0

Isolatieglas selecteren, situeren en monteren - 006

Vaststellen in welke situatie en in welke mate welk type isolatieglas kan worden gebruikt.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Oriënteren op de diverse types isolerende beglazing

Voor beter isolerende beglazing gebruikt men de klasse-aanduidingen HR, HR+ en HR++ (zie Tabel 1 en Figuur A). Deze indeling berust op de reële warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) in de betreffende glasopbouw, uitgedrukt in W/(m2.K).
Naarmate het glas beter isoleert, laat dit - afhankelijk van het aantal lagen glas en het type coating - minder zonnewarmte en daglicht toe; deze eigenschappen komen tot uiting in respectievelijk de zontoetredingsfactor (ZTA- of g-factor) en de lichttoetredingsfactor (LTA-of TL-waarde). De waarden van U, ZTA (g-factor) en LTA (TL) zijn op te vragen bij de leverancier van het glas.

Figuur A. Bij HR-glas wordt de warmtestraling, die van binnenuit komt, teruggekaatst, terwijl de zonnewarmte wordt doorgelaten.


Tabel 1 Classificatie isolerende beglazing
(Bron: Vademecum energiebewust ontwerpen van nieuwbouwwoningen)

Type beglazing Uglas ZTA-
waarde (g-factor)
LTA (TL)-
waarde
Blank enkel glas 5,8 0,80 0,90
Blank dubbel glas 2,8 0,70 0,80
HR-glas
(niet zonwerend)
> 1,6 - 2,0 0,60 - 0,70 0,70 - 0,80
HR+-glas
(niet zonwerend)
> 1,2 - 1,6 0,60 - 0,70 0,70 - 0,80
HR++-glas
(niet zonwerend)
0,8 - 1,2 0,60 - 0,70 0,70 - 0,80
3-voudig glas 0,5 - 2,0 0,50 - 0,70 0,60 - 0,70

Uglas is de U-waarde (in W/(m2.K)) van alleen het glas.

2. Vaststellen: invloed van het type beglazing op het energieverbruik

Om het effect van energiebesparende maatregelen te kunnen doorrekenen heeft Novem (Nederlandse onderneming voor energie en milieu) een aantal referentiewoningen ontwikkeld. Tabel 2 noemt voor de diverse beglazingstypen het effect op het energieverbruik t.o.v. de daarbij aangegeven referentiewoningen.
Uitgangspunt is het gebruik van HR++-glas. De tabel maakt duidelijk dat de toepassing van HR++-glas een aanzienlijke energiewinst oplevert.

Tabel 2 Effect van type beglazing op energieverbruik.

Het jaarlijks energieverbruik voor ruimteverwarming bedraagt voor de tuinkamerwoning, de twee-onder-één-kapwoning en de galerijwoning respectievelijk 341, 622 en 154 m³ aardgas per jaar (volgens de energieprestatieberekening NEN 5128:1998).
(Bron: Vademecum energiebewust ontwerpen van nieuwbouwwoningen)
Besparing is de jaarlijkse energiebesparing in m³ gas per jaar.
+ betekent extra verbruik ten opzichte van HR++-glas.
- betekent energiebesparing ten opzichte van HR++-glas.
Uraam is de U-waarde (in W/(m².K)) inclusief het kozijn van 2,4 W/(m².K).
Uglas is de U-waarde (in W/(m².K)) van alleen het glas.

type
beglazing
in houten
kozijnen
Uraam
ZTA-waarde Besparing
tuinkamer-
woning
Besparing
2/1-kap-
woning
Besparing-
galerij-
woning
Dubbel glas;
Uglas = 2,8
2,8 0,70 +86 +163 +100
HR-glas;
Uglas = 2,0
2,3 0,65 +48 +90 +55
HR+-glas;
Uglas = 1,6
2,0 0,65 +18 +37 +23
HR++-glas;
Uglas = 1,2
1,7 0,6 0 0 0
3-voudig glas;
Uglas = 0,7
1,4 0,55 -18 -37 -21
4. Vaststellen: invloed beschaduwing van raamoppervlak op energieverbruik

Vanzelfsprekend heeft beschaduwing van het raamoppervlak consequenties voor de zoninstraling in het gebouw. Het effect van de beschaduwing is afhankelijk van de oriëntatie.
Voor de energieprestatie-berekening NEN 5128:1997 telt dit effect alleen voor bepaalde oriëntaties en sectoren; zie Figuur B en Tabel 3.

Figuur B. Indeling van raamoppervlak in sectoren voor de bepaling van de beschaduwing.


Tabel 3 Effect beschaduwing op de energieprestatie (EPC). (Bron: NPR 5129:2010).

Oriëntatie
beglazing
Sectoren in het zichtveld waar een belemmering of overstek WEL of GEEN effect heeft op de energieprestatie
Sector 1 Sector 2 Sector 3 Sector 4
Noord GEEN GEEN GEEN GEEN
Noordoost GEEN GEEN WEL WEL
Oost GEEN WEL WEL WEL
Zuidoost WEL WEL WEL WEL
Zuid GEEN WEL WEL GEEN
Zuidwest WEL WEL WEL WEL
West WEL WEL GEEN GEEN
Noordwest GEEN GEEN GEEN GEEN
3. Vaststellen: invloed van de oriëntatie van het raamoppervlak op het energieverbruik

Uitgaande van de rekenmethode van NEN 5128 kan de energiebehoefte van 1m2 raam worden bepaald voor verschillende soorten glas onder verschillende oriëntaties. Het resultaat is Tabel 4. Hierin is rekening gehouden met de minimaal voorgeschreven belemmering.

Tabel 4 Energiebehoefte in MegaJoules (MJ) per m² raam voor diverse types beglazing.


Oriëntatie Dubbelglas HR-GLAS HR+-GLAS HR++-GLAS
Beglazing ZTA = 0,70
Uglas = 2,8
Uraam = 2,8
ZTA = 0,60
Uglas = 2,0
Uraam = 2,3
ZTA = 0,60
Uglas = 1,6
Uraam = 2,0
ZTA = 0,60
Uglas = 1,2
Uraam = 1,7
Zuiden 127 85 14 0
Zuidwesten en zuidoosten 259 198 127 56
Westen en oosten 381 302 231 160
Noordwesten en noordoosten 450 362 291 220
Noorden 469 378 307 236

Tabel 4 Energiebehoefte in MegaJoules (MJ) per m2 raam voor diverse types beglazing.

Glasoppervlak in m2
Oriëntatie Dubbelglas HR-GLAS HR+-GLAS HR++-GLAS
Beglazing ZTA = 0,70
Uglas = 2,8
Uraam = 2,8
ZTA = 0,60
Uglas = 2,0
Uraam = 2,3
ZTA = 0,60
Uglas = 1,6
Uraam = 2,0
ZTA = 0,60
Uglas = 1,2
Uraam = 1,7
Zuiden 127 85 14 0
Zuidwesten en zuidoosten 259 198 127 56
Westen en oosten 381 302 231 160
Noordwesten en noordoosten 450 362 291 220
Noorden 469 378 307 236

(Bron: HR++-glas)
Uraam is de U-waarde (in W/(m2.K)) inclusief het kozijn van 2,4 W/(m2.K).
Uglas is de U-waarde (in W/(m2.K)) van alleen het glas.
1000 MJ komt overeen met 31 m3 aardgas.

Tabel 4 kan worden herleid tot Tabel 5 waaruit blijkt hoe de verschillende glassoorten zich tot elkaar verhouden bij gelijke energiebehoefte. Zo heeft 1m2 dubbelglas op het noorden dezelfde energiebehoefte als 8,40 m2 HR++-glas op het zuidwesten of zuidoosten. En die ene m2 raam met gewoon dubbelglas op het noorden vraagt evenveel energie als een complete zuidgevel van HR++-glas!

Tabel 5: Effect van oriëntatie. De opgegeven glasoppervlakken hebben dezelfde energiebehoefte.

Glasoppervlak in m2
Oriëntatie Dubbelglas HR-GLAS HR+-GLAS HR++-GLAS
Beglazing
Zuiden 3,70 5,50 33,50 100% glas
Zuidwesten en zuidoosten 1,80 2,35 3,70 8,40
Westen en oosten 1,25 1,55 2,05 2,95
Noordwesten en noordoosten 1,05 1,30 1,60 2,15
Noorden 1,00 1,25 1,55 2,00

(Bron: HR++-glas)

ACHTERGROND

De beglazing heeft grote invloed op de energieprestatie van een gebouw. Door de ontwikkelingen op het gebied van glas is de warmte-isolerende kwaliteit van ramen vergelijkbaar geworden met die van een gesloten geïsoleerd geveldeel.
In de energie-prestatie-berekening worden naast de isolatiewaarde van het glas ook de zontoetredings-factor van het glas ('ZTA-waarde'), de oriëntatie van de gevel op de zon en de mate van beschaduwing betrokken. Deze factoren worden in het ontwerp vertaald in praktische maatregelen en producten.