0

Koudebruggen bij balkons en galerijen voorkomen - 067

Het voorkomen van koudebruggen in balkon- en galerijaansluitingen bij ontwerp, werkvoorbereiding en uitvoering.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Bevestigen van balkons of galerijen met geïsoleerde RVS-stekken

De balkon-/galerijplaat kan worden bevestigd met geïsoleerde RVS-stekken. Constructief is een stalen verankering een goed alternatief voor betonnokken. Maar omdat de verankering in de spouw (het buitenmilieu) is opgenomen, is het noodzakelijk roestvast staal (RVS) toe te passen. RVS heeft bovendien een geringere koudebrugwerking dan gewoon staal; de warmtegeleiding van RVS is slechts een derde van die van staal. Niettemin moeten de stekken goed worden geïsoleerd: met EPS of minerale wol. Zie verder Figuur A, B en C.

Figuur A. Balkon-/galerijplaat met geïsoleerde RVS-stekken. Detail afkomstig uit de SBR-Referentiedetails.

Figuur B. Balkon-/galerijplaat met console; eindconsoles met geïsoleerde RVS-stekken. Detail afkomstig uit de SBR-Referentiedetails.

Figuur C Geïsoleerde RVS-stekken.

2. Aanstorten tegen gesloten gevelvlak met beperkt gebruik van nokken

Het balkon kan zonder probleem worden aangestort indien:

  • het een gesloten gevelvlak betreft (ter plaatse van kozijnen moeten dan specifieke oplossingen worden gezocht, zoals isoleren achter de dorpel met een strook foam-isolatie), én
  • de hart-op-hartafstand van de nokken minimaal 1 meter bedraagt, én
  • de lengte van de nokken beperkt blijft tot 20 cm.
3. Volledig ontkoppeld houden

Indien het mogelijk is het balkon of de galerij los te houden van de achterliggende constructie (bijvoorbeeld wanneer het balkon kan worden opgelegd op een aparte staalconstructie), is er geen risico van een koudebrug naar het achterliggende casco. Dit is dus alleen mogelijk in zeer specifieke situaties.

4. Gebruik maken van de SBR-Referentiedetails

De detailbank SBR-Referentiedetails bevat verschillende balkondetails (zie bijvoorbeeld de Figuren A en B) die voor wat betreft hun eventuele koudebrugwerking (f-factor) nauwkeurig zijn doorgerekend conform de bepalingsmethode van NEN 2778. Al deze details voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit voor gebouwen met een woonfunctie (f ≥ 0.65).

ACHTERGROND

Veelal worden balkons en galerijen opgelegd op consoles of aangestort met nokken. Soms worden balkons met stalen schoenen of in hoeklijnen achteraf gemonteerd (in combinatie met een staalconstructie of een console). Al deze bouwmethodieken brengen het risico van koudebruggen met zich mee. Dit risico wordt uitgedrukt in de binnen-oppervlaktetemperatuurfactor (f-factor), die de thermische kwaliteit van een constructie aangeeft en daarmee ook de kans op de vorming van allergenen ten gevolge van een koudebrug. De f-factor moet volgens het Bouwbesluit minstens 0,65 zijn voor gebouwen met een woonfunctie, en minstens 0,50 voor andere in het Bouwbesluit genoemde functie.
De variabelen, van invloed op de f-factor van balkons en galerijen, zijn gevelopbouw, noklengte en hart-op-hartafstanden van de nokken, breedte van de spouwbreedte met het isolatiemateriaal en opbouw van het detail. Kritische situaties doen zich voor bij uitwendige hoeken, houten binnenspouwbladen en kozijnen. Daar waar staal de isolatie doorbreekt is er direct sprake van een kritische situatie.

AANDACHTSPUNTEN

  • Isoleer zorgvuldig tussen de betonnokken. Gebruik daarvoor bij woningscheidende vloeren minerale wol – vanwege de goede brand- en geluidwerende eigenschappen van dit materiaal.
  • Balkonbevestigingen met geïsoleerde stekken zijn er in een uitvoering met EPS en met minerale wol. De EPS-uitvoering is uitermate geschikt om in een bekisting te worden opgenomen. Wanneer een bepaalde brandwerendheid is vereist, moet het EPS worden beschermd: met voldoende betondekking of een brandwerende beplating. De uitvoering met minerale wol is gunstiger voor de geluidwering.