0

Het luchtdicht aansluiten van dak en gevel/bouwmuur - 029

Het luchtdicht aansluiten van dak en gevel (of bouwmuur).

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Dakvoet en gevel luchtdicht aansluiten
Voer deze aansluiting bij voorkeur uit met een kantgording (ook wel muurplaat genoemd). Daarbij moet een dubbele afdichting worden gemaakt (zie Figuur A), zowel tussen de kantgording en het dak (afdichting 1: compressieband) als onder de kantgording (afdichting 2: pur-schuim).

Figuur A SBR-detail 401.0.3.01. Goed: dubbele afdichting bij de kantgording.

Afdichting 1
Breng de afdichting tussen het dakelement en de kantgording bij voorkeur aan tegen een aanslaglat (zie ook Figuur A). Immers, wanneer de afdichting tussen het schuifvlak van het dakelement en de kantgording wordt aangebracht, zoals in Figuur B, bestaat het gevaar dat de afdichting wegschuift tijdens het plaatsen van de kap. Als afdichtingsmateriaal kan in deze aanslag gebruik worden gemaakt van compressieband of rubberprofielen met een open kern. Lijmen van deze afdichting heeft de voorkeur boven nieten en spijkeren. Vastnieten is wel een bruikbaar hulpmiddel wanneer de ondergrond erg nat is (zodat de lijmlaag niet of nauwelijks functioneert).
Mocht de aansluiting toch worden uitgevoerd zonder kantgording, zet deze dan ter plaatse van het dakelement en de verdiepingsvloer dicht met pur-schuim of compressieband. Vanwege de oneffenheden in betonnen vloeren is het vaak gewenst deze aansluiting af te dichten met pur-schuim.

Figuur B Fout: afdichting op het schuifvlak van de kantgording.

Afdichting 2
Voorkom luchtlekken ter plaatse van de ankers. Bij het stellen van de kantgording rekening houden met de afdichting aan de kopse zijde van de kantgording (de aansluiting tegen de bouwmuur). Voor deze afdichting moet voldoende ruimte worden gehouden en over de beide zijden worden verdeeld. Als afdichting kan purschuim of compressieband worden toegepast. In verband met de werking van de dakelementen heeft het de voorkeur (bij gebruik van pur) om elastisch purschuim toe te passen. De minimale voegbreedte is hierbij 6 mm.

Aandachtspunten

  • het knieschot mag nooit als luchtdichting fungeren;
  • werk in geval van dragende gesloten knieschotten de voegen achter de knieschotten gelijk af met het kantgordingdetail (zorg echter wel dat de ruimte achter het knieschot bereikbaar is).
2a. Dakplaten en bouwmuur luchtdicht aansluiten
De aansluiting tussen de bouwmuur en de dakplaten wordt benut om de aanwezige maattoleranties op te vangen. Deze toleranties zijn nodig voor het plaatsen van de dakelementen en het aanbrengen van de afdichting. Zorg ervoor dat er evenwijdige voegen ontstaan en dat ze gelijkmatig worden verdeeld. Geschikte afdichtingsmaterialen zijn purschuim en compressieband (onder voorwaarden). Alternatief is de afdichting (door middel van band en kit) te realiseren in een aftimmering. Echter het heeft de voorkeur om de naad te vullen met purschuim.
Compressieband moet worden aangebracht direct na het plaatsen van de kap, maar voor het aanbrengen van de strook minerale wol over de bouwmuur en het aanbrengen van de panlatten. Bij het gebruik van compressieband is het van groot belang dat de voeg gelijkmatig van vorm is. Daarnaast is het van belang te zorgen voor de juiste banddikte (compressie) voor iedere voegbreedte. Aandachtspunten
  • Zorg voor evenwijdige voegen.
  • Luchtdichting bij voorkeur aan de binnenzijde aanbrengen; bij hoge (dikke) dakelementen de luchtdichting van boven- en onderaf aanbrengen in verband met de thermische isolatie.
  • Bij sporen- en scharnierkappen het purschuim altijd na het leggen van de pannen (van binnenuit) aanbrengen (alleen achter gesloten knieschotten van buitenaf dichten).
  • Bij gordingelementen (deze worden opgelegd) is afdichten na het leggen van de pannen niet mogelijk en zal de dichting dus voor het leggen van de pannen moeten worden aangebracht; kies daarom materiaal dat een grote vervorming kan opnemen.
  • Verdeel de totale tolerantie over de verschillende naden (tussen dakplaat en bouwmuur en de onderlinge naden).
  • In verband met de werking van de dakelementen heeft het de voorkeur (bij gebruik van pur) om elastisch purschuim toe te passen

Figuur C SBR-detail 402.2.0.03 Aansluiting dakplaten/bouwmuur en dakplaten onderling (inzet).

Aandachtspunten aansluiting dakplaten onderling

  • Houd steeds een gelijke afstand tussen de dakelementen aan om de luchtdichting daarna correct te kunnen aanbrengen. Zorg ervoor dat de verticale afdichting boven de waterwerende laag uitsteekt, zodat eventueel water goed wordt afgevoerd en niet onder in de voeg blijft staan.
  • Dicht de verticale voegen (van goot naar nok) tussen de dakplaten zorgvuldig af met purschuim. Bij gebruik van band: plaats het band van buitenaf en vóór het plaatsen van de dakpannen. Minimaliseer het aantal stuiknaden en stem de diameter van het band af op de voegmaat.
  • Het purschuim kan na het plaatsen van de kap van buitenaf of van binnenuit worden aangebracht. Wanneer van binnenuit wordt gewerkt, kan worden gewacht tot na het plaatsen van de dakpannen. Alleen bij voldoende voegbreedte kan purschuim de bewegingen in de kap opnemen.
  • Dicht de eventuele horizontale voegen van buitenaf bij voorkeur met purschuim. Een alternatief hiervoor is het gebruik van een rondprofiel. Zorg ervoor dat het afdichtingsmateriaal altijd boven de aansluiting uitsteekt, zodat er geen ‘gootje’ ontstaat waar water in blijft staan. Zorg ervoor dat de luchtdichting aansluit op de luchtdichting van de kantgording.
  • Een horizontale voeg moet bij een doos-sandwichdak altijd worden afgeplakt (tape).
  • Bij een doorschietende kap vergt de aansluiting tussen de dakplaten ter plaatse van de verdiepingsvloer de nodige aandacht. De afdichting is namelijk van binnenuit moeilijk te realiseren. Het dichten van buitenaf kan direct na het plaatsen van de kap plaatsvinden.
2b. Dakplaten en bouwmuur luchtdicht aansluiten volgens 'Duitse methode'

Bij de zogeheten 'Duitse methode' wordt een dampremmende laag op de bouwmuur geplakt of knellend aangebracht.

2c. Luchtdichtheidsklasse 3
Om te voldoen aan luchtdichtheidsklasse 3 (niveau: uitstekend / passiefhuis-niveau) moeten de volgende maatregelen worden doorgevoerd (zie ook SBR-Infoblad 030):
  • waar mogelijk de naden / kieren afplakken;
  • waar mogelijk luchtdichtingen prefabriceren;
  • dubbele luchtdichtingen toepassen (in plaats van afplakken); bijvoorbeeld purdichting in combinatie met een tweede dichting in de aftimmering;
  • overlappen en aansluitingen van de dampremmende laag (folie) afplakken;
  • geen doorbrekingen dampremmende lagen;
  • gerichte controle van de aangebrachte luchtdichtingen en controlemetingen (eventueel in combinatie met infraroodmetingen).

ACHTERGROND

Hoe zwaarder een bouwwerk wordt geïsoleerd, hoe groter de invloed van de luchtdichtheid is op het totale transmissieverlies. De grootste luchtlekken bevinden zich in het dak en de begane-grondvloer. Hoewel de meeste constructie-onderdelen zelf redelijk luchtdicht zijn, vraagt de aansluiting van twee constructie-onderdelen (bijvoorbeeld het dak en de gevel) extra aandacht.

AANDACHTSPUNTEN

Het is van belang dat er goede werkinstructies aanwezig zijn en dat er regelmatig controles worden uitgevoerd.

Reacties

freek karssenberg op 23 september 2014

goedeavond, wij hebben een oude boerderij met steens muur en een vloer op zand. wij willen de vloer er uithalen isolatie en dan beton en daarna dunne isolatie dan vloerverwarming. de binnenkant isoleren. dan 5 cm spouw dan binnenmuur het dak gaat eraf hier komt een sporenkap op daarop of planken of gipsplaten hierop isolatie dan panlat en pannen. mijn vraag is is dit goed en hoe maak je de overgangen vloer en dak? met vr gr freek karssenberg

delete

Dhr. W. Notenbomer op 24 september 2014

Beste Freek, op basis van je beschrijving is daar geen oordeel over te vellen. Voor een antwoord op je vraag kan je je het beste wenden tot een bouwkundig adviesbureau met uitgebreide ervaring in oude boerderijen. Dit is vaak een vak apart. Groet, W. Notenbomer

delete

Willem van Stiphout op 4 februari 2015

Ik had een aantal vragen over de luchtdichtheid van aansluitingen die ik niet kan vinden Hoe zit het met de luchtdichtheid van de aansluitingen: - Kabeldoorvoerringen naar buiten t.p.v. luchtdichtingsvlak - Ventilatie-systeem en wand - Vensterbank (afdichting tussen de onderdorpel kozijn & binnenspouwblad) - Wand meterkast - Beglazing - Trapsparing onderbreking kanaalplaatvloeren (trapaansluiting op kanaalplaatvloer) - Wc spoelreservoir en ontluchtingsgat Hopende dat ik een reactie krijg. Alvast bedankt! Met vriendelijke groeten, Willem van Stiphout Stagiair Bouwbedrijf van Grunsven B.V.

delete

Dhr. W. Notenbomer op 4 februari 2015

Beste Willem, Je kan in de SBR referentiedetails kijken naar de door jou gewenste details en dan letten op de termen: naaddichting, kierdichting of afplakken. Dit zijn termen die de luchtdichtheid aangeven in het detail. Je zou ook de publicatie luchtdicht bouwen kunnen raadplegen:http://www.sbrcurnet.nl/producten/publicaties/luchtdicht-bouwen-1. Succes!

delete

Chiel Mense op 12 november 2016

ik bezit een woonhuis uit 1883, sinds 8jaar geleden zijn hierin nieuwe raamkozijnen geplaatst met Hr++-glas;echter bij de aanslujiting tussen kozijn en muur is een kier van ±1,5cm aanwezig,moet ik deze dichten;en zo ja welke manier is het beste? b.v.d. c.mense.

delete

op 25 januari 2017

Beste Chiel, Het is van belang om ongewenste infiltratie te voorkomen. Maar zorg wel in ieder geval voor een goede ventilatie. M.v.g. Danny van Persie

delete

Reageer

Waardeer dit infoblad