0

Keuze en uitvoering van waterwerende membranen - 286

Het kiezen van het juiste type membraan en deze vervolgens op de juiste wijze aanbrengen, zodat een waterwerend membraan goed functioneert.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Algemeen

Een waterwerend membraan zorgt er voor dat (regen)water dat op het membraan terecht komt uiteindelijk aan de buitenzijde van de dak- of gevelconstructie wordt afgevoerd. Deze functie moet het membraan duurzaam blijven vervullen. De volgende aandachtspunten zijn van belang:

  1. Juiste keuze van het type membraan.
  2. Schubvormig aanbrengen en obstakels vermijden.
  3. Goede afwatering bij de onderaansluiting.

1. Juiste keuze van het type membraan
Een verkeerde keuze van het type waterwerend membraan kan leiden tot ongewenste vochtophoping in de constructie en uiteindelijk tot schade. De volgende ontwerpaspecten spelen een rol bij de keuze van het type membraan:

  • toepassing (dak- of gevelconstructie);
  • ondergrond (hard of zacht);
  • blootstelling aan weersomstandigheden (uv-licht);
  • specifieke omstandigheden.

Toepassing (dak- of gevelconstructie)
In de praktijk is de dampremmende en luchtdichte laag aan de binnenzijde van de constructie nooit volledig gesloten. Hierdoor kan er meer waterdamp in de constructie komen dan theoretisch is berekend. Vooral in de winter (vriezen en vervolgens dooien) kan condenswater zich verzamelen tegen de binnenzijde van het membraan. Naarmate het membraan minder damp-open is, treedt er meer condensatie op. Na een vorstperiode kan bij daken het dooiwater lekkage aan de binnenzijde van de constructie veroorzaken; bij gevels (bij standaardconstructies en onder standaardomstandigheden) is de kans op lekkage veel kleiner. De laatste jaren worden daarom bij daken hogere eisen gesteld aan de prestaties van de waterwerende membranen dan bij gevels.

Ondergrond (hard of zacht)
Wanneer een waterkerend, dampdoorlatend membraan wordt toegepast op een harde ondergrond (beplating), dan neemt de waterkerendheid van het membraan af. Deze combinatie wordt daarom niet geadviseerd.

type
membraan
toepassing ondergrond waterwerendheidsklasse dampdiffusieweerstand
waterdicht,
damp-open (wdo)
hellende
daken en
gevels
hard en zacht W1 μd < 0,2 m
waterkerend, dampdoorlatend (wkd) gevels zacht W1, W2 en W3 μd < 3 m

Blootstelling aan weersomstandigheden (uv-licht)
Nadat een membraan is aangebracht moet het uiterlijk binnen 28 dagen worden afgedekt. Wanneer dit niet mogelijk is, moeten maatregelen worden getroffen om directe blootstelling aan weersomstandigheden te voorkomen. Bij een open gevelconstructie moet worden gecontroleerd of het membraan voldoende bestand is tegen ultraviolette straling, omdat anders de duurzaamheid er van niet is gewaarborgd.

Specifieke omstandigheden.
Beoordeel altijd of er sprake is van specifieke omstandigheden (bijvoorbeeld binnenklimaatklasse 4) of van een bijzondere constructie. Het is in die gevallen altijd raadzaam een deskundige te raadplegen.

2. Schubvormig aanbrengen en obstakels vermijden
Membranen moeten schubvormig worden aangebracht, omdat er anders regenwater in de constructie kan komen. En dat leidt meestal tot schade. De overlap van de membranen moet volgens het verwerkingsvoorschrift van de fabrikant worden uitgevoerd.

Soms zijn er in constructie obstakels die het water belemmeren om naar beneden te stromen. Een voorbeeld bij flauw-hellende daken zijn de geprefabriceerde dakdooselementen waarbij het pur-schuim in de naadaansluiting naar buiten steekt. Er ontstaat dan een gootje, waarin langdurig water kan blijven staan. Na verloop van tijd zakt het water door het membraan en veroorzaakt vochtopeenhoping in de constructie en veelal lekkage aan de binnenzijde.

Waterwerende membranen zijn waterdicht zolang het water wordt afgevoerd. De waterdichtheid is echter niet vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld een dakbedekking.

3. Goede afwatering bij de onderaansluiting
Bij de onderaansluiting moet het water goed worden afgevoerd. Bij hellende daken gebeurt dit meestal via een goot. Bij gevels kan het water op verschillende plaatsen (hoogten) naar buiten worden afgevoerd. Belangrijk is dat het water zich niet ergens kan verzamelen, waardoor bijvoorbeeld een houten achterconstructie gaat rotten. Op foto 4 is zichtbaar dat het vocht onvoldoende naar buiten wordt afgevoerd en tot vochtplekken leidt op de horizontale houten onderregel. De detaillering is hier dus fout uitgevoerd.

Foto 4. Fout detail van een onderaansluiting met vochtplekken op de houten onderregel (links).

ACHTERGROND

Waterwerende membranen zijn onder te verdelen in twee typen:

  • Waterdichte, damp-open membranen (wdo);
  • Waterkerende, dampdoorlatende membranen (wkd).

Waterdichte, damp-open membranen

  • Non-woven membraan (spinvliezen): een membraan dat bestaat uit kunststof vezels die op mechanische en/of chemische en/of thermische wijze met elkaar zijn verbonden (foto 1).
  • Kruislaminaat: een membraan dat bestaat uit twee kruislings georiënteerde kunststoffolies.
  • Een combinatie van de twee bovengenoemde typen.

Foto 1. Non-woven membraan (spinvlies).


Waterkerende dampdoorlatende membranen

  • Gewapend membraan: een microgeperforeerde kunststoffolie met een wapening van kunststof (foto 2).

Foto 2. Gewapend membraan (microgeperforeerd).

Voor waterwerende membranen is een nationale Beoordelingsrichtlijn beschikbaar: BRL 4708 ‘Waterwerende membranen voor geïsoleerde daken en gevels’. Deze richtlijn bevat – aanvullend op het Bouwbesluit – eisen ten aanzien van het membraan. Die eisen betreffen het beperken van inwendige condensatie in de constructie, de waterkerendheid tijdens de bouw, de weerstand tegen mechanische belasting op het dak of aan de gevel tijdens de bouw én het behoud van de eigenschappen.

AANDACHTSPUNTEN

Een dak- en gevelconstructie wordt in ons klimaat voornamelijk belast door wind, regen en sneeuw. Ook tijdens de bouw mag de constructie niet ontoelaatbaar nat worden. Een waterwerend membraan aan de buitenzijde van de constructie geeft de benodigde bescherming. Om inwendige condensatie te voorkomen, moet het waterwerend membraan ook waterdampdoorlatend zijn. Zo’n membraan moet dus het water van buiten tegenhouden en een eventueel transport van waterdamp van binnen naar buiten doorlaten. Een waterwerend membraan heeft een geheel andere functie (en ook andere specificaties) dan het dampremmende en luchtdichte membraan dat aan de binnenzijde van de constructie kan zijn toegepast. Foto 3 toont de opbouw van een dakconstructie voor een verwarmde binnenruimte.

Foto 3. Plaats van membranen in een dakconstructie met een verwarmde binnenruimte.

OVERIGE INFORMATIE

  • Handboek gevels, hoofdstuk A4800 (Membranen), uitgave SDU, Den Haag 2004.
  • BRL 4708 (Waterwerende membranen voor geïsoleerde daken en gevels), uitgave Intron, Culemborg 2003.
    Deel 1: waterdichte, damp. open (WDO) membranen.
    Deel 2: waterkerende, dampdoorlatende (WKD) membranen.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Waardeer dit infoblad