verwerk (tenzij het om harde isolatieplaten gaat) een hoeveelheid isolatiemateriaal die overeenkomt met het per werkdag gemetselde gedeelte van de gevel; dek de spouw aan het einde van de werkdag af.
  • Afdruipvoorzieningen van spouwankers en klemplaten moeten naar beneden wijzen.
  • Houd de dpc-folie rond een kozijn 10 mm los van de isolatie (figuur C).
  • Zorg voor een droge opslag van het isolatiemateriaal.

Figuur B Wanneer minerale wol wordt aangebracht, start de isolatie 60 mm boven de fundering. Dit om te voorkomen dat de onderzijde van de isolatie in het water staat.

Figuur C De dpc-folie wordt 10 mm losgehouden van de isolatie. Hierdoor wordt de kans verkleind dat afdruipend water in de isolatie wordt opgenomen.

4. Het toepassen van isolatiemateriaal met een te lage Lambda-waarde

Elk isolatiemateriaal heeft zijn eigen warmtedoorgangscoëfficiënt λ (dit getal, de lambda-waarde, geeft aan in welke mate het materiaal of de constructie bijdraagt aan de warmte-overdracht). Het toepassen van materiaal met een hogere λ-waarde dan aangehouden is in de berekeningen, geeft een constructie met lagere warmteweerstand dan is beoogd.

Instructies voor de toepassing van isolatiemateriaal met de juiste λ-waarde

  • Controleer het te verwerken isolatiemateriaal aan de hand van het bestek en de werktekeningen.
  • Signaleer eventuele onduidelijkheden en koppel deze terug.
5. Slecht aansluitende isolatie

De isolatie sluit soms onvoldoende of helemaal niet aan tegen doorbrekingen van het binnenspouwblad of de aansluitingen met het dak.
Vooral bij kozijnen, en dan met name bij de kozijnankers en de waterkeringen, wordt de isolatie vaak weggelaten of onzorgvuldig aangebracht.
Als de kap is geplaatst, is de isolatie soms alleen met veel moeite aan te brengen, en dat gaat niet altijd goed. Indien de kap nog moet worden geplaatst, blijkt nogal eens dat de isolatie niet hoog genoeg is opgezet (Figuur D).

Figuur D Aansluiting gevel aan dakvoet, waarbij de isolatie niet hoog genoeg is opgezet.

Instructies voor het zorgvuldig isoleren bij doorbrekingen in het binnenblad en bij aansluitingen met de gevel

  • Besteed aandacht aan de uitvoering. Dit betekent dat er voldoende tijd voor de uitvoering van de werkzaamheden moet worden gereserveerd - en ook moet worden genomen.

    Figuur E Bij het isoleren moet de nodige aandacht en tijd worden besteed aan de aansluiting van de gevel aan het dak. Een extra laag wordt aangebracht aan de buitenzijde van de muurplaat.

ACHTERGROND

Het thermisch isolatiepakket is de afgelopen decennia steeds dikker geworden. In de praktijk is echter gebleken dat het effect van de isolatie vaak aanzienlijk wordt verminderd - en soms geheel teniet gedaan - door onzorgvuldige uitvoering van isolatiewerkzaamheden op de bouwplaats of ontwerpfouten. Het probleem van een slecht functionerende spouwisolatie heeft dan ook meer dan één oorzaak. Een te krappe spouw is een ontwerpfout die helaas vaak voorkomt en die tevens de voedingsbodem vormt voor uitvoeringsfouten. Maar er liggen ook tal van andere fouten op de loer.

AANDACHTSPUNTEN

  • Het is aan te bevelen een speciale isoleerder aan te stellen en op te leiden voor een goede uitvoering van de isolatiewerkzaamheden.
  • Breng de instructies van dit Informatieblad onder de aandacht van het uitvoerend personeel.
  • Oneffenheden van het binnenspouwblad worden door zachte isolatieplaten beter opgevangen dan door harde platen. Er zijn isolatieplaten op de markt met een harde voorzijde en een zachte achterzijde.
  • Overtollig isolatie-materiaal dient gescheiden te worden ingezameld. Verschillende fabrikanten van isolatie-materialen hebben hiervoor een speciaal retoursysteem.
  • Bij verwerking van glas- en steenwol is het raadzaam persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken in de vorm van handschoenen en een mondkapje.

Reacties

4.0

Janbroers op 17 november 2013

super!! duidelijk!

4

delete

Reageer

Waardeer dit infoblad