0

Isoleren van hoekaansluitingen in gemetselde spouwconstructies - 021

Het zodanig isoleren van de hoekaansluiting in gemetselde spouwconstructies dat er geen open naden in de aansluiting van de isolatieplaten of -dekens optreden en dat de isolatie strak genoeg tegen de achterliggende constructie is bevestigd.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Voorbereiding
  • Bepaal vóór het metselen of lijmen van het binnenspouwblad hoe de isolatie bevestigd zal worden. Dit voorkomt het later moeten bijboren van extra bevestigingspunten.
  • Zorg voor een vlakke achtergrond. Vul eventuele oneffenheden op en verwijder uitstekende delen en valspecie.
  • Zorg voor een geschikt, scherp en lang mes voor het snijden van het isolatiemateriaal.
  • Controleer het isolatiemateriaal. Verwerk alleen onbeschadigd materiaal.
2. Maatvoering en plaatsing van de isolatie
  • Plaats de isolatie in de hoek tegen het binnenspouwblad. Zorg dat de kopse kant van één van beide isolatieplaten/dekens, die elkaar in de hoek ontmoeten, geheel bedekt wordt door een overlap van de andere plaat/deken. Deze overlap heeft dus de maat van de isolatiedikte (zie Figuur A).
  • Figuur A Vorm van de isolatielaag in de hoekaansluiting als resultaat van twee elkaar ontmoetende platen of dekens; één kopse kant wordt geheel overlapt door de andere plaat/deken.

  • Plaats in de omgaande hoek de isolatie met de kopse kant strak tegen de overlap.
  • Ook bij niet-haakse hoeken moet een overlap worden aangehouden. Eén kopse kant - of in het geval van een scherpe hoek desnoods beide kopse kanten - wordt dan in verstek gesneden.
  • Snijd de overtollige isolatie van de eerste plaat of deken zorgvuldig af ter plaatse van de buitenzijde van de aansluitende isolatieplaat of -deken. Snijd recht en gebruik hiervoor een geschikt mes.
  • Laat geen overtollige isolatie de spouw in steken (door valspecie op een uitsteeksel kan gemakkelijk een vochtbrug ontstaan) en vul eventuele naden op. Harde platen worden opgevuld met pur-schuim.
  • Plaats hogere isolatielagen in halfsteensverband; monteer van zo'n volgende laag eerst een plaat aan de andere gevel. Hierdoor ontstaat een soort vingerlas die ervoor zorgt dat de isolatie nog beter op zijn plaats blijft (zie Figuur B).

    Figuur B.

3. Bevestiging van de isolatie
  • Zet de isolatie vast met voldoende bevestigingspunten. Raadpleeg hiervoor de verwerkingsinstructies. Houd bij de verwerking van isolatieplaten minimaal twee bevestigingspunten aan. Verdeel de bevestigingspunten gelijkelijk over de isolatieplaat.
  • Zet de isolatie vast met de juiste rozetten/klemplaten. Deze hebben een diameter van minimaal 60 à 70 mm, afhankelijk van de verwerkingsvoorschriften. Druk de rozetten aan tót de isolatie, en niet erín.
  • Buig zonodig de spouwankers in de ankerloze zone om, of knip ze af.
  • Zet de isolatie eventueel vast met metseldraad, koperdraad of kunststof draad. Gebruik nooit ijzerdraad, want dat wordt aangetast door roest.
  • Het draad wordt in een kruislings verband om de hoekaansluiting gespannen en kan worden bevestigd aan de (omgebogen) spouwankers

ACHTERGROND

Hoeken vormen bouwfysisch een zwakke plek in elke constructie. Een slecht geïsoleerde hoek betekent onnodig warmteverlies en kan leiden tot een koudebrug en een vochtbrug. In de praktijk blijkt dat vooral de uitvoering van uitwendige hoeken in gemetselde spouwconstructies cruciaal is.
De bevestigingswijze van isolatie in zo'n hoekaansluiting verschilt met die in een plat vlak. Zo mogen de spouwankers in een hoekaansluiting vaak geen koppeling maken tussen het binnenspouwblad en het buitenspouwblad, omdat dit tot scheuren in het metselwerk leidt.

AANDACHTSPUNTEN

  • Zorg voor voldoende luchtspouw. Houd in de maatvoering een luchtspouw van 40 mm aan.
  • Voorkom wegwaaien en beschadiging van het isolatiemateriaal tijdens langdurige werk-onderbrekingen. Bij gebouwhoeken - met name die op hoogte - is beschadiging mogelijk (door hoge windsnelheden). Plaats in die omstandigheden extra ankers en dek de spouw af.
  • Gebruik niet te kleine platen.

OVERIGE INFORMATIE